Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:987

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
21-03-2017
Datum publicatie
27-03-2017
Zaaknummer
200.190.832/01
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:TNORARL:2016:9
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Klacht tegen een kandidaat-notaris. Klaagsters verwijten de kandidaat-notaris dat hij bij de intrekking van de volmacht en de legalisatie de belangen van klaagster 1 onvoldoende heeft behartigd en dat hij op een niet respectvolle wijze met klaagsters heeft gecommuniceerd. Verder wordt de kandidaat-notaris verweten dat hij, door zijn onzorgvuldig handelen, klaagster 2 financieel heeft benadeeld.

De kamer heeft de klachten deels gegrond verklaard en de kandidaat-notaris opgelegd de maatregel van schorsing als waarnemer in de uitoefening van het ambt voor de duur van twee weken.

Het hof verklaart de klachten in alle onderdelen ongegrond.

Wetsverwijzingen
Wet op het notarisambt 52
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beslissing

___________________________________________________________________ _ _

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht

zaaknummer : 200.190.832/01 NOT

nummer eerste aanleg : AL/2015/171

beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 21 maart 2017

inzake

mr. [naam] ,

kandidaat-notaris te [plaats] ,

appellant,

gemachtigde: mr. G.L. Maaldrink, advocaat te Den Haag,

tegen

1. [naam] ,

overleden op 26 september 2016, bij leven wonende te [plaats] ,

2. [naam] ,

wonend te [plaats] ,

gemachtigde: mr. L.F.M. Meles, advocaat te Haarlem,

geïntimeerden.

1 Het geding in hoger beroep

1.1.

Appellant (hierna: de kandidaat-notaris) heeft op 10 mei 2016 een beroepschrift – met bijlage – bij het hof ingediend tegen de beslissing van de kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden (hierna: de kamer) van 15 april 2016 (ECLI:NL:TNORARL:2016:9). De kamer heeft in de bestreden beslissing de klacht van geïntimeerde 2 (hierna: klaagster 2) ongegrond en de klacht van geïntimeerde 1 (hierna: klaagster 1) gegrond verklaard en de kandidaat-notaris opgelegd de maatregel van schorsing als waarnemer in de uitoefening van het ambt voor de duur van twee weken.

1.2.

Op 31 mei 2016 heeft de kandidaat-notaris een aanvullend beroepschrift – met bijlagen – bij het hof ingediend.

1.3.

Op 7 juni 2016 en 21 juli 2016 heeft het hof van de kandidaat-notaris nog aanvullende producties ontvangen.

1.4.

Klaagster 2 heeft op 1 augustus 2016 een verweerschrift – met bijlagen – bij het hof ingediend. Op 4 augustus 2016 heeft klaagster 2 nog een nadere productie bij het hof ingediend.

1.5.

Op 17 augustus 2016 heeft het hof van klaagster 1 een verweerschrift – met bijlagen –ontvangen.

1.6.

Op 16 december 2016 zijn bij het hof van de kandidaat-notaris nog nadere producties binnengekomen.

1.7.

Klaagster 2 heeft op 27 december 2016 een brief met daarbij een verweerschrift ‘tevens houdende incidenteel beroep’ en aanvullende producties in het geding gebracht. Het hof heeft voormeld verweerschrift buiten beschouwing gelaten omdat dit stuk is aangemerkt als een repliek, waarvoor geen toestemming was gegeven. Het hof heeft wel kennisgenomen van de aanvullende producties bij genoemde brief, die tijdig zijn ingediend.

1.8.

De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 5 januari 2017. De kandidaat-notaris, vergezeld van zijn gemachtigde, en klaagster 2, vergezeld van haar gemachtigde, zijn verschenen en hebben het woord gevoerd; beide gemachtigden aan de hand van aan het hof overgelegde pleitnota’s.

2 Stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.

3 Feiten

3.1.

Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld. Partijen hebben tegen de vaststelling van die feiten bezwaar gemaakt. Het hof zal hiermee (voor zover relevant) bij de beoordeling rekening houden

3.2.

Samengevat gaat het in deze zaak om het volgende.

3.2.1.

Klaagster 1 is gehuwd geweest met [naam] . Laatstgenoemde is op 25 april 2014 overleden. Uit dit huwelijk is een tweeling geboren, te weten [naam] en [naam] . Klaagster 2 en [naam] (hierna: [de broer] ) zijn geboren uit een eerder huwelijk van klaagster 1.

3.2.2.

Klaagsters hebben op 12 juni 2015 met de kandidaat-notaris op zijn kantoor gesproken over het verlenen van een algehele notariële volmacht door klaagster 1 aan klaagster 2. Bij die gelegenheid is ter sprake gekomen dat klaagster 1 kampte met vasculaire dementie. Verder is de kandidaat-notaris gewezen op de verstoorde verhoudingen tussen klaagster 2 en de overige familieleden.

3.2.3.

Op 14 juli 2015 heeft de kandidaat-notaris, die had gevraagd hem een medische verklaring te verschaffen waaruit bleek dat klaagster 1 wilsbekwaam was, een medische verklaring van 8 juli 2015 ontvangen van [zorginstelling] gericht aan de huisarts van klaagster. In die verklaring staat onder meer:

“Concluderend Imponeert patiënte moment nog adequaat genoeg om notariële beslissingen te nemen. Patiënte is geadviseerd spoedig haar zaken vast te leggen bij de notaris, nu dit nog mogelijk is.”

3.2.4.

Op 17 juli 2015 heeft de kandidaat-notaris het levenstestament van klaagster 1, waarin de volmacht was opgenomen, gepasseerd.

3.2.5.

Op 27 juli 2015 is klaagster 1 tezamen met [de broer] opnieuw op het notariskantoor verschenen en heeft zij aan de notarisklerk [naam] te kennen gegeven dat zij de volmacht weer wenste in te trekken. De intrekking heeft bij die gelegenheid plaatsgevonden.

3.2.6.

Op 31 juli 2015 heeft klaagster 2 telefonisch contact opgenomen met het kantoor van de kandidaat-notaris met de vraag of klaagster 1 de volmacht had ingetrokken. Deze vraag heeft een collega van de kandidaat-notaris bevestigend beantwoord.

3.2.7.

Begin augustus 2015 heeft klaagster 2 wederom met het notariskantoor gebeld en verzocht of er andermaal een volmacht door klaagster 1 kon worden opgesteld in afwachting van een verderstrekkende maatregel. Namens de kandidaat-notaris is daarop geantwoord dat de kandidaat-notaris daartoe niet bereid was.

3.2.8.

Op 15 augustus 2015 is klaagster 1 tezamen met een of meer van haar kinderen opnieuw op het notariskantoor verschenen en is aan de kandidaat-notaris verzocht de handtekening van klaagster 1 onder een document in de Franse taal (een volmacht tot het verwerpen van de nalatenschap van haar overleden echtgenoot, hierna: het document) te legaliseren. Dit heeft de kandidaat-notaris diezelfde dag gedaan.

3.2.9.

Op 3 september 2015 zijn klaagsters bij de kandidaat-notaris op kantoor geweest om de legalisatie te bespreken en te bezien of de verwerping van de nalatenschap door klaagster 1 teniet kon worden gedaan. De kandidaat-notaris heeft klaagsters toen medegedeeld zich de legalisatie niet te kunnen herinneren en klaagster 1 voor de herroeping van de verwerping verwezen naar de Franse notaris die de afwikkeling van de nalatenschap behandelde.

3.2.10.

Bij e-mailbericht van 27 september 2015 heeft klaagster 2 aan de kandidaat-notaris onder meer het volgende bericht:

“De geriater van mijn moeder (..) stelde dat u de aangewezen persoon bent om een brief op te stellen t.b.v. de notaris in Frankrijk, (..), waarin u verklaart dat op grond van uw bevindingen mevrouw [klaagster 1] niet meer in staat kan worden geacht haar wil te richten/bepalen inzake notariële aangelegenheden/handelingen en dat u op grond hiervan geen zaken meer met haar doet. (..) Deze brief, eventueel met een korte instemmende toelichting van haar geriater, kan dan worden vertaald in het Frans en naar de betreffende notaris (..) worden gestuurd.”

Op 1 oktober 2015 heeft klaagster 2 dit e-mailbericht nogmaals aan de kandidaat-notaris toegezonden.

3.2.11.

Op 2 oktober 2015 heeft de kandidaat-notaris per e-mail aan klaagster 2 bericht dat hij nog niet in de gelegenheid was geweest om op haar e-mails te reageren, dat hij meer tijd nodig had om de zaak te bekijken en dat hij haar nog zou antwoorden. Op 18 en 30 oktober 2015 heeft klaagster 2 de kandidaat-notaris een rappel gestuurd. De kandidaat-notaris heeft daarop niet gereageerd.

4 Standpunt van klaagsters

4.1.

Klaagsters verwijten de kandidaat-notaris dat hij bij de intrekking van de volmacht en de legalisatie de belangen van klaagster 1 onvoldoende heeft behartigd en dat hij op een niet respectvolle wijze met klaagsters heeft gecommuniceerd. Verder wordt de kandidaat-notaris verweten dat hij, door zijn onzorgvuldig handelen, klaagster 2 financieel heeft benadeeld. Door de handelwijze van de kandidaat-notaris is de hoogte van het bedrag, dat klaagster 2 te zijner tijd uit de nalatenschap van klaagster 1 zal ontvangen, aanzienlijk verminderd.

4.2.

Ter toelichting op de klachten hebben klaagsters het volgende aangevoerd. Het was nimmer de bedoeling van klaagster 1 om de op 17 juli 2015 verstrekte volmacht in te trekken. Zij weet niet waarom en op welke wijze dit is gebeurd. Door haar ziekte sloeg klaagster 1 vrijwel geen nieuwe informatie meer op. De kandidaat-notaris heeft nagelaten klaagster 2 op de hoogte te stellen van de intrekking van de volmacht. Op 15 augustus 2015 heeft klaagster 1 - zonder dat het document was voorgelezen door de kandidaat-notaris en zonder enige verdere toelichting van zijn kant - haar handtekening gezet. Klaagster 1 heeft dit geheel te goeder trouw gedaan en zij wist niet dat zij door het plaatsen van die handtekening afstand zou doen van de nalatenschap van haar overleden echtgenoot. Zij was voorts op het moment van ondertekenen niet in het bezit van een geldig legitimatiebewijs, althans dat had zij niet bij zich. Door de verwerping van de nalatenschap is klaagster 1 een bedrag van € 100.000,- mis gelopen. Op de verzoeken van klaagster 2 aan de kandidaat-notaris om klaagster 1 behulpzaam te zijn, heeft de kandidaat-notaris ten onrechte niet inhoudelijk gereageerd.

5 Standpunt van de kandidaat-notaris

5.1.

De kandidaat-notaris heeft het volgende aangevoerd ten aanzien van de intrekking van de op 17 juli 2015 verleende volmacht. De notarisklerk, die haar te woord stond, heeft op 27 juli 2015 onder vier ogen een gesprek gevoerd met klaagster 1 over de door haar verzochte intrekking van de volmacht. Daarbij is aan klaagster medegedeeld wat de gevolgen waren van een intrekking en is haar gevraagd of het daadwerkelijk haar wil was om tot intrekking over te gaan. Klaagster 1 heeft die vraag bevestigend beantwoord. Zij wenste al haar kinderen gelijk te behandelen en niet aan een kind een volmacht te geven. Over de intrekking heeft de notarisklerk ruggenspraak gehouden met de kandidaat-notaris. Vervolgens is de notarisklerk overgegaan tot intrekking van de volmacht, waarbij zij klaagster 1 heeft gewezen op het feit dat zij zelf de gevolmachtigde (klaagster 2) in kennis diende te stellen van die herroeping. De notaris verwijst in dit verband naar de verklaring van de notarisklerk van 9 mei 2016, productie 3 bij het aanvullend beroepschrift.

5.2.

Met betrekking tot de legalisatie van de handtekening van klaagster 1 op 15 augustus 2015 heeft de kandidaat-notaris verklaard dat deze naar zijn mening op correcte wijze heeft plaatsgevonden. Klaagster 1 heeft destijds de vragen van de kandidaat-notaris of zij het in het Frans opgestelde document kon lezen, of zij begreep wat erin stond en of zij snapte wat de verdere gevolgen zouden zijn, bevestigend beantwoord. Het legitimatiebewijs van klaagster 1 heeft de kandidaat-notaris gehaald uit het digitale dossier, dat hij in het kader van levenstestament en volmacht had. Gezien het feit dat klaagster 1 kort daarvoor nog op zijn kantoor was geweest, heeft de kandidaat-notaris met zekerheid kunnen vaststellen dat degene die zich op 15 augustus 2015 tot hem wendde daadwerkelijk klaagster 1 was. De legalisatie heeft niet plaatsgevonden aan de balie, zoals klaagster 1 hem verwijt, maar aan een tafel in de wachtkamer. Op dat moment waren er daar geen andere personen aanwezig. Volgens de kandidaat-notaris was klaagster 1, mede gelet op de medische verklaring, bedoeld onder 3.2.3., die tot zijn dossier behoorde, in de korte periode tussen het passeren/intrekken van de volmacht op 17 en 27 juli 2015 en de legalisatie van haar handtekening op 15 augustus 2015 niet zodanig achteruit gegaan dat hij zich zorgen moest maken over haar geestelijke gesteldheid. Ook was het document, dat klaagster 1 had getekend, naar de mening van de kandidaat-notaris niet in strijd met het recht of de openbare orde. Er bestond dan ook geen reden om de legalisatie te weigeren, aldus de kandidaat-notaris.

5.3.

Ten aanzien van de communicatie jegens klaagsters heeft de kandidaat-notaris aangevoerd dat hij inderdaad nader op de e-mails van 27 september en 1, 18 en 30 oktober 2015 had moeten reageren. Vanwege plotselinge ziekte van een medewerker (die de nadere communicatie op zich zou nemen) is beantwoording achterwege gebleven, hetgeen de kandidaat-notaris betreurt. Overigens, aldus nog steeds de kandidaat-notaris, had hij weinig kunnen betekenen voor klaagster 1, aangezien het hier ging om Frans recht en de voorlichtings- en verificatiewerkzaamheden een taak zijn van de Franse notaris.

6 Beoordeling

Intrekking volmacht

6.1.

Anders dan de kamer, is het hof van oordeel dat dit klachtonderdeel ongegrond is. De kandidaat-notaris heeft in de stukken alsmede ter terechtzitting in hoger beroep voldoende concreet uiteengezet wat de gang van zaken is geweest met betrekking tot de intrekking van de volmacht door klaagster 1. Hij heeft daarbij genoegzaam aannemelijk gemaakt dat hij en de medewerkers van het kantoor de nodige zorgvuldigheid in acht hebben genomen en dat hij van de wilsbekwaamheid en de wil van klaagster overtuigd kon en mocht zijn. Het hof heeft geen reden eraan te twijfelen dat de kandidaat-notaris in dit opzicht voldoende alert is geweest. Naar het oordeel van het hof was de kandidaat-notaris niet gehouden om klaagster 2 op de hoogte te stellen van de intrekking van de volmacht op 27 juli 2015. Dit was aan klaagster 1 zelf. Dat de notarisklerk dat ook aan klaagster heeft medegedeeld volgt uit zijn in 5.1. genoemde verklaring van de notarisklerk van 9 mei 2016, waarvan klaagsters de juistheid niet hebben weersproken.

Legalisatie

6.2.

Het hof stelt het volgende voorop. Krachtens artikel 52 van de Wet op het notarisambt houdt legalisatie van een handtekening door de notaris in dat hij op het aangeboden stuk of op een daaraan aangehecht stuk een door hem gedagtekende en ondertekende verklaring stelt waarin hij de echtheid van de op het hem aangeboden stuk gestelde handtekening bevestigt. De legaliserende notaris zal zijn dienst moeten weigeren indien iemand wilsonbekwaam is. Daarnaast geldt dat een notaris niet mag meewerken aan handelingen die naar zijn redelijke overtuiging of vermoeden in strijd met het recht of de openbare orde zijn.

6.3.

Naar het oordeel van het hof heeft de kandidaat-notaris ten tijde van de legalisatie van de handtekening van klaagster 1 zorgvuldig gehandeld. Zo heeft hij klaagster 1 op 15 augustus 2015 meegenomen naar een rustige plek op kantoor en haar vervolgens duidelijke vragen gesteld over het te legaliseren stuk. Hij heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat hij (opnieuw) voldoende aandacht heeft besteed aan de wilsbekwaamheid van klaagster 1 en aan de vraag of het document niet in strijd was met het recht of de openbare orde, alsmede dat hij daaraan niet hoefde te twijfelen. Meer behoefde niet van de kandidaat-notaris te worden verwacht. Dit klachtonderdeel is dan ook, anders dan de kamer heeft geoordeeld, ongegrond.

Communicatie

6.4.

Vast staat dat de kandidaat-notaris na zijn e-mailbericht van 2 oktober 2015 niet meer is teruggekomen op het verzoek van klaagster 2 in haar e-mailbericht van 27 september 2015. Naar het oordeel van het hof ware het correcter geweest als hij dat wel had gedaan. De kandidaat-notaris heeft dit ook erkend. Het uitblijven van een nadere reactie is echter niet zodanig verwijtbaar dat het tot gegrondheid van dit klachtonderdeel dient te leiden. Anders dan klaagster 2 blijkbaar meent kon van de kandidaat-notaris niet worden verwacht dat hij een oordeel over de psychische gesteldheid en wils(on)bekwaamheid van klaagster 1 op en na 27 september 2015 gaf. Dit klachtonderdeel is dan ook ongegrond.

6.5.

Uit het vorenstaande volgt dat ook de klacht over de financiële benadeling van klaagsters ten gevolge van het handelen van de kandidaat-notaris ongegrond is.

6.6.

Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht, kan buiten beschouwing blijven omdat het niet van belang is voor de beslissing in deze zaak.

6.7.

Omwille van de duidelijkheid zal het hof de beslissing van de kamer in haar geheel vernietigen en een nieuwe beslissing geven.

6.8.

Het hiervoor overwogene leidt tot de volgende beslissing.

7 Beslissing

Het hof:

- vernietigt de bestreden beslissing;

en, opnieuw beslissende:

- verklaart de klachten in alle onderdelen ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mrs. A.D.R.M. Boumans, A.M.A. Verscheure en J.W. van Zaane en in het openbaar uitgesproken op 21 maart 2017 door de rolraadsheer.