Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:179

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
23-01-2018
Datum publicatie
26-01-2018
Zaaknummer
200.215.004/01 GDW
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Tegen een beslissing van de kamer dat het verzet ongegrond is, staat geen rechtsmiddel open.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beslissing

___________________________________________________________________ _ _

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht

zaaknummer : 200.215.004/01 GDW

nummer eerste aanleg : C/13/608751 / DW RK 16/538

beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 23 januari 2018

inzake

[naam],

wonend te [plaats],

appellant,

tegen

1. [naam],

gerechtsdeurwaarder te [plaats],

gemachtigde: [naam],

2. [naam],

3. [naam],

gerechtsdeurwaarders te [plaats],

geïntimeerden.

1 Het geding in hoger beroep

1.1.

Appellant (hierna: klager) heeft op 2 mei 2017 een beroepschrift - met bijlage - bij het hof ingediend tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders te Amsterdam (hierna: de kamer) van 25 april 2017.

1.2.

De kamer heeft in de bestreden beslissing het verzet van klager tegen de beschikking van de voorzitter van de kamer van 24 mei 2016, waarbij de klacht van klager tegen geïntimeerden (hierna gezamenlijk: de gerechtsdeurwaarders) als kennelijk ongegrond is afgewezen, ongegrond verklaard.

1.3.

Gerechtsdeurwaarder 1 heeft op 11 mei 2017 een verweerschrift bij het hof ingediend. Op 22 mei 2017 heeft het hof een verweerschrift van gerechtsdeurwaarders 2 en 3 ontvangen.

1.4.

Klager heeft op 22 mei 2017 en 26 juni 2017 nog aanvullende stukken bij het hof ingediend.

1.5.

De zaak is, voor zover het betreft de ontvankelijkheid van klager in het hoger beroep, behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 21 december 2017. Klager is verschenen en heeft het woord gevoerd. De gerechtsdeurwaarders zijn, met berichtgeving vooraf, niet verschenen.

2 Stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.

3 Ontvankelijkheid

3.1.

Klager heeft een klacht ingediend tegen de gerechtsdeurwaarders. De gerechtsdeurwaarders hebben verweer gevoerd. De voorzitter van de kamer heeft vervolgens bij beschikking van 24 mei 2016 de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Deze beschikking is op 25 mei 2016 aan klager toegezonden, waarna klager bij brief van 26 mei 2016 verzet heeft ingesteld tegen deze beschikking. Het verzetschrift is behandeld op de terechtzitting van 28 februari 2017. De kamer heeft bij beslissing van 25 april 2017 het verzet ongegrond verklaard.

3.2.

Artikel 39, lid 4 van de Gerechtsdeurwaarderswet bepaalt dat tegen de beslissing van de kamer op het verzet voor de klager geen rechtsmiddel openstaat. Dat is ook vermeld onder de beslissing waarvan beroep. Van het in voormeld wetsartikel opgenomen rechtsmiddelenverbod kan slechts worden afgeweken, indien bij de totstandkoming van de beslissing een zo fundamenteel rechtsbeginsel is veronachtzaamd, dat van een eerlijke en onpartijdige behandeling van de zaak niet kan worden gesproken. Dit laatste is gesteld noch gebleken.

3.3.

Het voorgaande leidt ertoe dat klager niet kan worden ontvangen in zijn hoger beroep.

4 Beslissing

Het hof verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep tegen de beslissing van de kamer van 25 april 2017.

Deze beslissing is gegeven door mrs. J.C.W. Rang, L.J. Saarloos en A.W. Jongbloed en in het openbaar uitgesproken op 23 januari 2018 door de rolraadsheer.