Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:2029

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
20-06-2018
Datum publicatie
27-06-2018
Zaaknummer
200.234.683/01 OK
Rechtsgebieden
Ondernemingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

OK; Enquête; afwijzing van het enquêteverzoek; art. 2:350 lid 1 BW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

_____________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.234.683/01 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 20 juni 2018

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KNARF BEHEER B.V.,

gevestigd te Harderwijk,

VERZOEKSTER,

advocaat: mr. A.L.K. Blokland, kantoorhoudende te Vinkeveen,

t e g e n

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DEVENTERWEG B.V.,

gevestigd te Harderwijk,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HARDERWIJK OZ HOLDING B.V.,

gevestigd te Harderwijk,

VERWEERSTERS,

advocaat: mr. P.F. Schepel, kantoorhoudende te Deventer,

e n t e g e n

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BLAUWVINGER VASTGOED B.V.,

gevestigd te Zwolle,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SOEKA DJADI B.V.,

gevestigd te Kortenhoef,

BELANGHEBBENDEN,

advocaat: mr. P.F. Schepel, kantoorhoudende te Deventer.

1. Het verloop van het geding

1.1 Verzoekster, verweersters en belanghebbenden worden hierna respectievelijk aangeduid met Knarf, Deventerweg, Harderwijk OZ, Blauwvinger en Soeka Djadi.

1.2 Knarf heeft bij op 6 maart 2018 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verzoekschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht, bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad, een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van Deventerweg en Harderwijk OZ over de periode vanaf 1 januari 2016. Daarbij heeft zij tevens verzocht - zakelijk weergegeven - bij wijze van onmiddellijke voorzieningen voor de duur van het geding:

  1. Blauwvinger en Soeka Djadi te schorsen als bestuurders van Harderwijk OZ;

  2. Harderwijk OZ te schorsen als bestuurder van Deventerweg;

  3. het stemrecht van Blauwvinger en Soeka Djadi in de algemene vergadering van aandeelhouders van Harderwijk OZ te schorsen;

  4. het stemrecht van Harderwijk OZ in de algemene vergadering van aandeelhouders van Deventerweg te schorsen;

  5. een onafhankelijke derde te benoemen als tijdelijke bestuurder van - naar de Ondernemingskamer begrijpt - Deventerweg en Harderwijk OZ;

  6. het besluit huurprijsaanpassing van de algemene vergadering van aandeelhouders van Harderwijk OZ van 1 februari 2018 te schorsen;

alsmede om Deventerweg en Harderwijk OZ te veroordelen in de kosten van het geding en het onderzoek.

1.3 Blauwvinger en Soeka Djadi hebben bij op 21 maart 2018 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verweerschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht de verzoeken van Knarf af te wijzen en Knarf, uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen in de werkelijke proceskosten, te vermeerderen met de nakosten en de wettelijke rente.

1.4 Het verzoek is behandeld ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 12 april 2018. Bij die gelegenheid hebben de advocaten de standpunten van de onderscheiden partijen toegelicht, mr. Blokland aan de hand van aan de Ondernemingskamer en de wederpartij overgelegde aantekeningen. Partijen en hun advocaten hebben vragen van de Ondernemingskamer beantwoord en inlichtingen verstrekt.

2 De feiten

2.1

Deventerweg is op 28 juni 2002 opgericht. Harderwijk OZ houdt alle aandelen in het geplaatste kapitaal van Deventerweg en is tevens enig bestuurder van Deventerweg.

2.2

Harderwijk OZ is op 30 juni 2016 opgericht. Knarf, Blauwvinger en Soeka Djadi houden ieder 33,33% van de aandelen in Harderwijk OZ. Blauwvinger en Soeka Djadi zijn bestuurder van Harderwijk OZ en gezamenlijk bevoegd de vennootschap te vertegenwoordigen.

2.3

[A] (hierna: [A] ) is enig bestuurder en aandeelhouder van Knarf.
[B] (hierna: [B] ) is enig bestuurder en aandeelhouder van Blauwvinger.
[C] (hierna: [C] ) is enig bestuurder en aandeelhouder van Soeka Djadi.

2.4

Harderwijk OZ is een houdstermaatschappij. Deventerweg is eigenaar van kantoorpanden aan de Deventerweg 9A, 9C en 9F te Harderwijk (hierna: kantoorpand Harderwijk) en aan de Meinsstraat 2 te Nijkerk (hierna: kantoorpand Nijkerk).

2.5

[A] (via Katser B.V.), [C] (via Soeka Djadi) en [B] vormden tot en met 2015 met drie anderen de advocatenmaatschap OMVR/Lunenberg. Ten behoeve van de huisvesting van de maatschap werden door Deventerweg kantoorpanden gehouden in Harderwijk, Nijkerk en Nunspeet. OZ Holding Deventerweg B.V. hield alle aandelen in het geplaatst kapitaal van Deventerweg. De maten in OMVR/Lunenberg hielden ieder 1/6e deel van de aandelen in OZ Holding Deventerweg B.V.

2.6

Per 1 januari 2016 is de maatschap OMVR/Lunenberg gesplitst. [A] (via Katser B.V.), [C] (via Soeka Djadi) en [B] hebben nadien hun werkzaamheden voortgezet in de maatschap OMVR. De andere drie maten vormden de maatschap Lunenberg. Bij de splitsing zijn afspraken gemaakt over de verdeling van de kantoorpanden. OZ Holding Deventerweg B.V. is in dat kader gesplitst in Harderwijk OZ en Beekhuizer Holding B.V. Knarf, Blauwvinger en Soeka Djadi verkregen ieder 1/3e deel van de aandelen in Harderwijk OZ en werden bestuurder van Harderwijk OZ. De maten van de maatschap Lunenberg verkregen de aandelen in Beekhuizer Holding B.V. Het kantoorpand in Nunspeet werd overgedragen aan (een dochtermaatschappij van) Beekhuizer Holding B.V. In verband met een overwaarde in het kantoorpand in Nunspeet verkreeg de maatschap Lunenberg bij de verdeling van de maatschap OMVR/Lunenberg € 160.000 minder aan kapitaal en verkreeg Deventerweg een vordering van € 160.000 op OMVR, die door Deventerweg ten laste van OMVR in rekening-courant werd geboekt.

2.7

Deventerweg verhuurt de kantoorpanden Harderwijk en Nijkerk aan OMVR. OMVR heeft het kantoorpand Harderwijk in gebruik en het kantoorpand Nijkerk wordt onderverhuurd aan een derde. Deventerweg heeft voor de financiering van de kantoorpanden een hypothecaire geldlening afgesloten bij Rabobank en daarbij een renteswap gekocht. OMVR staat jegens Rabobank in voor de nakoming van de rente en aflossingsverplichtingen.

2.8

Bij brief van 20 april 2016 heeft Rabobank aan Deventerweg geschreven dat zij in verband met een over de hypothecaire geldlening ten onrechte in rekening gebrachte renteopslag € 63.998,55 aan Deventerweg zal terugbetalen. Dit bedrag is door Deventerweg op 2 mei 2016 ontvangen en op aanwijzing van [A] doorbetaald aan OMVR.

2.9

Per 16 december 2016 is de maatschap OMVR beëindigd. [B] en [C] (Soeka Djadi) hebben de maatschapsovereenkomst met [A] (Katser B.V.) ontbonden, nadat was gebleken dat [A] verdacht werd van door hem in zijn hoedanigheid van faillissementscurator gepleegde fraude en was gebleken dat [A] buiten de maatschap om voor eigen rekening klanten had bediend.

2.10

Per 31 december 2016 is Knarf teruggetreden als bestuurder van Harderwijk OZ.

2.11

Bij dagvaarding van 15 maart 2017 hebben OMVR, Soeka Djadi en [B] onder andere [A] , Katser B.V. en Knarf in rechte betrokken ter zake van door [A] en zijn vennootschappen aan OMVR onttrokken gelden en schade die zij stellen te hebben geleden als gevolg van de faillissementsfraude waarvan [A] wordt verdacht en hebben zij vorderingen tot schadevergoeding ingesteld.

2.12

Bij brief van 5 oktober 2017 heeft Rabobank aan Deventerweg geschreven dat zij in verband met de verkochte renteswap in afwachting van de vaststelling van een definitieve compensatie op grond van het zogeheten uniform herstelkader rentederivaten, aan Deventerweg bij wijze van voorschot een bedrag van € 35.100 zal betalen. Dit bedrag is door Deventerweg ontvangen en doorbetaald aan OMVR.

2.13

Bij brief van 30 oktober 2017 is Knarf opgeroepen voor de algemene vergadering van aandeelhouders van Harderwijk OZ van 9 november 2017. Blijkens de notulen van die algemene vergadering waren Blauwvinger en Soeka Djadi daarbij wél en Knarf niet aanwezig. De algemene vergadering heeft de jaarrekening over 2016 vastgesteld, besloten de winst toe te voegen aan de reserves en aan het bestuur decharge verleend. Verder is besproken dat Blauwvinger en Soeka Djadi voornemens zijn Knarf in rechte te betrekken teneinde haar uitstoting als aandeelhouder te bewerkstelligen. Eveneens op 9 november 2017 heeft de algemene vergadering van aandeelhouders van Deventerweg plaatsgevonden. Daarbij is blijkens de notulen de jaarrekening over 2016 vastgesteld, is besloten de winst toe te voegen aan de reserves en aan het bestuur decharge verleend.

2.14

Op 9 november 2017 heeft Soeka Djadi aan Knarf aangeboden de door haar gehouden aandelen in Harderwijk OZ over te nemen. Partijen hebben daarover geen overeenstemming bereikt.

2.15

Bij brief van 21 december 2017 is Knarf opgeroepen voor een buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders van Harderwijk OZ. De brief houdt onder meer het volgende in:

“De agenda voor deze AVA betreft (de besluitvorming omtrent) de navolgende onderwerpen:

(…)

5. Bespreking van de huurprijsaanpassing voor de locaties Nijkerk en Harderwijk naar marktconforme huur.

6. Vaststelling van de huurprijsaanpassing voor de locaties Nijkerk en Harderwijk / [stemming]

7. Bespreking van de verplichting tot bijstorting door de aandeelhouders. (…)

Ter nadere toelichting op de agendapunten 5 en 6 informeert de directie de aandeelhouders als volgt:

Zoals de AVA bekend heeft medio 2016 een (juridische) splitsing van OZ Holding Deventerweg BV ( OZ Holding ) en Deventerweg BV ( Deventerweg ) plaatsgevonden. In de (over)bedeling van die splitsing is meegenomen de financiële afwikkeling van de scheiding van de maatschap Lunenberg en OMVR. In de splitsing is door betrokken partijen een overbedelingsvordering van Deventerweg op de maatschap Lunenberg vastgesteld van EUR 160.000. Omdat deze vordering van Deventerweg uit hoofde van de overwaarde van het kantoorpand Nunspeet bij splitsing mede is aangewend voor de afwikkeling van de scheiding van de maatschappen, is deze overbedelingsvordering in de rekening-courant vordering van (OZ Holding) Deventerweg op OMVR geboekt. Als Bijlage 2 wordt het mutatieoverzicht over 2016 overgelegd, waaruit de rekening-courant boekingen (inclusief de voornoemde overbedelingsvordering) over 2016 blijken. Per 31 december 2016 is het saldo van de rekening-courant EUR 145.000 en dit is derhalve zo in de door de AVA op 9 november 2017 vastgestelde jaarrekening 2016 opgenomen en verwerkt.

De aandeelhouders hebben in het laatste kwartaal 2016 afspraken gemaakt omtrent de

(terug)betaling van deze rekening courant vordering door OMVR. Daarbij is afgesproken om (vanaf 1 januari 2017) niet langer meer de volledige financieringslast van de vennootschap en Deventerweg (rente en aflossing) als huur voor OMVR te blijven hanteren, maar de huur aan te passen naar reële huur.

Voornoemde afspraak gold echter wel onder voorbehoud van (her)taxatie van de reële markthuur en goedkeuring van de Rabobank als financier. Zoals de aandeelhouders bekend is heeft Rodenburg Makelaars in opdracht van de vennootschap (en mede op verzoek van Rabobank) recent een taxatie van de locatie Harderwijk uitgevoerd en daarbij de reële (markt)huur vermeld. Als Bijlage 3 wordt het taxatierapport van Rodenburg overgelegd.

Voor het kantoorpand Nijkerk geldt dat daar momenteel een (commerciële) huurder (KTV Kennisnet) in zit, dus de door die partij verschuldigde huur is marktconform.

De directie heeft op 14 december 2017 met de Rabobank gesproken over de taxatie van Rodenburg en de door de aandeelhouders in 2016 afgesproken huurprijsaanpassing per 1 januari 2017 en wijze van (terug)betaling op rekening-courant. De Rabobank heeft daarmee ingestemd.

De directie stelt de AVA dan ook voor om de huurprijs voor de locatie Harderwijk vast te stellen op EUR 140.000/jr. (…). Voor de locatie Nijkerk stelt de directie voor om de huurprijs vast te stellen op een bedrag gelijk aan de door KTV Kennisnet te betalen huurprijs, (…).

Beide huurprijsaanpassingen zullen met terugwerkende kracht per 1 januari 2017 ingaan.

Ter zake de jaarlijkse aflossingsverplichtingen van de Vennootschap (EUR 106.500), stelt de directie de AVA voor om deze vanaf de datum van de huurprijsaanpassing, indien en voor zover door OMVR voldaan, ten last van de rekening-courant vordering van de Vennootschap te brengen. Hetzelfde geldt voor overige, door OMVR buiten de verschuldigde huur om betaalde bedragen. (…)

2.16

De notulen van de bijzondere algemene vergadering van aandeelhouders van Harderwijk OZ van 1 februari 2018 houden onder meer het volgende in:

5. Bespreking huurprijsaanpassing voor de locaties Nijkerk en Harderwijk naar markt-conforme huur.

(…)

[C] [ [C] , Ondernemingskamer] geeft aan dat de aandeelhouders vanaf begin 2016 meermaals gesproken hebben over het (terug)betalen van de rekening-courant verhouding die tussen OMVR en Deventerweg BV bestaat door middel van het doorvoeren van een huurprijsverlaging per 1 januari 2017 naar een marktconform niveau en een dergelijke huur vervolgens aan te houden (mede) omwille van de kostenstructuur en het resultaat van OMVR. (…) [C] licht daarbij toe dat daarenboven door de ontbinding van de maatschap OMVR aan [A] [ [A] , Ondernemingskamer] de belangen tussen de aandeelhouders niet langer gelijk lopen en dat — daartegenover — er geen marktpartij als huurder te vinden is die bereid zal zijn een huurprijsniveau te voldoen dat (ruim) boven het markt-conforme huurprijs niveau ligt c.q. gelijk is aan het niveau van de financieringsverplichtingen van de Vennootschap en Deventerweg BV.

[A] betwist uitdrukkelijk dat gesproken is over aanpassing van de huur aan marktconforme huur. De huurprijs is altijd gebaseerd geweest op de bancaire last (rente + aflossing) en reservering (service)kosten en had geen directe relatie met de hetgeen als marktconforme huur werd beschouwd. Adv. [A] geeft daarbij aan dat gelet op de huurovereenkomsten huurprijsverlaging ook niet aan de orde is en dat er door het hele land panden worden verhuurd waarbij nu gesteld kan worden dat de huurprijs niet conform de huidige markt is.

[A] geeft aan dat er in vorige maatschapsovereenkomsten en statuten een koppeling was gemaakt tussen maatschap en vastgoedvennootschap maar dat de koppeling bij de maatschapsovereenkomst die had te gelden tussen [C] , [B] en [A] en de statuten van de vastgoedvennootschap uitdrukkelijk is verlaten. De belangen van maten en aandeelhouders hoeven dus ook niet meer gelijk te lopen.

[A] geeft aan dat de huurprijsverlaging indertijd tussen de aandeelhouders inderdaad besproken is, maar dat deze verlaging niet zag op een aanpassing naar markt-conforme huur of een wijze van terugbetaling van de rekening-courant verhouding tussen Deventerweg BV en OMVR. Deze huurprijsverlaging werd besproken in het kader van de afwikkeling van het Herstelkader Rentederivaten. Het in het kader van het Herstelkader Rentederivaten reeds ontvangen bedrag en het nog te ontvangen bedrag zou gebruikt worden om verlaging van de huurprijs te bewerkstelligen.

Immers, minder schuld aan de bank leidt tot verminderde rentelast en een verlaagd maandelijkse aflossingsniveau. Daarnaast zou de mogelijke verlaging van het rentepercentage (rentevast-periode eindigt) kunnen leiden tot huurverlaging. [A] vraagt door op de afwikkeling van de derivaten-kwestie en geeft aan dat er nog een fors bedrag (ruim € 100.000,—) als vergoeding in kader van Herstelregeling aan zat te komen. [C] geeft aan dat nog geen definitieve afwikkeling heeft plaatsgevonden maar dat de Rabobank al wel zou hebben laten weten d.m.v. een vooraankondiging dat het uiteindelijk vast te stellen bedrag het reeds ontvangen voorschot niet zal overstijgen. [A] vraagt om kopie van die vooraankondiging. (…)

In het licht van de voornoemde stelling van [A] , wijst [C] er op dat de (voorschot)betaling van Rabobank uit hoofde van het Herstelkader indertijd is (door)betaald aan OMVR. [B] [ [B] , Ondernemingskamer] wijst er op dat de opbrengst van de (voorschot)betaling van de Rabobank uit hoofde van het Herstelkader is verwerkt in het resultaat zoals dat blijkt uit de jaarrekening 2016 van Deventerweg BV. De door [C] genoemde (door)betaling ook is verwerkt in de rekening-courant verhouding over 2016 (zie: Bijlage 2 bij de oproeping). Verder wijst [B] er op dat om die reden de uiteindelijke stand van de rekening-courant verhouding per einde boekjaar 2016 dan ook sluit op EUR 145.000 en deze stand dus ook zo is verwerkt in de jaarrekening 2016 van Deventerweg BV.

6. Vaststelling van de huurprijsaanpassing voor de locaties Nijkerk en Harderwijk

De aandeelhouders gaan over tot stemming over het besluit tot instemming met de

huurprijsverlaging conform het voorstel van de directie van de Vennootschap en Deventerweg BV:

[C] - voor (25 stemmen)

[B] - voor (25 stemmen)

[A] - tegen (25 stemmen)

De voorzitter stelt vast dat de AVA instemt met het voorgestelde besluit.

7. Bespreking van de verplichting tot bijstorting door de aandeelhouders.

[A] vraagt hoe de (terug)betaling van de rekening-courant verhouding tussen OMVR en Deventerweg BV gaat plaatsvinden.

[B] geeft conform de toelichting van de directie bij de oproeping voor de AVA aan dat hetgeen OMVR na huurprijsaanpassing meer heeft betaald dan de verschuldigde huur, zal worden verrekend op deze rekening-courant verhouding. [B] geeft voorts aan dat dit zal betekenen dat deze rekening-courant verhouding tussen OMVR en Deventerweg BV omstreeks einde eerste kwartaal 2018 zal zijn ingelopen. Omstreeks dan zal de Vennootschap nieuwe kapitaalsbehoefte hebben.

(…) Adv. [A] en [A] geven aan dat zij deze door [C] en [B] gebruikte structuur weliswaar begrijpen, maar dat zij tegen een huurprijsverlaging en daarmee tegen een (toekomstige) emissie zijn. Adv. [A] geeft aan dat met het begrijpen van de gedachte achter de acties van [C] en [B] het daarmee nog niet akkoord is. [C] geeft aan dat het niet de bedoeling is dat ten behoeve van een aandeelhouder die geen maatschapslid is wordt gespaard in de Vastgoedvennootschap. Adv [A] geeft aan dat dat een gevolg is van de nieuwe situatie en van de tussen partijen gemaakte afspraken. Eerst doelbewust een tekort creëren en daarna om bijstorting vragen wordt door [A] niet geaccepteerd.

2.17

Bij brief van 7 februari 2018 heeft Knarf aan Harderwijk OZ en Deventerweg onder meer haar bezwaren tegen de voorgenomen huurprijsaanpassing kenbaar gemaakt.

3 De gronden van de beslissing

3.1

Knarf heeft aan haar verzoek ten grondslag gelegd dat er gegronde redenen zijn voor twijfel aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van Deventerweg en Harderwijk OZ en dat gelet op de toestand van de vennootschap onmiddellijke voorzieningen dienen te worden getroffen. Ter toelichting heeft Knarf - kort samengevat - het volgende naar voren gebracht:

  1. Er is voor Deventerweg noch Harderwijk OZ reden om het bestaande huurcontract open te breken en in te stemmen met een huurverlaging voor het door OMVR gehuurde kantoorpand Harderwijk. De door Blauwvinger en Soeka Djadi opgegeven reden voor de huurverlaging, dat het niet de bedoeling is dat er door OMVR aan Deventerweg meer dan een marktconforme huur wordt betaald ten behoeve van een aandeelhouder die geen lid meer is van de maatschap, doet niet ter zake. Partijen zijn geen aanbiedingsplicht voor de aandelen Harderwijk OZ bij het beëindigen van de maatschap OMVR overeengekomen en er is in zoverre ook geen verband tussen het lidmaatschap van de maatschap en de door Knarf gehouden aandelen in Harderwijk OZ. Afspraken over een verlaging van de huur zijn niet gemaakt. Blauwvinger en Soeka Djadi beogen met de huurverlaging ten gunste van OMVR een tekort in Deventerweg te creëren waardoor de waarde van de aandelen in Harderwijk OZ zal dalen. De huurverlaging is daarmee alleen bedoeld om Knarf te benadelen.

  2. In de notulen van de algemene vergadering van aandeelhouders van 9 november 2017 is ten onrechte OZ Holding Deventerweg B.V. vermeld. De jaarrekeningen van Deventerweg en Harderwijk OZ zijn kennelijk niet in een algemene vergadering van aandeelhouders besproken en niet tijdig gedeponeerd.

  3. Het is niet duidelijk wat er is gebeurd met door Rabobank betaalde bedragen ter zake van het herstelkader rentederivaten. In de balansen en de winst- en verliesrekeningen van Deventerweg en Harderwijk OZ zijn deze bedragen niet terug te vinden. Knarf heeft geen inzicht in de juistheid van deze cijfers.

3.2

Deventerweg, Harderwijk OZ, Blauwvinger en Soeka Djadi hebben verweer gevoerd. De Ondernemingskamer zal hieronder waar nodig op dit verweer ingaan.

3.3

De Ondernemingskamer overweegt als volgt. Deventerweg is opgericht om te voorzien in de huisvestingsbehoefte van, destijds nog, de advocatenmaatschap OMVR/Lunenberg. De hoogte van de door Deventerweg aan de maatschap voor het gebruik van de kantoorpanden in rekening gebrachte huur was niet marktconform, maar werd afgestemd op de omvang van de voor de financiering van de kantoorpanden door Deventerweg aan de bank verschuldigde rente en aflossingen, waarvoor de maatschap jegens de bank garant stond. Ieder van de maten hield (al dan niet middellijk) 1/6e deel van de aandelen in OZ Holding Deventerweg B.V. en deelde op die manier mee in de baten en de lasten van de in Deventerweg uitgeoefende exploitatie van de ten behoeve van praktijkuitoefening van de maatschap gekochte kantoorpanden. Deze constructie bleef na de splitsing van de maatschap en OZ Holding Deventerweg B.V. in 2016 bestaan. De maatschap OMVR werd nadien gevormd door [C] , [B] en [A] , die middellijk, via Soeka Djadi, Blauwvinger en Knarf de aandelen in Harderwijk OZ hielden. De hoogte van de aan OMVR in rekening gebrachte huur voor het kantoorpand Harderwijk bleef afgestemd op de aan de Rabobank verschuldigde rente en aflossingen. Voor de maten in OMVR was dit niet bezwaarlijk, nu zij aldus weliswaar als maatschap een hogere dan marktconforme huur betaalden, maar zij als (middellijk) aandeelhouders van Deventerweg daarvan ook vruchten plukten in de vorm van de uit de huurpenningen betaalde aflossing van de schulden van Deventerweg aan Rabobank.

3.4

Aan de aldus bestaande verhoudingen tussen partijen kwam per 16 december 2016 een einde met de ontbinding van de maatschapsovereenkomst met [A] . Omdat [A] vanaf dat moment geen onderdeel meer uitmaakte van de maatschap OMVR, droeg hij uit dien hoofde ook niet meer bij aan de betaling van de huur voor het kantoorpand Harderwijk, terwijl hij als aandeelhouder van Deventerweg nog wel meedeelde in aflossingen die uit de niet marktconforme huur konden worden voldaan. Tegen die achtergrond is niet onbegrijpelijk dat de overgebleven maten in OMVR een verlaging van de huurprijs voor het kantoorpand Harderwijk wensten, in die zin dat daarvoor niet langer zou worden aangesloten bij de omvang van de voor de financiering van de kantoorpanden aan de bank verschuldigde rente en aflossingen, waarvoor OMVR garant stond, maar dat voor de huur zou worden aangesloten bij een marktconform tarief. Blauwvinger en Soeka Djadi hebben vervolgens namens Harderwijk OZ aan Rodenburg Makelaars opdracht gegeven een taxatie van de reële markthuur voor (onder meer) het kantoorpand Harderwijk uit te voeren en aan Rabobank toestemming gevraagd om de aan OMVR in rekening gebrachte huur dienovereenkomstig te verlagen. Bij oproepingsbrief van 21 december 2017 is een en ander aan Knarf toegelicht, is haar het rapport van Rodenburg Makelaars toegezonden en is aangekondigd dat huurprijsaanpassing naar een marktconforme huur ter gelegenheid van de buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders van Harderwijk OZ in stemming gebracht zou worden. Deze vergadering heeft op 1 februari 2018 plaatsgevonden. Na uitvoerig debat hebben Blauwvinger en Soeka Djadi op die vergadering vóór aanpassing van de huurprijs gestemd en Knarf tegen.

3.5

De Ondernemingskamer is van oordeel dat in het licht van de na de ontbinding van de maatschapsovereenkomst met [A] in december 2016 gewijzigde omstandigheden, voor Deventerweg en Harderwijk OZ voldoende redenen bestonden om in te stemmen met een huurverlaging voor het door OMVR gehuurde kantoorpand Harderwijk per 1 januari 2017. Daarbij is van belang dat OMVR in het licht van de gewijzigde verhouding tussen partijen geen enkele aanleiding meer had om nog langer akkoord te gaan met de tot dan toe door haar betaalde te hoge huurprijs voor het kantoorpand Harderwijk. Verder geldt dat niet is bestreden dat de door Rodenburg Makelaars vastgestelde (nieuwe) huurprijs marktconform is. De Ondernemingskamer acht het onder die omstandigheden niet onredelijk dat Deventerweg en Harderwijk OZ aan de gerechtvaardigde wens van OMVR tegemoet hebben willen komen. Dit betekent dat in het midden kan blijven of - zoals Blauwvinger en Soeka Djadi stellen en Knarf betwist - ook al vóór december 2016 was afgesproken dat de huurprijs voor het kantoorpand Harderwijk zou worden aangepast. Immers, zelfs indien dat niet het geval zou zijn, levert de huurprijsaanpassing in de gegeven omstandigheden geen gegronde reden op om te twijfelen aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van Deventerweg en Harderwijk OZ.

3.6

Blauwvinger en Soeka Djadi hebben naar aanleiding van de hiervoor in r.o. 3.1 onder b) genoemde bezwaren ter zake van de notulen en de vaststelling van de jaarrekening bij verweerschrift afschriften overgelegd van de aan Knarf verzonden oproepingsbrief voor de algemene vergadering van aandeelhouders van Harderwijk OZ van 9 november 2017, alsmede van de notulen van de algemene vergaderingen van aandeelhouders van Deventerweg en Harderwijk OZ van 9 november 2017, zoals hiervoor onder r.o. 2.13 vermeld. Knarf heeft daar niet meer op gereageerd. De Ondernemingskamer stelt vast dat de bezwaren feitelijke grondslag missen.

3.7

Ten aanzien van de door Rabobank ter zake van het herstelkader rentederivaten uitbetaalde bedragen hebben Blauwvinger en Soeka Djadi toegelicht dat Deventerweg in mei 2016 een bedrag van € 63.998,55 van Rabobank heeft ontvangen. Dit bedrag is als bijzondere bate vermeld in toelichting op de winst- en verliesrekening in de jaarstukken van Deventerweg over 2016. Het van Rabobank ontvangen bedrag is - op aanwijzing van [A] - doorbetaald op een bankrekening van OMVR en vervolgens in rekening-courant tussen OMVR en Deventerweg verrekend. Verder is in oktober 2017 door Rabobank nog een bedrag van € 35.100 als voorschot betaald. Ook dit bedrag is volgens Blauwvinger en Soeka Djadi doorbetaald aan OMVR en in rekening-courant tussen OMVR en Deventerweg verrekend. Knarf heeft een en ander inhoudelijk niet meer bestreden. De Ondernemingskamer stelt vast dat bij deze stand van zaken ook op dit punt geen aanleiding bestaat te twijfelen aan een juist beleid en gang van zaken van Deventerweg en Harderwijk OZ.

3.8

De slotsom is dat de door Knarf aangevoerde bezwaren geen gegronde redenen zijn voor twijfel aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van Deventerweg en Harderwijk OZ. Voor het gelasten van een onderzoek of het treffen van onmiddellijke voorzieningen bestaat dan geen grond. De verzoeken van Knarf zullen worden afgewezen. Knarf zal als de in het ongelijk gestelde partij als na te noemen worden veroordeeld in de kosten van het geding. Nu niet is gebleken dat Knarf haar verzoek baseert op feiten en omstandigheden waarvan zij de onjuistheid kende dan wel behoorde te kennen of op stellingen waarvan zij op voorhand moest begrijpen dat deze geen kans van slagen hadden (vgl. HR 6 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV7828, en HR 15 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2360) acht de Ondernemingskamer geen termen aanwezig om af te wijken van het toepasselijke liquidatietarief. Het verzoek van Blauwvinger en Soeka Djadi tot toepassing van het bepaalde in artikel 2:350 lid 2 BW wordt op dezelfde grond afgewezen (vgl. OK 23 februari 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:583).

4 De beslissing

De Ondernemingskamer:

wijst het verzoek van Knarf af;

veroordeelt Knarf in de kosten van het geding tot op heden aan de zijde van Blauwvinger en Soeka Djadi begroot op € 3.948, en op € 157 voor nasalaris, te vermeerderen met € 82 voor nasalaris en de kosten van het betekeningsexploot ingeval betekening van deze beschikking plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente, indien niet binnen veertien dagen na deze beschikking dan wel het verschuldigd worden van de nakosten aan de kostenveroordeling is voldaan;

verklaart de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af hetgeen meer of anders door Blauwvinger en Soeka Djadi is verzocht.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.M.M. Tillema, voorzitter, mr. G.C. Makkink en mr. A.W.H. Vink, raadsheren, en prof. dr. mr. F. van der Wel RA en drs. C. Smits-Nusteling, raden, in tegenwoordigheid van mr. R. Verheggen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 20 juni 2018.