Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:1464

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
01-05-2018
Datum publicatie
14-06-2018
Zaaknummer
200.208.715/01 OK
Rechtsgebieden
Ondernemingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Ok; enquête; bepalen vergoeding onderzoeker; artikel 2:350 lid 3 BW

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.208.715/01 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 1 mei 2018

inzake

1. de vennootschap naar het recht van Turkije

BIMAŞ BISIKLET MOTOSIKLET SANAYI VE TICARET ANONIM ŞIRKETI,

gevestigd te Izmir, Turkije,

2. de naamloze vennootschap

ECC-BIMAŞ N.V.,

gevestigd te Zaandam,

VERZOEKSTERS,

advocaten: mr. S.W. van den Berg en mr. N.W.A. Tollenaar, kantoorhoudende te Amsterdam,

t e g e n

de naamloze vennootschap

ECC-BIMAŞ N.V.,

gevestigd te Zaandam,

VERWEERSTER,

niet verschenen,

e n t e g e n

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CEEM HOLDING B.V.,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

EUROPE CYCLE COMPANY B.V.,

beide gevestigd te Zaandam,

BELANGHEBBENDEN,

advocaat: mr. R. Willemsen, kantoorhoudende te Den Haag.

1 Het verloop van het geding

1.1

In het vervolg wordt verweerster aangeduid als ECC-Bimas.

1.2

Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen in deze zaak van 23 februari 2017, 1 maart 2017 en 30 maart 2018 en de beschikking van haar voorzitter in deze zaak van 13 februari 2018.

1.3

Bij de beschikkingen van 23 februari en 1 maart 2017 heeft de Ondernemingskamer – voor zover van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van ECC-Bimas over de periode vanaf 5 juni 2014, mr. A.C. van Campen (hierna: de onderzoeker) benoemd teneinde het onderzoek te verrichten, het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 40.000 (exclusief btw) en bepaald dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van ECC-Bimas en dat zij voor de betaling daarvan ten genoegen van de onderzoeker voor de aanvang van diens werkzaamheden zekerheid dient te stellen.

1.4

Op 28 maart 2018 is ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen een brief van de onderzoeker van 27 maart 2018 met daarbij het door de onderzoeker ondertekende verslag (met bijlagen) van voormeld onderzoek, gedateerd 27 maart 2018.

1.5

Bij beschikking van 30 maart 2018 heeft de Ondernemingskamer bepaald dat het hiervoor genoemde onderzoeksverslag (tezamen met de bijlagen) ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden.

1.6

De onderzoeker heeft bij brief aan de Ondernemingskamer van 5 april 2018 een specificatie verstrekt van de aan het onderzoek bestede uren en de in verband daarmee aan ECC-Bimas in rekening gebrachte kosten ten bedrage van € 40.000 exclusief btw.

1.7

Bij brief van 10 april 2018 heeft de Ondernemingskamer partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de door de Ondernemingskamer te bepalen vergoeding van de onderzoeker.

1.8

Geen van partijen heeft gebruik gemaakt van de door de Ondernemingskamer geboden gelegenheid zich uit te laten over de in 1.6 bedoelde specificatie.

2 De gronden van de beslissing

Het door de onderzoeker gedeclareerde bedrag aan onderzoekskosten bedraagt blijkens de door hem opgestelde specificatie € 40.000 exclusief btw. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld zich over deze specificatie uit te laten. Tegen het bedrag aan onderzoekskosten zijn geen bezwaren aangevoerd. Dit bedrag komt de Ondernemingskamer ook niet onredelijk voor. De Ondernemingskamer zal de vergoeding van de onderzoeker overeenkomstig artikel 2:350 lid 3 (https://www.navigator.nl/document/openCitation/%20id909d9174010088634e4eeaeadf8fb658?idp=LegalIntelligence) BW dan ook bepalen als hierna te vermelden.

3 De beslissing

De Ondernemingskamer:

bepaalt de vergoeding van de onderzoeker op € 40.000, de daarover verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar en mr. M.M.M. Tillema, raadsheren, en prof. dr. mr. F. van der Wel RA en drs. M.A. Scheltema, raden, in tegenwoordigheid van mr. S.M. Govers, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 1 mei 2018.

De beschikking is ondertekend door mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar omdat de voorzitter buiten staat is.