Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:1449

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
26-04-2018
Datum publicatie
30-04-2018
Zaaknummer
23-002316-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Diefstal en diefstal gedurende de nachtrust op een besloten erf. Art. 310 Sr en art. 311 sub 3 Sr. Aanvulling van de bewijsmiddelen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-002316-17

datum uitspraak: 26 april 2018

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld door de verdachte tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 27 juni 2017 in de strafzaak onder de parketnummer 15-871125-17 en de daarvan deel uitmakende beslissingen op de vorderingen tenuitvoerlegging onder de parketnummers 15-800488-16 en 15-800527-16 tegen

[naam] ,

geboren te [geboorteplaats] op 23 juli 1970,

adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 13 april 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 6 weken met aftrek van voorarrest.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep, waarbij de verdachte ter zake van diefstal en diefstal gedurende de nachtrust op een besloten erf is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 weken met aftrek van voorarrest, en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof in zaak 1 na te melden aanvullingen aanbrengt in de gebezigde bewijsmiddelen.

Het hof vult het in zaak 1 onder 1 opgenomen bewijsmiddel aan met de navolgende zin:

Er zijn camera’s aanwezig in het pad waar de goederen, de chocolade repen, gestolen zijn.

Een proces-verbaal met het nummer [pv-nummer] , opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant] . Dit proces-verbaal houdt in, voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven als verklaring van verbalisant voornoemd:

Ik, verbalisant [verbalisant] , verklaar het volgende. Ik onderzocht de ingestuurde camerabeelden van de Lidl in verband met de winkeldiefstal. Ik heb van deze beelden printscreens gemaakt. Ik heb deze als volgt beschreven. Ik zie dat verdachte [naam] via de ingang de winkel binnenloopt. Op camerabeeld genaamd “vierde gangpad” zie ik [naam] met twee goederen in zijn rechterhand lopen. Deze goederen zijn gelijkend op twee blikken bier. Ik zie dat [naam] aan het einde van het gangpad blijft staan en links richting de stellage kijkt. Ik zie dat hij zijn arm reikt richting de stellage.

BESLISSING

Het hof:

Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene, voor al het overige.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N.A. Schimmel, mr. R. Kuiper en mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt, in tegenwoordigheid van R. L. Vermeulen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 26 april 2018.

De oudste raadsheer en de jongste raadsheer zijn buiten staat dit arrest mede te bevestigen.

=========================================================================

[…]