Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:1355

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
04-04-2018
Datum publicatie
25-04-2018
Zaaknummer
13/654021-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Voorlopige hechtenis; alsnog opnemen vluchtgevaar; verdergaande discussie over de bewijswaarde is voor de inhoudelijke behandeling

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

13/654021-18

GERECHTSHOF AMSTERDAM,

MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER

BESCHIKKING in raadkamer op het hoger beroep in de zaak van

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1990,

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

thans verblijvende in het huis van bewaring Almere Binnen te Almere,

tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 19 maart 2018, houdende bevel tot zijn gevangenhouding.

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank Amsterdam van

21 maart 2018, waarbij namens de verdachte hoger beroep is ingesteld tegen voormelde beschikking van die rechtbank.

Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en raadsvrouw van de verdachte, mr. A.S. Kamphuis.

De beoordeling

Het hof verenigt zich met de beschikking waarvan beroep met uitzondering van de gronden. De zogenoemde 12-jaarsgrond (geschokte rechtsorde), de onderzoeksgrond en de recidivegrond. kunnen komen te vervallen. Meer in het bijzonder acht het hof naar aanleiding van hetgeen thans in het dossier aanwezig is geen geschokte rechtsorde aanwezig.

Daarentegen is het hof van oordeel dat het vluchtgevaar als grond van de voorlopige hechtenis alsnog dient te worden opgenomen, nu de verdachte geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland heeft noch een wezenlijke binding met Nederland en evenmin een adres in Hongarije bekend is. De kans is aldus aannemelijk dat hij voor justitie niet te traceren zal zijn bij vrijlating.

Het hof sluit zich voor wat betreft de ernstige bezwaren aan bij de motivering van de rechter-commissaris. Dat over de bewijswaarde nog gediscussieerd kan worden, komt bij de inhoudelijke behandeling aan de orde en gaat het bestek van de raadkamerbehandeling te buiten.

13/654021-18

De beslissing

Het hof:

WIJST AF het beroep tegen de bestreden beschikking.

Deze beschikking is gegeven op 4 april 2018 in raadkamer van dit hof door

mr. J.L. Bruinsma, voorzitter,

mrs. M.M.H.P. Houben en F.A. Hartsuiker, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. D. Boessenkool als griffier.

De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.

Amsterdam, 4 april 2018,

de advocaat-generaal