Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:173

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
23-01-2018
Datum publicatie
26-01-2018
Zaaknummer
200.218.791/01 GDW
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Klaagster is in beroep gekomen tegen een beslissing van de plaatsvervangend voorzitter van de kamer. Tegen die beslissing kon verzet worden gedaan bij de kamer. Hiertegen staat geen ander rechtsmiddel open, zodat klaagster niet-ontvankelijk is in haar hoger beroep.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beslissing

___________________________________________________________________ _ _

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht

zaaknummer : 200.218.791/01 GDW

nummer eerste aanleg : C/13/616863 DW RK 16/1108

beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 23 januari 2018

inzake

[appellante] ,

wonend te [plaats] ,

appellante,

tegen

[geïntimeerde] ,

gerechtsdeurwaarder te [plaats] ,

geïntimeerde.

1 Het geding in hoger beroep

1.1.

Appellante (hierna: klaagster) heeft op 6 juli 2017 een beroepschrift - met bijlagen - bij het hof ingediend tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de plaatsvervangend voorzitter van de kamer voor gerechtsdeurwaarders te Amsterdam (hierna: de kamer) als bedoeld in artikel 39 lid 1 Gerechtsdeurwaarderswet (hierna: Gdw) van 27 juni 2017.

1.2.

De plaatsvervangend voorzitter van de kamer heeft in de bestreden beslissing de klacht van klaagster tegen geïntimeerde (hierna: de gerechtsdeurwaarder) als kennelijk ongegrond afgewezen.

1.3.

De gerechtsdeurwaarder heeft op 17 juli 2017 een verweerschrift bij het hof ingediend.

1.4.

Klaagster en de gerechtsdeurwaarder hebben het hof vooraf laten weten niet te zullen verschijnen. Het hof heeft de zaak, voor wat de ontvankelijkheid van klaagster in het hoger beroep betreft, op 21 december 2017 buiten aanwezigheid van partijen in raadkamer behandeld.

2 Stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.

3 De ontvankelijkheid van klaagster in het hoger beroep

3.1.

Klaagster heeft bij brief van 14 oktober 2016 bij de kamer een klacht ingediend tegen de gerechtsdeurwaarder. De plaatsvervangend voorzitter van de kamer heeft bij beslissing van 27 juni 2017 de klacht van klaagster afgewezen als kennelijk ongegrond. Tegen die beslissing is klaagster nu in hoger beroep gekomen.

3.2.

Ingevolge artikel 39 lid 2 Gdw kan tegen de beslissing van de voorzitter van de kamer tot afwijzing van een klacht binnen veertien dagen na de dag van verzending van de kennisgeving schriftelijk verzet worden gedaan bij de kamer. Tegen de beslissing van de voorzitter van de kamer staat geen ander rechtsmiddel open.

3.3.

Op grond van het bovenstaande moet worden geoordeeld dat klaagster niet-ontvankelijk is in haar hoger beroep.

3.4.

Het hiervoor overwogene leidt tot de volgende beslissing.

4 Beslissing

Het hof verklaart klaagster niet-ontvankelijk in haar hoger beroep tegen de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter van de kamer van 27 juni 2017.

Deze beslissing is gegeven door mrs. J.C.W. Rang, L.J. Saarloos en A.W. Jongbloed en in het openbaar uitgesproken op 23 januari 2018 door de rolraadsheer.