Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:1689

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
29-05-2018
Datum publicatie
07-06-2018
Zaaknummer
23-002459-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Diefstal, art. 310 Sr. Geen strafoplegging, art. 9a Sr.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-002459-17

datum uitspraak: 29 mei 2018

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 6 juli 2017 in de strafzaak onder parketnummer 15-066357-17 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975,

adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 15 mei 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

zij op of omstreeks 7 april 2017 in de gemeente Alkmaar met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in of uit een winkel gelegen aan de Stationsweg aldaar heeft weggenomen (fris)drank en/of mondwater (Listerine) en/of een of meer (ander(e)) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan Albert Heijn ToGo, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een enigszins andere bewezenverklaring en een andere beslissing ten aanzien van de strafoplegging komt dan de politierechter.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

zij op 7 april 2017 in de gemeente Alkmaar met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in of uit een winkel gelegen aan de Stationsweg heeft weggenomen frisdrank, mondwater (Listerine) en andere goederen, toebehorende aan Albert Heijn ToGo.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

diefstal.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van één week.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep verzocht aan het bepaalde in artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht toepassing te geven. Hij heeft daartoe gewezen op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder haar psychische gesteldheid, en aangevoerd dat geen strafdoel is gediend bij het opleggen van een sanctie.

Het hof overweegt als volgt.

Uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep en de inhoud van de stukken van het dossier is gebleken dat de verdachte lijdt aan psychische problemen, terwijl contacten met hulpverlenende instanties moeizaam verlopen. Uit een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 1 mei 2018 blijkt dat zij, mogelijk gerelateerd aan de psychische problematiek, eerst op bijna 40-jarige leeftijd met justitie in aanraking is gekomen, waarna zij in de afgelopen drie jaren meermalen en deels na dit feit wegens onder meer winkeldiefstallen is veroordeeld tot geldboetes en (korte) gevangenisstraffen.

Gelet op de recente veroordelingen, de relatief geringe ernst van het bewezenverklaarde feit en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte ziet het hof aanleiding aan de verdachte geen straf of maatregel op te leggen.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Bepaalt dat ter zake van het bewezen verklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.M.J. Quaedvlieg, mr. M.L.M. van der Voet en mr. A.M. Ruige, in tegenwoordigheid van R.L. Vermeulen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 29 mei 2018.

mr. A.M. Ruige is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[…]