Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:1581

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
03-05-2018
Datum publicatie
22-05-2018
Zaaknummer
23-002969-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Diefstal. Bevestiging met aanvulling van in hoger beroep gevoerd verweer over betrouwbaarheid proces-verbaal verbalisant.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-002969-17

datum uitspraak: 3 mei 2018

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 15 augustus 2017 in de strafzaak onder parketnummer 13‑702308-17 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1966,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 19 april 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat eveneens de vordering benadeelde partij wordt toegewezen en de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht zal worden opgelegd.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof hieronder respondeert op een in hoger beroep gevoerd verweer.

Bespreking van een in hoger beroep gevoerd verweer

De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde feit wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs. Daartoe heeft de raadsman – kort weergegeven – aangevoerd dat het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] niet tot het bewijs kan worden gebezigd, omdat de verbalisant gelet op zijn voorgeschiedenis met de verdachte vooringenomen was en het proces-verbaal om die reden onbetrouwbaar is.

Het hof verwerpt dit verweer. Het hof stelt voorop dat het proces-verbaal op ambtsbelofte door de verbalisant is opgemaakt. Het dossier noch het verhandelde ter zitting biedt aanknopingspunten voor de stelling van de verdediging. De enkele eerdere betrokkenheid van de verbalisant bij de verdachte is onvoldoende om vast te stellen dat de verbalisant zich bij het opstellen van het proces-verbaal heeft laten leiden door vooringenomenheid.

BESLISSING

Het hof:

Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.L. Leenaers, mr. M.F.J.M. de Werd en mr. M.M. van der Nat, in tegenwoordigheid van A.D Renshof, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 3 mei 2018.

De griffier is buiten staat dit arrest te ondertekenen.