Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:1138

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
06-04-2018
Datum publicatie
17-04-2018
Zaaknummer
200.224.907/01 OK
Rechtsgebieden
Ondernemingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

OK. Verzoek 31 Rv. Afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ARO 2018/100
JONDR 2018/320
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.224.907/01 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 6 april 2018

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

FEYECON B.V.,

gevestigd te Weesp,

VERZOEKSTER,

advocaat: mr. M. Straus, kantoorhoudende te Amsterdam,

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ECHO PHARMACEUTICALS B.V.,

gevestigd te Weesp,

VERWEERSTER,

advocaat: mr. M.E.C. Lok, kantoorhoudende te Den Haag,

e n t e g e n

1. de vennootschap naar vreemd recht

TELOR INTERNATIONAL LIMITED,

gevestigd te Douglas, Isle of Man,

BELANGHEBBENDE,

advocaten mr. R.M. Leeuwenburgh en mr. M.L.M. Bindels, beiden kantoorhoudende te Rotterdam,

e n t e g e n

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NOES BEHEER B.V.,

gevestigd te Nijmegen,

3. [A],

wonende te [.....] ,

BELANGHEBBENDEN,

advocaat mr. M.H.G. Plieger, kantoorhoudende te Nieuwegein,

e n t e g e n

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VANDAAG GOED B.V.,

gevestigd te Oud-Beijerland,

BELANGHEBBENDE,

advocaat: mr. B.P.H. Leijnse, kantoorhoudende te Rotterdam,

5 [B] ,

wonende te [.....] ,

BELANGHEBBENDE,

in persoon verschenen.

1 Het verloop van het geding

1.1

In het vervolg zullen partijen wederom als volgt worden aangeduid:

  • -

    verzoekster met Feyecon;

  • -

    verweerster met Echo;

  • -

    belanghebbende 1 met Telor;

  • -

    belanghebbende 2 met Noes Beheer;

  • -

    belanghebbende 3 met [A] ;

  • -

    belanghebbende 4 met Vandaag Goed;

  • -

    belanghebbende 5 met [B] .

1.2

De Ondernemingskamer verwijst voor het verloop van het geding naar haar beschikking van 23 februari 2018. In die beschikking heeft de Ondernemingskamer de verzoeken van Feyecon tot het gelasten van een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken bij Echo en het treffen van onmiddellijke voorzieningen afgewezen. Feyecon is bij deze beschikking, als de in het ongelijk gestelde partij, in de kosten van het geding veroordeeld. Deze kosten zijn aan de zijde van (i) Echo, (ii) Telor en (iii) Vandaag Goed voor iedere partij begroot op € 716 aan griffierecht en € 2.683 aan salaris advocaat en aan de zijde van Noes Beheer/ [A] op € 1.788 aan salaris advocaat.

1.3

Feyecon heeft bij brief van mr. Straus van 5 maart 2018 verzocht om ‘aanpassing’ van de kostenveroordeling, in die zin dat, zo begrijpt de Ondernemingskamer, Feyecon slechts wordt veroordeeld tot betaling van het door Echo betaalde griffierecht en dat het salaris van de advocaat van Echo, Telor en Vandaag Goed telkens wordt begroot op € 904 en voor Noes Beheer/ [A] op € 452.

1.4

De secretaris van de Ondernemingskamer heeft bij e-mail van 8 maart 2018 (de advocaten van) de overige partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het verzoek van Feyecon.

1.5

Mr. Plieger heeft bij brief van 8 maart 2018 namens Noes Beheer en [A] de Ondernemingskamer verzocht Feyecon niet-ontvankelijk te verklaren in haar verzoek dan wel het verzoek als ongegrond af te wijzen. Mrs. Lok (namens Echo), Leijnse (namens Vandaag Goed) en Bindels (namens Telor) hebben bij afzonderlijke brieven van 13 maart 2018 de Ondernemingskamer verzocht de beschikking van 23 februari 2018 ongewijzigd te laten.

2 De gronden van de beslissing

2.1

Feyecon legt aan haar verzoek het volgende ten grondslag. Op grond van de Wet griffierechten burgerlijke zaken (Wgbz) zijn enkel zij zelf en Echo griffierecht verschuldigd. De overige verschenen partijen zijn op grond van voornoemde wet geen griffierechten verschuldigd – en hebben geen griffierecht betaald – aangezien het gaat om indiening van een verzoek in een zaak waarin reeds een verzoek is ingediend. Feyecon is dan ook ten onrechte veroordeeld tot betaling van griffierecht van Telor en Vandaag Goed. Feyecon is uitsluitend gehouden het door Echo betaalde griffierecht te vergoeden.

Voorts is het salaris van de respectievelijke advocaten onjuist berekend. Volgens het Liquidatietarief rechtbanken en gerechtshoven dient het salaris van de advocaten van Echo en de belanghebbenden te worden begroot op twee punten liquidatietarief waarbij ieder punt wordt gewaardeerd op € 452. Het verzoek van Feyecon dient tevens als bezwaar tegen de kostenveroordeling te worden gekwalificeerd.

2.2

De overige partijen hebben allen verweer gevoerd tegen het verzoek van Feyecon. Dit verweer zal hierna, voor zover van belang, worden aan de orde komen.

2.3

De Ondernemingskamer begrijpt dat Feyecon haar verzoek stoelt op art. 31 Rv en stelt voorop dat die bepaling inhoudt dat de rechter een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent, ambtshalve of op verzoek van een partij, verbetert.

2.4

Feyecon voert aan dat in de begroting van de kosten aan de zijde van Telor en Vandaag Goed ten onrechte griffierecht is vermeld, terwijl zij dit niet hebben betaald. Deze veronderstelling klopt evenwel niet. De Ondernemingskamer heft in enquêteprocedures, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3 lid 1 en 2 Wgbz, griffierecht van elke verzoeker (voor een verzoekschrift) en elke verschenen verweerder/belanghebbende (voor een verweerschrift). Een partij die geen verweerschrift indient, maar wel – al dan niet met advocaat – ter zitting verschijnt, is geen griffierecht verschuldigd. In deze zaak is dienovereenkomstig griffierecht geheven van Feyecon, Echo, Telor en Vandaag Goed en is het door Telor en Vandaag Goed betaalde griffierecht onderdeel van de begroting van de kosten aan de zijde van deze partijen. Er is dus geen sprake van een kennelijke fout.

2.5

Het verzoek van Feyecon tot aanpassing van het toegekende salaris voor de advocaat heeft naar het oordeel van de Ondernemingskamer geen betrekking op een kennelijke fout die zich leent voor eenvoudig herstel. Feyecon maakt bezwaar tegen de gehanteerde uitgangspunten voor de begroting van de kosten. Zij verzoekt de Ondernemingskamer daarmee in wezen de in de beschikking van 23 februari 2018 uitgesproken kostenveroordeling te heroverwegen althans een herberekening te maken. Hiervoor leent zich de procedure ex artikel 31 Rv niet.

2.6

Ten overvloede vermeldt de Ondernemingskamer dat zij in deze zaak haar beleid ten aanzien van het te hanteren tarief en het aantal punten heeft gehanteerd. Dit beleid houdt in dat de Ondernemingskamer, onderdeel van het Gerechtshof Amsterdam, in beginsel aansluit bij het liquidatietarief voor de gerechtshoven. Enquêteprocedures vallen in de categorie “zaken van onbepaalde waarde” waarvoor tarief II geldt waarin per punt het bedrag van € 894 wordt gehanteerd. Voor het opstellen van het verweerschrift wordt één punt gerekend en voor de mondelinge behandeling, waarbij in de regel ook wordt gepleit en die voor de toepassing van het liquidatietarief gelijk is te stellen met een pleidooi, twee punten.

2.7

Voor zover Feyecon met de toevoeging dat het verzoek ook moet worden gekwalificeerd als bezwaar tegen de kostenveroordeling, heeft beoogd om verzet aan te tekenen tegen het geheven griffierecht conform artikel 29 Wgbz, miskent Feyecon dat zij slechts verzet kan aantekenen tegen het griffierecht dat zij zelf heeft betaald (binnen een maand na betaling).

2.8

Op grond van het hiervoor overwogene zal de Ondernemingskamer het verzoek van Feyecon afwijzen.

3 De beslissing

De Ondernemingskamer:

wijst het verzoek van Feyecon af.

Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar en mr. M.M.M. Tillema, raadsheren, en drs. P.R. Baart en prof. dr. mr. F. van der Wel RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. H.H.J. Zevenhuijzen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 6 april 2018.