Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:1411

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
06-04-2018
Datum publicatie
25-04-2018
Zaaknummer
23-003020-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep; artikel 416 lid 2 Sv.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 23-003020-17

Datum uitspraak: 6 april 2018

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 8 augustus 2017 op de vordering van het openbaar ministerie ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht in de ontnemingszaak met nummer 15-710301-15 tegen de veroordeelde

[veroordeelde] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1983,

adres: [adres].

Procesgang

Het openbaar ministerie heeft in eerste aanleg gevorderd dat aan de veroordeelde de verplichting zal worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, geschat tot een bedrag van € 427.000,-.

De veroordeelde is bij vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 8 augustus 2017 – kort gezegd – veroordeeld ter zake van:

het onder 1 bewezenverklaarde

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod;

het onder 2 bewezenverklaarde

diefstal;

het onder 3 bewezenverklaarde

diefstal, meermalen gepleegd.

Voorts heeft de rechtbank Noord-Holland bij vonnis van 8 augustus 2017 de veroordeelde de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 236.357,00 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

De veroordeelde heeft hoger beroep ingesteld tegen laatstgenoemd vonnis.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

6 april 2018. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

Ontvankelijkheid van de veroordeelde in het hoger beroep

Nu door of namens de veroordeelde geen schriftuur houdende grieven is ingediend, mondeling geen bezwaren tegen het vonnis zijn opgegeven en ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig onderzoek van de zaak, zal de veroordeelde gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering niet-ontvankelijk worden verklaard in het hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de veroordeelde niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.D.L. Nuis, mr. A.D.R.M. Boumans en mr. M.E. Hinskens - van Neck, in tegenwoordigheid van mr. M.C.W. van der Voort, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 6 april 2018.

[…]