Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:1563

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
24-04-2018
Datum publicatie
09-05-2018
Zaaknummer
23-000194-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Minderjarige; Leerplichtwet 1969; luxeverzuim; 9a Sr.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 23-000194-18

Datum uitspraak: 24 april 2018

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Haarlem van 19 januari 2018 in de strafzaak onder parketnummer 15-158732-17 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 1] 2000,

adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 24 april 2018.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

zij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 11 juli 2017 tot en met 14 juli 2017 te Zaandam, gemeente Zaanstad, in elk geval in Nederland, telkens niet heeft voldaan aan de verplichting om overeenkomstig de bepalingen van paragraaf 2a van de Leerplichtwet 1969, terwijl zij als leerling of deelnemer van een school of instelling, te weten het Sint Michael College stond ingeschreven op grond van artikel 4a, eerste lid, het volledige onderwijsprogramma respectievelijk het volledige programma van de combinatie leren en werken te volgen dat door die school of instelling werd aangeboden, dan wel de instelling na inschrijving geregeld te bezoeken, terwijl ten aanzien van haar de leerplicht, als bedoeld in paragraaf 2 van genoemde wet was geëindigd en zij nog geen startkwalificatie had behaald.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan

ingevolge artikel 395a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewijsoverweging

De raadsman heeft aangevoerd dat de verdachte van het ten laste gelegde moet worden vrijgesproken omdat zij op 11 juli 2017 met voorafgaande instemming van de docent thuis heeft gewerkt en aan de verplichtingen die zij op 12, 13 en 14 juli 2017 volgens het door de schoolleiding gemaakte rooster voor dat schooljaar nog had, heeft voldaan, zij het een week later. Zij heeft derhalve het onderwijsprogramma volledig gevolgd.

Het hof overweegt het volgende.

Overtreding van artikel 4c lid 1 Leerplichtwet is aan de orde indien een leerling die is ingeschreven op een school het volledige onderwijsprogramma niet heeft gevolgd (naar het oordeel van het hof ziet dit niet op het lesrooster voor een bepaald jaar maar op het totaal van het onderwijsprogramma dat tot het einddiploma leidt) of de instelling na inschrijving niet geregeld heeft bezocht.

Het hof is met de verdediging van oordeel dat van verzuim als bedoeld in de leerplichtwet geen sprake is op 11 juli 2017 nu vooraf toestemming was verleend namens de school om die dag thuis aan een opdracht te werken.

Dit is anders voor wat betreft het verwijt in de periode van 12 juli 2017 tot en met 14 juli 2017. Deze aaneengesloten periode van absentie van de verdachte viel buiten de vooraf bekendgemaakte schoolvakanties en voor die afwezigheid was vooraf door school ook geen toestemming verleend. De verdachte heeft derhalve niet voldaan aan de op haar rustende verplichting bedoeld in artikel 4a, eerste lid, van de Leerplichtwet om de school na inschrijving – in de periode van 12 tot en met 14 juli 2017 –geregeld te bezoeken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

zij in de periode van 12 juli 2017 tot en met 14 juli 2017 te Zaandam, gemeente Zaanstad, niet heeft voldaan aan de verplichting om, overeenkomstig de bepalingen van paragraaf 2a van de Leerplichtwet 1969, als leerling van een school, te weten het Sint Michael College, deze school geregeld te bezoeken, terwijl ten aanzien van haar de leerplicht, als bedoeld in paragraaf 2 van genoemde wet was geëindigd en zij nog geen startkwalificatie had behaald.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

als jongere die kwalificatieplichtig is de verplichting tot geregeld volgen van onderwijs niet nakomen.

Strafbaarheid van de verdachte

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging nu zij heeft gedwaald ten aanzien van de geoorloofdheid van haar absentie.

Naar het oordeel van het hof is van dwaling geen sprake. De verdachte wist toen zij de kaartjes voor het festival kocht dat de schoolvakantie (officieel) nog niet zou zijn begonnen als zij in België zou zijn, en dat absentie in dat geval (formeel) niet geoorloofd was. Voorafgaand aan haar vertrek naar België op 12 juli 2017 had de school ook geen toestemming hiervoor verleend.

Er is ook overigens geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht

In verband met de omstandigheden waaronder feit is begaan, acht het hof het raadzaam te bepalen dat geen straf of maatregel wordt opgelegd. Het hof heeft hierbij met name in aanmerking genomen dat uit het dossier niet blijkt dat de verdachte eerder in verband met ongeoorloofd verzuim problemen met de school of contact met de leerplichtambtenaar heeft gehad. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, deelt het hof de verbazing van de verdachte en haar ouders dat de school na het verzuim van de verdachte niet eerst contact heeft gelegd met de verdachte en haar ouders om het verzuim te bespreken.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Bepaalt dat ter zake van het bewezen verklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.L. Leenaers, mr. M. Iedema en mr. M.E. Hinskens - van Neck, in tegenwoordigheid van mr. M.A.T. van Willigen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 24 april 2018.

Mrs. Leenaers en Hinskens - van Neck zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.