Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:1555

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
17-04-2018
Datum publicatie
07-05-2018
Zaaknummer
23-000823-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

huisvredebreuk woningbouwvereniging

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-000823-17

datum uitspraak: 17 april 2018

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 27 februari 2017 in de strafzaak onder parketnummer 15-235342-16 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op 2 januari 1963,

adres: [adres 1] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 3 april 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 17 november 2016 te Purmerend in een besloten lokaal, althans een flat, gelegen aan de [adres 2] te Purmerend en in gebruik bij [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] , althans bij een ander of anderen dan bij verdachte wederrechtelijk is binnengedrongen immers was hem, verdachte, met ingang van 2 mei 2016 schriftelijk de toegang tot die flat ontzegd voor de duur van onbepaalde tijd.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd om proceseconomische redenen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 17 november 2016 te Purmerend in een besloten lokaal, een flat, gelegen aan de [adres 2] te Purmerend, in gebruik bij [benadeelde 2] , wederrechtelijk is binnengedrongen, immers was hem, verdachte, met ingang van 2 mei 2016 schriftelijk de toegang tot die flat ontzegd voor onbepaalde tijd.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

in een besloten lokaal, bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van één week.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee weken, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, en met als bijzondere voorwaarde verplicht reclasseringscontact.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. Woningbouwvereniging [benadeelde 2] heeft het de verdachte verboden in het flatgebouw gelegen aan de [adres 2] in Purmerend te komen vanwege de aanzienlijke overlast die de verdachte veroorzaakte (door vandalisme, vernielingen en ruzies met zijn voormalige vriendin die op nummer 180 woonde). De verdachte is (op 17 november 2016) toch in die flat geweest en heeft aldus blijk gegeven zich niets gelegen te laten liggen aan de door de rechthebbende jegens hem genomen maatregel ter bescherming van de bewoners van de flat.

Blijkens een de verdachte betreffend, omvangrijk, uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 21 maart 2018 is hij eerder onherroepelijk veroordeeld voor huisvredebreuk en voor andere soortgelijke (gewelds)misdrijven. Oplegging van een vrijheidsbenemende straf, zoals door de politierechter is opgelegd, is daarom gerechtvaardigd.

De raadsman heeft in hoger beroep een brief van [reclasseringsmedewerker] , reclasseringsmedewerker, overgelegd, waarin melding wordt gemaakt van de (positieve) ontwikkelingen die de verdachte sinds zijn opname op 12 januari 2018 in de FVK Blaak in Poortugaal heeft doorgemaakt.

Het hof acht, alles afwegende en in het bijzonder gelet op de behandeling die de verdachte thans ondergaat, oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één week passend en geboden. Daaraan zal verplicht reclasseringstoezicht als bijzondere voorwaarde worden verbonden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 63 en 138 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) week.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 2 (twee) jaren dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde verplicht is zich gedurende de proeftijd te melden bij Reclassering Nederland, of een door deze instelling aangewezen andere reclasseringsinstelling, zo vaak en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. van Woensel, mr. W.F. Groos en mr. H.A. van Eijk, in tegenwoordigheid van mr. M.A.T. van Willigen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 17 april 2018.

Mr. Van Woensel is buiten staat dit arrest te ondertekenen.