Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:944

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
22-03-2017
Datum publicatie
23-03-2017
Zaaknummer
23-002654-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vernietiging van het vonnis waarvan beroep. Andere bewezenverklaring. Vrijspraak niet voldoen aan ambtelijk bevel. Veroordeling wegens bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en belediging van een ambtenaar in functie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer: 23-002654-15

datum uitspraak: 22 maart 2017

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 12 juni 2015 in de strafzaak onder parketnummer 13-660571-12 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1980,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

14 juni 2016 en 8 maart 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1:
hij op of omstreeks 01 juli 2012 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel of een vordering, krachtens artikel 2.2 lid 3 van de Algemene Plaatselijke Verordening Amsterdam, in elk geval krachtens enig wettelijk voorschrift gedaan door opsporingsambtenaar [verbalisant 1] (brigadier van politie regio Amsterdam-Amstelland), die was belast met de uitoefening van enig toezicht en / of die was belast met en / of bevoegd verklaard tot het opsporen en / of onderzoeken van strafbare feiten, immers heeft verdachte toen en daar opzettelijk, nadat deze ambtenaar hem had bevolen, althans van hem had gevorderd zich te verwijderen, geen gevolg gegeven aan dit bevel of die vordering;

2:
hij op of omstreeks 01 juli 2012 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opsporingsambtenaar [verbalisant 2] (hoofdagent van regio Politie Amsterdam-Amstelland) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [verbalisant 2] dreigend de woorden toegevoegd :"Je bent een vieze flikker. Ik woon in de buurt, ik weet waar je werkt, ik wacht je op, ik volg je en schiet je door je kop", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
3:
hij op of omstreeks 01 juli 2012 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk beledigend (een) ambtena(a)r(en), te weten [verbalisant 3] (agent van regio Politie Amsterdam-Amstelland), gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, in diens/dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "Jij moet je bek dichthouden, je bent een kankerhoer, je moet je bek houden" en/of "ik maak je af kankerhoer", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank.

Vrijspraak

Door de verdediging is onder meer betoogd dat de vordering niet krachtens een wettelijk voorschrift is gedaan, nu uit het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] niet volgt op basis van welke bevoegdheid hij de vermeende mededeling gedaan zou hebben.

Het hof overweegt daaromtrent als volgt.

Uit het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] volgt, kort gezegd en voor zover hier van belang, dat de verbalisant een grote groep mensen vorderde zich te verwijderen, teneinde de openbare orde te kunnen herstellen. Uit het proces-verbaal van bevindingen van de verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 2] leidt het hof af dat de verdachte deel uitmaakte van deze groep. De verbalisant [verbalisant 1] zag, nadat hij de vordering had gedaan, dat de verdachte op hem af kwam. Hierop vorderde de verbalisant de verdachte dat hij zich moest verwijderen. De verdachte voldeed hier niet aan.

Met de raadsman is het hof van oordeel dat uit het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 1] niet volgt op grond van welke wettelijke bepaling de vordering aan de verdachte is gedaan. Weliswaar is later in het proces-verbaal gerelateerd dat de verbalisant een vordering doet op grond van artikel 2.2 lid 3 van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Amsterdam, echter deze vordering is niet gedaan jegens de verdachte en zag op de situatie waarin anderen de verdachte probeerden te ontzetten van zijn aanhouding.

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 1 is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. De overige verweren die ten aanzien van dit feit zijn gevoerd behoeven daardoor geen bespreking meer.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

2:
hij op 1 juli 2012 te Amsterdam, opsporingsambtenaar [verbalisant 2], hoofdagent van regio Politie Amsterdam-Amstelland, heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [verbalisant 2] dreigend de woorden toegevoegd: "Je bent een vieze flikker. Ik woon in de buurt, ik weet waar je werkt, ik wacht je op, ik volg je en schiet je door je kop";

3:
op 1 juli 2012 te Amsterdam, opzettelijk beledigend een ambtenaar, te weten [verbalisant 3], agent van regio Politie Amsterdam-Amstelland, gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van haar

bediening, in dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "Jij moet je bek dichthouden, je bent een kankerhoer, je moet je bek houden" en "ik maak je af kankerhoer".

Hetgeen onder 2 en 3 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 2 en 3 bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Het onder 3 bewezen verklaarde levert op:

eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt gedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het onder 2 en 3 bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 60 uur, subsidiair 30 dagen hechtenis.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor de feiten 1, 2 en 3 zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 40 uur, subsidiair 20 dagen hechtenis.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig heeft gemaakt aan een bedreiging van een politieambtenaar en belediging van een andere politieambtenaar tijdens de uitoefening van haar functie. De beide politieambtenaren deden hun werk onder moeilijke omstandigheden. De verdachte heeft daaraan op een negatieve manier bijgedragen. Door zijn dreigende woorden heeft hij de betreffende politieambtenaar vrees aangejaagd en de ander in haar eer en goede naam aangetast. Alhoewel het hof minder feiten bewezen acht dan de advocaat-generaal, is het hof van oordeel dat in de eis van de advocaat-generaal de ernst van de feiten en dan met name de door de verdachte geuite bedreiging aan het adres van een politieagent, onvoldoende tot uiting is gebracht. Het hof zal daarom een hogere straf opleggen dan is gevorderd. Daarbij heeft het hof in het nadeel van de verdachte acht geslagen op het op naam van de verdachte gestelde uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 22 februari 2017, waaruit blijkt dat hij eerder onherroepelijk veroordeeld voor soortgelijke feiten.

Het hof acht, alles afwegende, een taakstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 22c, 22d, 57, 63, 266, 267 en 285 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 2 en 3 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 60 (zestig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 30 (dertig) dagen hechtenis.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. S.M.M. Bordenga, mr. A.M. van Amsterdam en mr. M.C. Oostendorp, in tegenwoordigheid van S.E.F. Rahimbaks, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 22 maart 2017.

Mr. M.C. Oostendorp is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.