Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:2089

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
19-06-2018
Datum publicatie
24-07-2018
Zaaknummer
200.213.017/01 OK
Rechtsgebieden
Ondernemingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

OK; enquêterecht; de vergoeding van de onderzoeker wordt bepaald

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 2 350
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.213.017/01 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 19 juni 2018

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

IBB KONDOR B.V.,

gevestigd te Rijssen,

VERZOEKSTER,

advocaat: mr. H.P. Plas, kantoorhoudende te Enschede,

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DE LEEGE LANDEN II B.V.,

gevestigd te Utrecht,

VERWEERSTER,

advocaat: mr. H.P. Plas, kantoorhoudende te Enschede,

e n t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HOLLAND VASTGOED CONSULTANCY B.V.,

gevestigd te Baarn,

BELANGHEBBENDE,

verschenen bij haar middellijk bestuurder [A] .

1. Het verloop van het geding

1.1 Verweerster wordt hierna aangeduid met De Leege Landen.

1.2 Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 12 juli 2017, 8 januari 2018 en 18 mei 2018.

1.3 Bij de beschikking van 12 juli 2017 heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van De Leege Landen over de periode vanaf 2012, mr. M.W.E. Evers te Amsterdam (hierna: de onderzoeker) benoemd tot onderzoeker en het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 25.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen. Bij de beschikking van 8 januari 2018 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten verhoogd tot € 35.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen

1.4 Bij de beschikking van 18 mei 2018 heeft de Ondernemingskamer bepaald dat het verslag met bijlagen van het bij de beschikking van 12 juli 2017 bevolen onderzoek ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden.

1.5 De onderzoeker heeft bij brief aan de Ondernemingskamer van 28 mei 2018 een declaratie met daarbij een specificatie overgelegd van alle in deze zaak verrichte werkzaamheden met betrekking tot het onderzoek en de daaraan bestede tijd. Hieruit volgt dat hij kosten in verband met het onderzoek aan De Leege Landen in rekening heeft gebracht ten bedrage van € 35.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen.

1.6 De Ondernemingskamer heeft partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de in 1.5 genoemde stukken. Daarop zijn geen reacties van partijen ontvangen door de Ondernemingskamer.

2 De gronden van de beslissing

Tegen het door de onderzoeker gedeclareerde bedrag aan onderzoekskosten zijn geen bezwaren aangevoerd. Dit bedrag komt de Ondernemingskamer ook bepaald niet onredelijk voor. De Ondernemingskamer zal de vergoeding van de onderzoeker overeenkomstig artikel 2:350 lid 3 BW dan ook bepalen als hierna te vermelden.

3 De beslissing

De Ondernemingskamer:

bepaalt de vergoeding van de onderzoeker op € 35.000, de daarover verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. M.M.M. Tillema en mr. A.J. Wolfs, raadsheren, dr. P.M. Verboom en W. Wind, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.L.A. Straathof, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 19 juni 2018.