Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:1426

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
24-04-2018
Datum publicatie
26-04-2018
Zaaknummer
23-001709-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

winkeldiefstal, 1 dag GS MA

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-001709-17

datum uitspraak: 24 april 2018

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 11 mei 2017 in de strafzaak onder parketnummer 13-701697-17 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1974,

adres: [adres],

thans uit anderen hoofde gedetineerd in Penitentiaire Inrichting Zaanstad te Westzaan.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 10 april 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 27 april 2017 te Amsterdam, althans in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een of meerdere blikken bier, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan winkelbedrijf Albert Heijn, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal om proces-economische redenen worden vernietigd.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 27 april 2017 te Amsterdam, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen blikken bier, toebehorende aan winkelbedrijf Albert Heijn.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Bewijsmotivering

Gelet op het feit dat de verdachte in de Albert Heijn twee blikken bier in zijn zak heeft gedaan, daarover dus als heer en meester heeft beschikt, en niet van plan was deze te betalen, zoals door de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep verklaard, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een voltooide winkeldiefstal.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

diefstal.

Strafbaarheid van de verdachte

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee weken, met aftrek van de tijd doorgebracht in verzekering.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee dagen met aftrek van de tijd doorgebracht in verzekering.

De raadsvrouw heeft verzocht te volstaan met het opleggen van een gevangenisstraf zoals de advocaat-generaal heeft gevorderd, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte en heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft door te handelen als bewezen verklaard het eigendomsrecht van de Albert Heijn geschonden en daarmee overlast en kosten veroorzaakt.

Bovendien was sprake van recidive. Uit een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 3 april 2018 blijkt dat hij eerder onherroepelijk is veroordeeld wegens, onder meer, gelijksoortige feiten.

In beginsel is daarom een straf, gelijk aan de straf die is opgelegd door de politierechter gerechtvaardigd en geboden.

Het hof houdt er echter ook rekening mee dat de verdachte bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 2 januari 2018 is veroordeeld tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee jaren en daarnaast inmiddels, meer dan voorheen, bereid lijkt te zijn actief hulp te zoeken voor zijn verslavingsproblematiek.

Aan hem zal daarom geen gevangenisstraf worden opgelegd die de duur van het voorarrest overschrijdt.

Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) dag.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. F.M.D. Aardema, mr. W.M.C. Tilleman en mr. C.N. Dalebout, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Tilburg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 24 april 2018.

De oudste raadsheer is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

[…]