Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:178

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
23-01-2018
Datum publicatie
26-01-2018
Zaaknummer
200.218.110/01 GDW
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:TGDKG:2017:138
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Tegen een beslissing van de kamer dat het verzet ongegrond is, staat geen rechtsmiddel open.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beslissing

___________________________________________________________________ _ _

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht

zaaknummer : 200.218.110/01 GDW

nummer eerste aanleg : C/13/612649 / DW RK 16/805

beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 23 januari 2018

inzake

[naam],

wonend te [plaats],

appellant,

tegen

[naam],

gerechtsdeurwaarder te [plaats],

geïntimeerde.

1 Het geding in hoger beroep

1.1.

Appellant (hierna: klager) heeft op 26 juni 2017 een beroepschrift - met bijlagen - bij het hof ingediend tegen de beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders te Amsterdam (hierna: de kamer) van 20 juni 2017 (ECLI:NL:TGDKG:2017:138).

1.2.

De kamer heeft in de bestreden beslissing het verzet van klager tegen de beschikking van de plaatsvervangend voorzitter van de kamer van 19 juli 2016, waarbij de klacht van klager tegen geïntimeerde (hierna: de gerechtsdeurwaarder) als kennelijk ongegrond was afgewezen, ongegrond verklaard.

1.3.

Op 4 juli 2017 heeft klager het beroepschrift ondertekend bij het hof ingediend.

1.4.

De gerechtsdeurwaarder heeft op 26 juli 2017 een verweerschrift bij het hof ingediend.

1.5.

De zaak is, voor zover het betreft de ontvankelijkheid van klager in het hoger beroep, behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 21 december 2017. Klager is verschenen en heeft het woord gevoerd. De gerechtsdeurwaarder is, met berichtgeving vooraf, niet verschenen.

2 Stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.

3 Ontvankelijkheid

3.1.

Klager heeft een klacht ingediend tegen de gerechtsdeurwaarder. De gerechtsdeurwaarder heeft verweer gevoerd. De plaatsvervangend voorzitter van de kamer heeft vervolgens bij beschikking van 19 juli 2016 de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Deze beschikking is bij brief van 20 juli 2016 aan klager toegezonden, waarna klager bij brief van 22 juli 2016 verzet heeft ingesteld tegen deze beschikking. Het verzetschrift is behandeld op de terechtzitting van 2 mei 2017, alwaar klager is verschenen. De kamer heeft bij beslissing van 20 juni 2017 het verzet ongegrond verklaard.

3.2.

Artikel 39, lid 4 van de Gerechtsdeurwaarderswet bepaalt dat tegen de beslissing van de kamer op het verzet voor de klager geen rechtsmiddel openstaat. Dat is ook vermeld onder de beslissing waarvan beroep. Van het in voormeld wetsartikel opgenomen rechtsmiddelenverbod kan slechts worden afgeweken, indien bij de totstandkoming van de beslissing een zo fundamenteel rechtsbeginsel is veronachtzaamd, dat van een eerlijke en onpartijdige behandeling van de zaak niet kan worden gesproken. Dit laatste is gesteld noch gebleken.

3.3.

Het voorgaande leidt ertoe dat klager niet kan worden ontvangen in zijn hoger beroep.

4 Beslissing

Het hof verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep tegen de beslissing van de kamer van 20 juni 2017.

Deze beslissing is gegeven door mrs. J.C.W. Rang, L.J. Saarloos en A.W. Jongbloed en in het openbaar uitgesproken op 23 januari 2018 door de rolraadsheer.