Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:1242

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
10-04-2018
Datum publicatie
19-04-2018
Zaaknummer
23-003288-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

opzettelijk niet voldoen aan een bevel, krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-003488-17

datum uitspraak: 10 april 2018

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 29 september 2017 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 13-113464-17 en 13-122022-17 en 13-126425-17 en 13-128891-17 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1959,

BRP- adres: [adres],

thans uit anderen hoofde gedetineerd in Penitentiaire Inrichting Zaanstad te Westzaan.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 27 maart 2018.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlasteleggingen

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

Zaak met parketnummer 13-113464-17 (Zaak A):

hij op of omstreeks 22 juni 2017 te 15:05 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 172 en/of 177 van de Gemeentewet en/of 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, in elk geval krachtens wettelijk voorschrift, door of namens de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied 1 Centrum , althans uit een door de burgemeester aangewezen gebied, te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden niet meer te bevinden.

Zaak met parketnummer 13-122022-17 (Zaak B):

hij op of omstreeks 3 juli 2017 te 17:00 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 172 en/of 177 van de Gemeentewet en/of 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, in elk geval krachtens wettelijk voorschrift, door of namens de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied 1 Centrum , althans uit een door de burgemeester aangewezen gebied, te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden niet meer te bevinden.

Zaak met parketnummer 13-126425-17 (Zaak C):

hij op of omstreeks 9 juli 2017 te 15:12 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 172 en/of 177 van de Gemeentewet en/of 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, in elk geval krachtens wettelijk voorschrift, door of namens de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied 1 centrum, althans uit een door de burgemeester aangewezen gebied, te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden niet meer te bevinden.

Zaak met parketnummer 13-128891-17 (Zaak D):

hij op of omstreeks 11 juli 2017 te 15.00 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 172 en/of 177 van de Gemeentewet en/of 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, in elk geval krachtens wettelijk voorschrift, door of namens de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied 1 centrum, althans uit een door de burgemeester aangewezen gebied, te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden niet meer te bevinden.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewijsoverweging ten aanzien van de zaken A en B

De raadsvrouw van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep aan de hand van haar overgelegde pleitnotities vrijspraak bepleit van het onder de zaken A en B ten laste gelegde. Daartoe heeft zij, kort gezegd, aangevoerd dat de verdachte op 22 juni 2017 en 3 juli 2017 niet op de hoogte was van het gebiedsverbod dat aan hem was opgelegd voor de periode van 14 april 2017 tot en met 14 juli 2017. Ten aanzien van de zaken C en D heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van het gerechtshof.

Het hof verwerpt het verweer van de raadsvrouw en overweegt daaromtrent als volgt.

Op grond van de gebezigde bewijsmiddelen kan worden vastgesteld dat de verdachte op de in de zaken A, B, C en D genoemde data op de hoogte was van het verwijderingsbevel dat jegens hem was uitgevaardigd. In het door politieambtenaar [verbalisant] opgemaakte proces-verbaal van bevindingen relateert [verbalisant] dat hij op 30 mei 2017 aan de verdachte heeft medegedeeld dat aan de verdachte eerder een 3-maandenverbod was uitgereikt, ingaande 15 april 2017 en eindigend 14 juli 2017, waarbij hij de verdachte ook een kaartje van het gebiedsverbod heeft uitgereikt. Gelet hierop stelt het hof vast dat de verdachte daarmee wetenschap had van het verwijderingsbevel van 12 april 2017 en de periode waarin hij zich niet in overlastgebied 1 Centrum mocht bevinden. Hier doet, anders dan de raadsvrouw meent, niet aan af dat het verwijderingsbevel de facto niet aan de verdachte in persoon is betekend.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaken A, B, C en D ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Zaak met parketnummer 13-113464-17 (Zaak A):

hij op 22 juni 2017 te 15:05 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 namens de burgemeester van Amsterdam gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied 1 Centrum te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden niet meer te bevinden.

Zaak met parketnummer 13-122022-17 (Zaak B):

hij op 3 juli 2017 te 17:00 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 namens de burgemeester van Amsterdam gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied 1 Centrum te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden niet meer te bevinden.

Zaak met parketnummer 13-126425-17 (Zaak C):

hij op 9 juli 2017 te 15:12 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 namens de burgemeester van Amsterdam gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied 1 Centrum te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden niet meer te bevinden.

Zaak met parketnummer 13-128891-17 (Zaak D):

hij op 11 juli 2017 te 15.00 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 namens de burgemeester van Amsterdam gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied 1 Centrum te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden niet meer te bevinden.

Hetgeen in de zaken A, B, C en D meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het in de zaken A, B, C en D bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het in de zaken A, B, C en D bewezen verklaarde levert telkens op:

opzettelijk niet voldoen aan een bevel, krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het in de zaken A, B, C en D bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden alsmede de oplegging van een gebiedsverbod met de dadelijke uitvoerbaarverklaring ervan.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf en maatregel als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft vier keer een namens de Burgemeester van Amsterdam opgelegde gebiedsverbod overtreden. Dergelijke verboden hebben tot doel het verstoren van de openbare orde en overlast aan bewoners, bedrijven en toeristen binnen een bepaald gebied tegen te gaan en worden daartoe vanwege het bevoegd gezag gegeven. Door een dergelijk verbod te negeren frustreert de verdachte het door de gemeente gevoerde beleid op dat terrein waarbij de verdachte het laakbare van zijn handelen niet lijkt in te zien.

Daarnaast blijkt uit een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 15 maart 2018 dat hij eerder meermalen onherroepelijk is veroordeeld.

Gelet hierop meent het hof dat – anders dan de raadsvrouw heeft betoogd – met de oplegging van een taakstraf dan wel een voorwaardelijke gevangenisstraf de ernst van de bewezenverklaarde feiten onvoldoende tot uitdrukking wordt gebracht en dat niet kan worden volstaan met een andere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Wel ziet het hof in de ter terechtzitting in hoger beroep gebleken persoonlijke omstandigheden van de verdachte aanleiding een lagere straf op leggen dan gevorderd door de advocaat-generaal. Het hof acht geen termen aanwezig naast de gevangenisstraf een vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 57, 63 en 184 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummers 13-113464-17, 13-126425-17, 13-122022-17 en 13-128891-17 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummers 13-113464-17, 13-126425-17, 13-122022-17 en 13-128891-17 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. F.M.D. Aardema, mr. G. Oldekamp en mr. M.L.M. van der Voet, in tegenwoordigheid van mr. O.F. Qane, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 10 april 2018.

[…]