Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:1146

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
06-03-2018
Datum publicatie
16-05-2018
Zaaknummer
200.210.659/01 OK
Rechtsgebieden
Ondernemingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

beëindiging enquête en onmiddellijke voorzieningen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.210.659/01 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 6 maart 2018

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[A]

gevestigd te [....] ,

VERZOEKSTER,

advocaat: mr. O.J. Praamstra, kantoorhoudende te Zoetermeer,

t e g e n

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[B] .,

gevestigd te [....] ,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[C] ,

gevestigd te [....] ,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[D] ,

gevestigd te [....] ,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[E] ,

gevestigd te [....] ,

5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[F] ,

gevestigd te [....] ,

VERWEERSTERS,

advocaten: mr. E.A.H. ten Berge en mr. J.J. Wittekamp, beiden kantoorhoudende te Naaldwijk,

e n t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[G] ,

gevestigd te [....] ,

BELANGHEBBENDE,

advocaten: mr. E.A.H. ten Berge en mr. J.J. Wittekamp, beiden kantoorhoudende te Naaldwijk.

1 Het verloop van het geding

1.1

Verzoekster en verweersters worden hierna als volgt aangeduid:

- verzoekster met [A] ;

- verweerster sub 1 met [B] ;

- verweersters sub 1 tot en met 5 met [B] c.s.;

1.2

Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar de beschikkingen van 18 mei, 19 mei en 29 september 2017.

1.3

Bij de beschikking van 18 mei 2017 heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van [B] c.s. over de periode vanaf 1 juli 2015 en bij wijze van onmiddellijke voorzieningen met onmiddellijke ingang en vooralsnog voor de duur van het geding [A] als bestuurder van [B] . geschorst, bepaald dat zij zolang de schorsing voortduurt geen aanspraak heeft op een management fee en een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd tot commissaris van [B] . De aanwijzing van de onderzoeker is aangehouden totdat een van partijen zou verzoeken om aanwijzing van de onderzoeker.

1.4

Bij de beschikking van 19 mei 2017 heeft de Ondernemingskamer W.R. Küh aangewezen als commissaris.

1.5

Na een verzoek van mr. Praamstra namens [A] heeft de Ondernemingskamer bij de beschikking van 29 september 2017 mr. C.F. Mijs aangewezen als onderzoeker.

1.6

Bij brief van 27 februari 2018 heeft mr. Praamstra namens [A] de Ondernemingskamer laten weten dat partijen een minnelijke regeling hebben bereikt en heeft hij de Ondernemingskamer verzocht om het onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van [B] c.s. en de getroffen onmiddellijke voorzieningen te beëindigen.

1.7

Bij e-mailbericht van 1 maart 2018 heeft de secretaris van de Ondernemingskamer aan (de advocaten van) [B] c.s. en [G] , met kopie aan Küh en Mijs, voormeld verzoek van mr. Praamstra toegezonden en hen in de gelegenheid gesteld uiterlijk op 5 maart 2018 te 12.00 uur eventuele bezwaren tegen toewijzing van het verzoek kenbaar te maken.

1.8

Op 1 maart 2018 heeft mr. Wittekamp bevestigd dat partijen een minnelijke regeling hebben getroffen en dat [B] c.s. en [G] akkoord zijn met beëindiging van de procedure en opheffing van de onmiddellijke voorzieningen.

1.9

Op 2 maart 2018 heeft Küh aan de Ondernemingskamer medegedeeld dat hij geen bezwaar heeft tegen toewijzing van het verzoek bedoeld onder 1.6.

2 De gronden van de beslissing

Nu partijen een minnelijke regeling hebben getroffen, er geen bezwaren zijn ontvangen tegen beëindiging van het onderzoek en opheffing van de getroffen onmiddellijke voorzieningen en de Ondernemingskamer ook voorts niet is gebleken van enig belang dat zich daartegen verzet, zal de Ondernemingskamer het verzoek inwilligen aldus dat zij het bij de beschikking van 18 mei 2017 bevolen onderzoek en de bij die beschikking getroffen onmiddellijke voorzieningen zal beëindigen, één en ander met ingang van heden.

3 De beslissing

De Ondernemingskamer:

beëindigt met ingang van heden het bij haar beschikking van 18 mei 2017 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van [B] ., [C] , [D] , [E] , [F] ;

beëindigt met ingang van heden de bij haar beschikking van 18 mei 2017 getroffen

onmiddellijke voorzieningen;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar, en mr. A.J. Wolfs, raadsheren, prof. dr. R.A.H. van der Meer RA, drs. P.G. Boumeester, raden, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Sterk, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 6 maart 2018.