Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:1742

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
03-05-2018
Datum publicatie
07-06-2018
Zaaknummer
23-002153-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor mishandeling levensgezel en vernieling van een goed.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-002153-17

datum uitspraak: 3 mei 2018

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 19 juni 2017 in de strafzaak onder parketnummer 13-028999-16 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973,

adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 19 april 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1:
hij op of omstreeks 25 oktober 2015 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, zijn levensgezel, [adres] heeft mishandeld door voornoemde [adres] bij haar keel te grijpen en/of te pakken en/of te knijpen;

2:
hij op of omstreeks 25 oktober 2015 te Amsterdam opzettelijk en wederrechtelijk een telefoon, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [adres] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring en straf komt dan de politierechter.

Bewijsoverweging feit 1

De raadsman heeft aangevoerd dat de verdachte moet worden vrijgesproken voor het onder 1 ten laste gelegde wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs. Uit het dossier volgt niet dat de aangeefster pijn of letsel heeft ondervonden. Het enkele pakken van de keel, zonder daar druk op uit te oefenen, levert geen mishandeling op, aldus de raadsman.

Het hof verwerpt dit verweer.

De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij de aangeefster bij haar keel heeft gepakt en op die wijze haar op het bed heeft geduwd. Hieruit volgt dat hij enige kracht heeft uitgeoefend op haar keel.

Indien uit het dossier en de behandeling ter terechtzitting niet of onvoldoende kan worden afgeleid dat het slachtoffer pijn heeft ondervonden of letsel heeft bekomen, volgt uit jurisprudentie van de Hoge Raad dat onder omstandigheden het bij een ander teweegbrengen van een min of meer hevige onlust veroorzakende gewaarwording in of aan het lichaam een bewezenverklaring van mishandeling kan opleveren.

Gelet op de eerder genoemde verklaring van de verdachte en de verklaring die de aangeefster bij de politie heeft afgelegd in onderling verband en samenhang bezien, kan het naar het oordeel van het hof niet anders zijn dan dat de verdachte, door met zijn hand kracht uit te oefenen op de keel van de aangeefster, een min of meer hevige onlust veroorzakende gewaarwording aan het lichaam van de aangeefster teweeg heeft gebracht.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1:
hij op 25 oktober 2015 te Amsterdam [adres] heeft mishandeld door voornoemde [adres] bij haar keel te pakken.

2:
hij op 25 oktober 2015 te Amsterdam opzettelijk en wederrechtelijk een telefoon, toebehorende aan [adres] , heeft vernield.

Hetgeen onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

mishandeling.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.

Strafbaarheid van de verdachte

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1 en 2 bewezen verklaarde veroordeeld tot taakstraf van 20 uren, waarvan 10 uren voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte tot dezelfde straf zal worden veroordeeld.

De raadsman heeft het hof verzocht om, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, te volstaan met een geheel voorwaardelijke geldboete voor feit 1.

Voor feit 2 heeft hij verzocht om toepassing van artikel 9a Wetboek van Strafrecht, dan wel een geheel voorwaardelijke geldboete.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte en heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft de vrouw met wie hij gedurende lange tijd een relatie heeft gehad in haar woning mishandeld door haar bij haar keel te pakken. Hij heeft daarmee een grove inbreuk gemaakt op haar lichamelijke integriteit. Het hof rekent dit de verdachte zwaar aan, ook omdat hij dit heeft gedaan in de huiselijke sfeer, waar de vrouw zichzelf veilig moet kunnen voelen, en in aanwezigheid van hun kind. De verdachte heeft daarnaast de telefoon van de aangeefster vernield door deze tegen een muur te gooien. Het hof rekent hem niet alleen deze vernieling aan, maar eveneens de onveiligheidsgevoelens die dergelijk heftig geweld tegen een voorwerp, gepleegd in een woning, veroorzaken.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiƫle Documentatie van 5 april 2018 is hij eerder onherroepelijk veroordeeld, zij het voor andersoortige feiten.

De raadsman heeft verzocht te volstaan met een schuldigverklaring zonder oplegging van straf of maatregel of met de oplegging van een voorwaardelijke geldboete. Het hof is van oordeel dat dit te zeer voorbij gaat aan de ernst van de bewezen feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan.

De vordering van de advocaat-generaal doet naar het oordeel van het hof onvoldoende recht aan de ernst van de gepleegde feiten.

Het hof zal alles afwegende de verdachte een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur opleggen. Met deze voorwaardelijke gevangenisstraf wordt enerzijds de ernst van het feit tot uitdrukking gebracht terwijl deze er anderzijds toe strekt de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst een dergelijk feit opnieuw te plegen

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57, 300 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.L.M. van der Voet, mr. W.M.C. Tilleman en mr. F.M.D. Aardema, in tegenwoordigheid van mr. K. van der Togt, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 3 mei 2018.

Mr. M.L.M. van der Voet en mr. W.M.C. Tilleman zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.