Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:1011

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
09-03-2018
Datum publicatie
03-04-2018
Zaaknummer
001418-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Rekestprocedure
Inhoudsindicatie

Verzoek ex art. 591a Sv - Voor het vaststellen van de hoogte van het te vergoeden bedrag zoekt het hof in beginsel aansluiting bij de declaratie van de advocaat. Dit wordt echter anders indien gronden van billijkheid aanwezig zijn om hiervan af te wijken. Dit kan bijvoorbeeld zijn gelegen in de bovenmatigheid van de declaratie. Het moet dan wel gaan om een in meer of mindere mate in het oog springende bovenmatigheid (vgl. Gerechtshof Amsterdam 28 mei 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:2466). In casu matiging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling strafrecht

rekestnummer: 001418-17 (591a Sv)

parketnummer in hoger beroep: 23-001302-14

Beschikking op het verzoekschrift op de voet van artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[verzoeker],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1949,

domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat,

mr. H. Bakker, [adres].

1 Inhoud van de verzoek

Het verzoekschrift strekt tot het toekennen van een vergoeding op de voet van artikel 591a Sv ter zake van:

  1. kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van het klaagschrift ex artikel 552a Sv met rekestnummer 000708-17 ten bedrage van € 1.524,60;

  2. kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure ten bedrage van € 550,00.

Een later ingekomen aanvullend verzoekschrift strekt tot het toekennen van een vergoeding op de voet van artikel 591a Sv ter zake van:

3. kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van de tenuitvoerlegging van de last tot teruggave, opgenomen in de beschikking op eerdergenoemd klaagschrift ex artikel 552a Sv met rekestnummer 000708-17, ten bedrage van € 653,40.

2 Procesverloop

Het verzoekschrift is op 10 oktober 2017 ingekomen.

Op 14 december 2017 heeft de advocaat-generaal het standpunt ingenomen dat de vergoedingen onder 1. en 2. kunnen worden toegewezen.

Op 20 februari 2018 is het aanvullend verzoek ingekomen.

Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 23 februari 2018 de advocaat-generaal en de advocaat van verzoeker ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Verzoeker is niet verschenen.

3 Beoordeling van het verzoek

Het verzoekschrift is tijdig ter griffie van dit hof ingediend.

Op 15 september 2017 is het klaagschrift van verzoeker gegrond verklaard en de teruggave aan verzoeker bevolen van de horloges waarop dat klaagschrift betrekking had.

Ingevolge het bepaalde in artikel 90, eerste lid, Sv heeft de toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.

In raadkamer heeft de advocaat van verzoeker toegelicht dat de horloges niet overeenkomstig de beslissing van het hof zijn teruggegeven aan verzoeker. De verzoeker heeft ook na de toewijzende beschikking van het hof kosten voor rechtsbijstand moeten maken omdat het Openbaar Ministerie van plan was de horloges aan een ander terug te geven. Het aanvullend verzoek ziet op die kosten.

Het hof is van oordeel dat laatstgenoemde kosten niet zijn gemaakt in het kader van de klaagschriftprocedure in kwestie en dus niet onder de reikwijdte van artikel 591a Sv vallen, zodat het verzoek in zoverre moet worden afgewezen. Ten aanzien van het oorspronkelijke verzoek overweegt het hof als volgt.

Voor het vaststellen van de hoogte van het te vergoeden bedrag zoekt het hof in beginsel aansluiting bij de declaratie van de advocaat. Dit wordt echter anders indien gronden van billijkheid aanwezig zijn om hiervan af te wijken. Dit kan bijvoorbeeld zijn gelegen in de bovenmatigheid van de declaratie. Het moet dan wel gaan om een in meer of mindere mate in het oog springende bovenmatigheid (vgl. Gerechtshof Amsterdam 28 mei 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:2466).

De declaraties ten behoeve van rechtsbijstand in de onderhavige klaagschriftprocedure betreffen 420 minuten, als volgt gespecificeerd:

23 jan 2017

60 min

bespreking cliënt

60 min

studie dossier

30 jan 2017

48 min

studie dossier

90 min

opstellen processtukken

31 aug 2017

90 min

studie dossier

1 sep 2017

24 min

bespreking cliënt

48 min

raadkamerzitting hof

Het hof is van oordeel dat de gezamenlijke hoogte van deze declaraties zich niet laat verklaren door de aard, omvang en complexiteit van de klaagschriftprocedure, daar de advocaat verzoeker ook heeft bijgestaan in de onderliggende strafzaak. Bovendien zijn meerdere klaagschriftprocedures aangaande de betreffende horloges gevoerd voordat het hof het (hernieuwde) klaagschrift van verzoeker gegrond verklaarde. Niet valt in te zien dat aan die laatste poging opnieuw 7 uren moesten worden besteed. Het hof zal daarom de verzochte vergoeding voor rechtsbijstand sterk gematigd toewijzen en wel tot 210 minuten (de in het overzicht hierboven gecursiveerde posten zullen niet worden toegewezen).

Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding ter zake van kosten rechtsbijstand ten behoeve van het klaagschrift ten bedrage van (3,5 x 180,00 + btw) € 762,30.

Gronden van billijkheid zijn voorts aanwezig voor toekenning van een vergoeding ter zake van kosten rechtsbijstand ten behoeve van het onderhavige verzoekschrift ten bedrage van € 550,00.

4 Beslissing

Het hof :

Kent op de voet van artikel 591a Sv uit ’s Rijks kas aan verzoeker een vergoeding toe van € 1.312,30 (duizend driehonderdtwaalf euro en 30 cent).

Wijst het anders of meer verzochte af.

Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan verzoeker.

Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. R.D. van Heffen, J.H.C. van Ginhoven en P.F.E. Geerlings, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 9 maart 2018.

De voorzitter beveelt:

de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van € 1.312,30 (duizend driehonderdtwaalf euro en 30 cent) op bankrekeningnummer [rekeningnummer] t.n.v. [naam].

Amsterdam, 9 maart 2018,

mr. R.D. van Heffen, voorzitter.