Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:1459

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
11-04-2018
Datum publicatie
01-05-2018
Zaaknummer
13/701386-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

verdachte niet in enig belang geschaad door ontbreken handtekening en aankruising gronden in bevel gevangenneming

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

13/701386-18

GERECHTSHOF AMSTERDAM,

MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER

BESCHIKKING in raadkamer op het hoger beroep in de zaak van

[naam] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

thans verblijvende in het huis van bewaring [gedetineerd] ,

tegen de beslissing van de rechtbank Amsterdam van 9 maart 2018, houdende bevel tot zijn gevangenhouding.

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank Amsterdam van

12 maart 2018, waarbij namens de verdachte hoger beroep is ingesteld tegen voormelde beslissing van die rechtbank.

Het hof heeft gezien de beslissing waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de raadsvrouw van de verdachte, mr. N. El Farougui, die de zaak heeft overgenomen van haar kantoorgenote mr. M.R.F. van Raab van Canstein.

De beoordeling

Het hof verenigt zich met de beslissing waarvan beroep en de gronden waarop deze berust.

Het hof stelt vast dat het bevel gevangenneming niet door de rechter die daartoe heeft beslist is ondertekend en niet de gronden van de voorlopige hechtenis bevat. Op grond van artikel 78, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is ondertekening wel vereist, maar dit voorschrift is niet bedreigd met nietigheid. Het hof overweegt verder dat de belangen van de verdachte voldoende zijn gewaarborgd nu niet in geschil is dat de beslissing ter terechtzitting is genomen. Dit is in de aantekening van het mondeling vonnis (AMV) opgenomen. De AMV is wel ondertekend door de politierechter. Het hof stelt verder vast dat de gronden wel waren aangekruist op het vertaalde bevel tot gevangenneming. Gesteld noch gebleken is dat de verdachte door deze gang van zaken in enig belang is geschaad. Het hof zal aan het hiervoor geconstateerde verzuim daarom geen consequenties verbinden.

Het hof acht vluchtgevaar aanwezig nu uit het dossier blijkt dat de verdachte zich ook elders in Europa heeft opgehouden en daarom niet duidelijk is dat hij daadwerkelijk in Roemenië verblijft en aldaar voor justitie te vinden is.

Het hof is van oordeel dat een omstandigheid als bedoeld in artikel 67a, derde lid, Sv zich thans niet voordoet. Weliswaar is door de raadsman gewezen op de LOVS-oriëntatiepunten, maar daaruit valt niet af te leiden dat de tijd die de verdachte in voorlopige hechtenis in het kader van dit bevel heeft doorgebracht evident buiten de bandbreedte valt van straffen die door de rechter in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd.

Met betrekking tot het door de verdachte mondeling gedane verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis geldt dat dit verzoek moet worden afgewezen, omdat hetgeen is aangevoerd onvoldoende is om het belang dat de verdachte heeft bij zijn invrijheidstelling te 13/701386-18

laten prevaleren boven de gewichtige redenen van maatschappelijke veiligheid.

De beslissing

Het hof:

WIJST AF het beroep tegen de bestreden beslissing.

WIJST AF het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.

Deze beschikking is gegeven op 11 april 2018 in raadkamer van dit hof door

mr. J. Piena, voorzitter,

mrs. J.L. Bruinsma en M. Senden, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. D. Boessenkool als griffier.

De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.

Amsterdam, 11 april 2018,

de advocaat-generaal