Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:1713

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
13-04-2018
Datum publicatie
05-06-2018
Zaaknummer
23-001753-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Zoekgeraakt dossier. Openbaar ministerie niet-ontvankelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-001753-15

datum uitspraak: 30 maart 2018

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 17 april 2015 in de strafzaak onder parketnummer 13-674028-14 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974,

adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 30 maart 2018.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is – blijkens een zich bij de stukken bevindende uitdraai uit COMPAS van 14 april 2017 - ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 05 augustus 2013 te Amsterdam, althans in Nederland, toen de aldaar dienstdoende [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] (zijnde(hoofd)agent(en) bij de politie Amsterdam/Amstelland) verdachte op verdenking van het overtreden van artikel 453 van het Wetboek van Strafrecht, in elk geval op verdenking van het gepleegd hebben van enig strafbaar feit, op heterdaad ontdekt, had(den) aangehouden en vastgegrepen, althans vast had(den) teneinde hem ten spoedigste te geleiden voor een hulpofficier van justitie en hem daartoe over te brengen naar een plaats van verhoor, te weten een bureau (bureau Rivierenbuurt) van politie Amsterdam/Amstelland, zich met geweld heeft verzet tegen bovengenoemde opsporingsambtenaar [verbalisant 1] , werkzaam in de rechtmatige uitoefening zijner bediening, door opzettelijk gewelddadig (met kracht) te schoppen en/of te trappen in/tegen het gelaat/gezicht/(boven) linkeroog, tengevolge waarvan deze opsporingsambtenaar enig lichamelijk letsel (haematoom bovenste ooglid linkeroog) bekwam; ( artikel 181 Wetboek van Strafrecht) en/of hij op of omstreeks 05 augustus 2013 te Amsterdam,althans in Nederland, opzettelijk mishandelend een ambtenaar, te weten [verbalisant 1] ( zijnde (hoofd)agent bij de politie Amsterdam/Amstelland), gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening (te weten belast met noodhulpdienst), (met kracht) in/tegen diens gelaat/gezicht/(boven)linkeroog heeft geschopt en/of getrapt, waardoor voornoemde ambtenaar letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof, om hierna te noemen redenen, het openbaar ministerie niet-ontvankelijkheid in zijn vervolging zal verklaren.

Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in zijn vervolging

De advocaat-generaal heeft verzocht de inleidende dagvaarding nietig te verklaren wegens het ontbreken van het dossier.

De raadsvrouw heeft bepleit dat het openbaar ministerie wegens het ontbreken van het dossier niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging van de verdachte nu hij geen eerlijk proces kan krijgen.

Het hof overweegt als volgt.

Het hof beschikt niet over het strafdossier en heeft - gelet op de vergeefse pogingen die blijkens het hofdossier zijn gedaan om het strafdossier te achterhalen - ook niet de verwachting dat dit nog achterhaald kan worden. Omdat zonder het strafdossier geen onderzoek van de zaak meer kan plaatsvinden, zal het openbaar ministerie niet-ontvankelijk worden verklaard in de vervolging.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart het openbaar ministerie ter zake van het ten laste gelegde niet-ontvankelijk in de vervolging van de verdachte.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.J.A. Duker, mr. H.M.J. Quaedvlieg en mr. M.R. Cox, in tegenwoordigheid van R. Rasink, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 30 maart 2018.

Mr. M.R. Cox is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.