Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:795

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
24-02-2017
Datum publicatie
27-03-2017
Zaaknummer
200.201.645/01 OK
Rechtsgebieden
Ondernemingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

OK; enquête; gegronde redenen voor twijfel aan juist beleid en juiste gang van zaken; onderzoek bevolen; onmiddellijke voorzieningen getroffen; BW art. 2:345 lid 1, 349a lid 2, 350 leden 1,3 en 4

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 2 345
Burgerlijk Wetboek Boek 2 349a
Burgerlijk Wetboek Boek 2 350
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
OR-Updates.nl 2017-0120
ARO 2017/72
JONDR 2017/553
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.201.645/01 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 24 februari 2017

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SURSUM CORDA JUNIOR B.V.,

gevestigd te Olst-Wijhe,

VERZOEKSTER,

advocaat: mr. L.C.L. Bults, kantoorhoudende te Amsterdam,

t e g e n

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CARE GROUP B.V.,

gevestigd te Arnhem,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CARE INTERMEDIAIR B.V.,

gevestigd te Arnhem,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CARE INTERVENTION B.V.,

gevestigd te Arnhem,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ARBO DESIGN B.V.,

gevestigd te Ter Aar,

5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VERZUIMPUNT B.V.,

gevestigd te Nieuwerbrug a/d Rijn,

VERWEERSTERS,

advocaat: mr. F.B.A.M. van Oss, kantoorhoudende te Ermelo,

e n t e g e n

6. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GSV GROEP B.V.,

gevestigd te Harderwijk,

VERWEERSTER,

niet verschenen,

e n t e g e n

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[A] ,

gevestigd te [....] ,

2. [B],

wonende te [....] ,

BELANGHEBBENDEN,

advocaat: mr. F.B.A.M. van Oss, kantoorhoudende te Ermelo.

1 Het verloop van het geding

1.1

Partijen worden hierna als volgt aangeduid:

verzoekster als Sursum;

verweerster sub 1 als Care Group;

verweersters sub 2 tot en met 6 als de Deelnemingen;

verweersters gezamenlijk als Care Group c.s.;

belanghebbende sub 1 als [A] ;

belanghebbende sub 2 als [B] .

1.2

Sursum heeft bij op 19 oktober 2016 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verzoekschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht – zakelijk weergegeven – bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad,

  1. een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van Care Group over de periode vanaf 1 januari 2009, in welk onderzoek de Deelnemingen betrokken dienen te worden;

  2. bij wijze van onmiddellijke voorzieningen voor de duur van het geding:

a. [A] te schorsen als bestuurder van Care Group;

b. te vernietigen het besluit tot schorsing en ontslag van Sursum als bestuurder van Care Group;

c. het stemrecht van [A] in de algemene vergadering van aandeelhouders te schorsen;

d. een tijdelijk bestuurder van Care Group te benoemen,

althans zodanige voorzieningen te treffen als de Ondernemingskamer geraden acht;

alsmede om Care Group te veroordelen in de kosten van het geding.

1.3

Care Group c.s. en [C c.s.] hebben bij op 15 december 2016 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verweerschrift met producties geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek met veroordeling van Sursum in de kosten van het geding.

1.4

Het verzoek is behandeld ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 5 januari 2017. Bij die gelegenheid hebben de advocaten de standpunten van de onderscheiden partijen toegelicht aan de hand van – aan de Ondernemingskamer en de wederpartij overgelegde – aantekeningen en onder overlegging van op voorhand aan de Ondernemingskamer en de wederpartij gezonden nadere producties. Partijen en hun advocaten hebben vragen van de Ondernemingskamer beantwoord. Partijen hebben, met het oog op door hen te voeren overleg over een minnelijke regeling, de Ondernemingskamer verzocht de beslissing aan te houden tot 1 februari 2017.

1.5

Bij brief van 31 januari 2017, met één bijlage, heeft de advocaat van Sursum de Ondernemingskamer bericht dat tussen partijen geen schikking is bereikt en verzocht uitspraak te doen.

2 De feiten

2.1

Care Group is op 11 september 2001 opgericht en is via de Deelnemingen actief op het gebied van verzuimbegeleiding, arbeidsmobiliteit en medische keuringen. Care Group houdt alle aandelen in Care Intermediair B.V., Care Intervention B.V. en GSV Groep B.V., 75% van de aandelen in Arbo design B.V. en 90% van de aandelen in Verzuimpunt B.V.

2.2

De aandelen in Care Group worden in na te melden verhouding gehouden door:

  • -

    [A] 88%

  • -

    Sursum 10%

  • -

    [D] 1%

  • -

    [E] 1%

[B] is enig aandeelhouder en enig bestuurder van [A] .

[F] (hierna: [F] ) is enig aandeelhouder en enig bestuurder van Sursum.

[G] is enig bestuurder van [D]

2.3

[A] is enig bestuurder van Care Group. Sursum was tot 16 maart 2016 (zie hierna) tevens bestuurder van Care Group. Care Group en [F] zijn bestuurders van Care Intermediair B.V. Care Group is enig bestuurder van Care Intervention B.V., GSV Groep B.V., Arbo design B.V. en Verzuimpunt B.V.

2.4

De laatstelijk op 23 juni 2008 gewijzigde statuten van Care Group houden onder meer in dat het bestuur goedkeuring van de algemene vergadering van aandeelhouders behoeft voor besluiten tot het huren van registergoederen en het aangaan van geldleningen die een door de aandeelhoudersvergadering vast te stellen bedrag te boven gaan (artikel 15 lid 4). Voorts bepalen de statuten dat indien de vennootschap een rechtshandeling verricht met een bestuurder, de vennootschap vertegenwoordigd wordt door een andere bestuurder of, indien de rechtshandeling alle bestuurders betreft, door een door de algemene vergadering aan te wijzen vertegenwoordiger (artikel 15 lid 6 en 7).

2.5

Op 24 december 2008 heeft Sursum tegen een koopsom van € 45.000 10% van het geplaatste kapitaal van Care Group gekocht van [A] . Op dezelfde datum is tussen Care Group, [A] en Sursum een aandeelhoudersovereenkomst gesloten. De aandeelhoudersovereenkomst bevat onder meer de volgende bepalingen:

3.1 Het bestuur van de Vennootschap zal alle informatie en gegevens betreffende de gang van zaken bij de Vennootschap, haar dochtermaatschappij en de door hen gedreven onderneming aan de aandeelhouders verstrekken.

3.2

De aandeelhouders zullen zo vaak als ofwel (één van) de aandeelhouders ofwel het bestuur zulks nodig acht(en) overleg plegen over de gang van zaken van de Vennootschap, haar dochtervennootschappen en de door hen gedreven onderneming.

3.3 (

Het bestuur van) de Vennootschap zal telkens binnen drie maanden na afloop van elk kalenderjaar met betrekking tot dat jaar aan de aandeelhouders de jaarstukken voorzien van toelichting verstrekken.

(…)

8.1

Bij beëindiging van de managementovereenkomst (…) met de Vennootschap (…) is [Sursum] gehouden alle door haar gehouden aandelen (…) onverwijld aan [A] aan te bieden overeenkomstig het hierna in dit artikel bepaalde.

(…)

10.1

Ieder van de aandeelhouders verbindt zich jegens de Vennootschap en de (andere) aandeelhouder dat hij zonder schriftelijke toestemming van de andere aandeelhouder (…) in generlei vorm werkzaam of betrokken zal zijn bij activiteiten, die gelijk zijn of anderszins concurrerend zijn met de activiteiten die van tijd tot tijd door de Vennootschap en/of de dochtervennootschappen worden ontplooid. Het voorgaande geldt zowel gedurende het (…) aandeelhouderschap van de aandeelhouders alsmede gedurende een periode van 2 jaar na beëindiging van hun aandeelhouderschap.

(…)

12.1

Indien één van de partijen de verplichtingen uit hoofde van deze overeenkomst jegens een of meer andere partij(en) niet nakomt, verbeurt de niet-nakomende partij aan de andere partij(en), na een schriftelijke ingebrekestelling (…) een onmiddellijk opeisbare boete van € 50.000,00, te vermeerderen met € 1000,00 voor iedere dag dat de overtreding voortduurt, aan die andere partijen te voldoen pro rata naar het aandeelhoudersbelang van die andere partijen (…).

2.6

Eveneens op 24 december 2008 is tussen Care Group en Sursum een managementovereenkomst gesloten voor onbepaalde tijd met een opzegtermijn van drie maanden.

2.7

De vennootschap is gevestigd in een bedrijfspand te Harderwijk dat zij huurt van [A] tegen een huurprijs van € 36.000 per jaar.

2.8

De geconsolideerde omzet en het geconsolideerde resultaat van Care Group heeft zich (afgerond) als volgt ontwikkeld (de cijfers met betrekking tot 2016 zijn voorlopig):

2011 2012 2013 2014 2015 2016

Omzet

(in mln.) € 4,70 € 3,99 € 2,82 € 2,78 € 2,87 € 2,33

resultaat € 32.098 (€ 322.206) € 6.338 € 13.137 (€ 3.199) € 41.448

2.9

[B] heeft bij e-mail van 30 januari 2016 aan de “care managers” van Care Group medegedeeld dat de kleinere organisatie die het gevolg is van de afname van de omzet en het aantal medewerkers “niet 2 directeuren kan hebben die de organisatie aansturen”.

2.10

Sursum heeft bij brief van 12 februari 2016 [A] opgeroepen voor een bestuursvergadering op 15 februari 2016 met als onderwerpen onder meer door [A] af te leggen verantwoording over het door haar gevoerde bestuursbeleid, “de vertrouwensvraag” over Sursum als bestuurder en de vorderingen van Sursum uit hoofde van de managementovereenkomst. Bij brief van dezelfde datum heeft Sursum jegens Care Group aanspraak gemaakt op een bedrag van € 133.643 “aan nog niet gefactureerde managementvergoedingen”. De oproep van Sursum heeft niet geleid tot een bestuursvergadering waarbij beide toenmalige bestuurders aanwezig waren.

2.11

Op 16 februari 2016 heeft [F] zijn zorgen over de gang van zaken binnen Care Group gedeeld met medewerkers van de Care Group. Dezelfde dag heeft [B] aan [F] medegedeeld dat Sursum als bestuurder geschorst is.

2.12

Sursum heeft bij brief van 16 maart 2016 haar managementovereenkomst per 1 juli 2016 opgezegd en met onmiddellijke ingang ontslag genomen als statutair bestuurder van Care Group. Sursum heeft bij brief van 17 maart 2016 haar aandelen in Care Group aan [A] aangeboden op de voet van artikel 8.1 van de aandeelhoudersovereenkomst.

2.13

[F] heeft op 29 maart 2016 Care Group verzocht aan hem onder meer de voorlopige cijfers over 2015, een prognose voor 2016 en de resultaten over januari en februari 2016 toe te sturen.

2.14

Op 18 mei 2016 heeft [B] de aandeelhouders opgeroepen voor een aandeelhoudersvergadering op 6 juli 2016 met als agendapunten onder meer goedkeuring van de jaarstukken 2015 en de toekomst van Care Group.

2.15

Bij brief van 27 juni 2016 heeft [F] zich beklaagd over het uitblijven van de op 29 maart 2016 door hem verzochte informatie en het nog niet toegezonden zijn van de concept jaarrekening 2015. De brief bevat voorts een aantal nadere vragen over de onderneming van Care Group.

2.16

Op 6 juli 2016 heeft Care Group via haar advocaat te kennen gegeven niet verplicht te zijn bepaalde vragen te beantwoorden en heeft zij andere vragen beknopt beantwoord. Bij brief van 13 juli 2016 heeft [F] zich op het standpunt gesteld dat zijn vragen onvolledig, onjuist of niet zijn beantwoord.

2.17

De algemene vergadering van aandeelhouders heeft plaatsgevonden op 20 juli 2016. Sursum heeft ter vergadering een lijst met vragen overgelegd. De door [B] opgestelde notulen van die vergadering houden onder meer in dat de jaarrekening 2015 is vastgesteld, dat Sursum tegen die vaststelling heeft gestemd en dat [A] als bestuurder van Care Group heeft toegezegd een aantal door [F] gestelde vragen schriftelijk te zullen beantwoorden.

2.18

Bij brief van 25 juli 2016 heeft Sursum aan Care Group te kennen gegeven dat zij vóór 1 september 2016 beantwoording verlangt van de nog openstaande vragen en dat Sursum zich op het standpunt stelt dat Care Group gehouden is alle gestelde vragen te beantwoorden.

2.19

Bij brief van 15 september 2016 heeft Sursum bezwaar gemaakt tegen het uitblijven van de opgevraagde informatie en een nadere specificatie verstrekt van de door haar verlangde informatie.

2.20

In antwoord op deze brief heeft [B] op 16 september 2016 aan [F] het volgende bericht:

Ten opzichte van de afgelopen jaren is er niets gewijzigd in de structuur van de organisatie. Tijdens de volgende AVA kunnen we de door jou aan de orde gestelde onderwerpen (welke van toepassing zijn) nader bespreken en daar dan over stemmen.

Ik zal deze dan ook archiveren tot de volgende vergadering.

3 De gronden van de beslissing

3.1

Sursum heeft aan haar verzoek ten grondslag gelegd dat er gegronde redenen zijn voor twijfel aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van Care Group en dat gelet op de toestand van de vennootschap onmiddellijke voorzieningen dienen te worden getroffen. Ter toelichting heeft Sursum – kort samengevat – het volgende naar voren gebracht.

a. Door (het bestuur van) Care Group worden structureel wettelijke en statutaire regels geschonden:

i. Sursum is als bestuurder geschorst en ontslagen zonder een besluit van de algemene vergadering en zonder dat [F] is gehoord;

ii er is voorbij gegaan aan het tegenstrijdig belang tussen Care Group en [A] bij de aangaan van de huurovereenkomst met betrekking tot het pand waarin Care Group is gevestigd;

iii Care Group weigert in strijd met artikel 2:217 BW de door Sursum gestelde vragen te beantwoorden.

b. Er is sprake van ontoelaatbare verstrengeling van belangen van Care Group en [A] :

i de huurprijs van het kantoorpand is mogelijk hoger dan marktconform;

ii Care Group heeft ten onrechte de kosten van schilderwerk aan het pand voor haar rekening genomen;

iii Care Group wordt belast met hoge leasekosten van de auto die [B] gebruikt;

iv vermoedelijk wordt de creditcard van Care Group voor privé uitgaven van [B] gebruikt;

v. Care Group betaalt de huurpenningen aan [A] terwijl andere schuldeisers van Care Group, waaronder Sursum, onbetaald blijven;

vi. [A] heeft een lening van € 50.000 aan Care Group verstrekt tegen een riante rente van 7% per jaar.

c. De informatieverstrekking aan Sursum als aandeelhouder is ontoereikend:

i. Care Group heeft de door Sursum op 29 maart en 27 juni 2016 gestelde vragen niet behoorlijk beantwoord;

ii Care Group heeft op de aandeelhoudersvergadering van 20 juli 2016 de aldaar gestelde vragen niet behoorlijk beantwoord;

iii Care Group is haar toezegging om de op de aandeelhoudersvergadering gestelde vragen schriftelijk te beantwoorden niet nagekomen.

3.2

Care Group en [C c.s.] hebben verweer gevoerd. De Ondernemingskamer zal dit verweer voor zover nodig hierna beoordelen.

3.3

De Ondernemingskamer overweegt als volgt en zal daarbij de bezwaren in onderling verband bespreken.

3.4

Niet bestreden is dat [A] als bestuurder of meerderheidsaandeelhouder van Care Group op 16 februari 2016 Sursum als bestuurder van Care Group feitelijk heeft geschorst zonder dat dit berustte op een besluit door de algemene vergadering van aandeelhouders, zijnde het wettelijk en statutair bevoegde orgaan. Anders dan Sursum stelt, is niet gebleken dat zij is ontslagen. Uit de hierboven in 2.12 genoemde brief van 16 maart 2016 blijkt dat Sursum toen zelf met onmiddellijke ingang ontslag heeft genomen als statutair bestuurder.

3.5

Uit de hierboven in 2.13 tot en met 2.20 genoemde feiten blijkt dat Sursum in haar hoedanigheid van aandeelhouder van Care Group, in het bijzonder vanaf 16 februari 2016 2016, door [A] als resterende bestuurder van Care Group onvoldoende is geïnformeerd over de gang van zaken binnen de onderneming. In aanvulling op het wettelijk uitgangspunt van artikel 2:217 lid 2 BW dat het bestuur aan de algemene vergadering van aandeelhouders alle verlangde inlichtingen dient te verschaffen, tenzij een zwaarwichtig belang van de vennootschap zich daartegen verzet, houdt de aandeelhoudersovereenkomst tussen [A] , Sursum en Care Group (zie 2.5) in dat het bestuur aan de aandeelhouders alle informatie zal verschaffen en dat de aandeelhouders zo vaak als een van hen dat verlangt overleg zullen plegen over de gang van zaken van Care Group c.s. Het ligt, mede gelet op het besloten karakter van de vennootschap, voor de hand dat die overeengekomen informatie- en overlegverplichting ook bestaat buiten het kader van een (formele) aandeelhoudersvergadering. Uit de onder de feiten genoemde correspondentie blijkt dat Sursum vragen heeft gesteld over de jaarrekening 2015, de prognose en de strategie voor 2016, de ontwikkeling van de omzet en van de liquiditeit, de huurovereenkomst tussen Care Group en [A] , de aan Care Group verstrekte leningen en de aan [A] gedane betalingen. Bij brief van 6 juli 2016 heeft Care Group de in de brieven van 29 maart en 27 juni 2016 gestelde vragen van Sursum gedeeltelijk niet en voor het overige summier en/of ontwijkend beantwoord. Ook nadat Sursum bij brief van 13 juli 2016 en tijdens de algemene vergadering van aandeelhouders op 20 juli 2016 had aangedrongen op het alsnog deugdelijk beantwoorden van haar (inmiddels nog nader aangevulde lijst) vragen, is volledige beantwoording uitgebleven. Care Group is haar toezegging, bij monde van [B] , om vragen na afloop van de aandeelhoudersvergadering schriftelijk te beantwoorden niet nagekomen, ook niet nadat Sursum bij brieven van 25 juli 2016 en 15 september 2016 nogmaals op beantwoording had aangedrongen. Sterker nog, uit de reactie van [B] op 16 september 2016 kan worden afgeleid dat Care Group niet voornemens is haar informatieverplichting jegens Sursum na te komen. Het door [A] in deze correspondentie ingenomen standpunt dat Care Group niet gehouden is tot beantwoording van bepaalde vragen van Sursum, is in het licht van de wettelijke en de overeengekomen informatieverplichting niet goed begrijpelijk.

3.6

Aan de hand van hetgeen over en weer is gesteld kan vooralsnog niet worden vastgesteld of zich ontoelaatbare belangenverstrengeling heeft voorgedaan tussen [A] en Care Group. Zo is niet gebleken dat de tussen Care Group en [A] overeengekomen huurprijs hoger is dan marktconform. De Ondernemingskamer constateert wel dat vanwege het tegenstrijdig belang tussen [A] en Care Group, laatstgenoemde jegens Sursum gehouden is openheid van zaken te verschaffen over (i) de zakelijkheid van de huurprijs en de overige inhoud van de huurovereenkomst tussen [A] en Care Group, (ii) de leasekosten van de auto die [B] gebruikt, (iii) betalingen aan [A] en (iv) tussen Care Group en [A] bestaande geldleningen. Care Group heeft die openheid jegens Sursum niet betracht, zoals volgt uit hetgeen in rechtsoverweging 3.5 is overwogen.

3.7

Uit het bovenstaande volgt dat er gegronde redenen zijn om te twijfelen aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van Care Group. Deze gegronde redenen hebben betrekking op het beleid en de gang van zaken van Care Group en niet tevens op dat van de Deelnemingen. Het te gelasten onderzoek zal daarom betrekking hebben op Care Group. Dat laat onverlet dat de onderzoeker daarin ook gegevens kan betrekken over de Deelnemingen – zijnde met Care Group nauw verbonden rechtspersonen – voor zover de onderzoeker dat dienstig acht. De Ondernemingskamer zal een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Care Group vanaf 1 januari 2016 bevelen. Een onderzoek over een langere periode, zoals verzocht, acht de Ondernemingskamer niet nodig, omdat de gegrond bevonden bezwaren in het bijzonder verband houden met de informatievoorziening vanaf de “schorsing” van Sursum als bestuurder op 16 februari 2016.

3.8

De Ondernemingskamer is van oordeel dat het nodig is een onmiddellijke voorziening te treffen die ertoe strekt te bewerkstelligen dat Care Group haar verplichtingen jegens Sursum als minderheidsaandeelhouder, in het bijzonder haar informatieverplichting, alsnog zal nakomen. De Ondernemingskamer zal daarom bij wijze van onmiddellijke voorziening een commissaris benoemen die toezicht zal houden op het bestuur van Care Group en in het bijzonder, maar niet uitsluitend, op de informatieverschaffing aan de minderheidsaandeelhouders. Voor het treffen van meer of andere onmiddellijke voorzieningen ziet de Ondernemingskamer onvoldoende aanleiding, omdat er voorshands geen reden is te veronderstellen dat [A] , onder toezicht van de te benoemen commissaris, onvoldoende in staat is te functioneren als bestuurder van Care Group.

3.9

De te benoemen commissaris mag het bovendien tot zijn taak rekenen een minnelijke regeling tussen partijen te beproeven. Zoals ter zitting is besproken ligt het voor de hand dat Sursum en [A] hun belangen ontvlechten en dat zij daartoe een regeling treffen die (onder meer) betrekking heeft op de thans nog door Sursum gehouden aandelen, eventueel nog aan Sursum verschuldigde management fee en het concurrentiebeding dat is opgenomen in de aandeelhoudersovereenkomst. De Ondernemingskamer zal de aanwijzing van een onderzoeker vooralsnog aanhouden opdat kan worden bezien of reeds door de te treffen onmiddellijke voorzieningen een oplossing van het geschil kan worden bereikt. Ieder van partijen en de door de Ondernemingskamer benoemde commissaris kan op elk moment de Ondernemingskamer verzoeken de onderzoeker aan te wijzen.

3.10

De Ondernemingskamer acht ten slotte termen aanwezig de kosten van het geding tussen de verschenen partijen te compenseren zoals hierna te vermelden.

4 De beslissing

De Ondernemingskamer:

beveelt een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Care Group B.V. over de periode vanaf 1 januari 2016;

benoemt een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon teneinde het onderzoek te verrichten;

stelt het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vast op € 30.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen;

bepaalt dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van Care Group B.V. en dat zij voor de betaling daarvan ten genoegen van de onderzoeker voor de aanvang van diens werkzaamheden zekerheid dient te stellen;

benoemt mr. M.M.M. Tillema tot raadsheer-commissaris, zoals bedoeld in artikel 2:350 lid 4 BW;

benoemt bij wijze van onmiddellijke voorziening met onmiddellijke ingang en vooralsnog voor de duur van het geding – voor zover nodig in afwijking van de statuten – een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon tot commissaris van Care Group B.V.;

bepaalt dat het salaris en de kosten van deze commissaris ten laste komen van Care Group B.V. en bepaalt dat Care Group B.V. voor de betaling daarvan ten genoegen van de commissaris zekerheid dient te stellen vóór de aanvang van diens werkzaamheden;

compenseert de kosten van het geding tussen de verschenen partijen aldus dat iedere partij haar eigen kosten draagt;

wijst af hetgeen meer of anders is verzocht;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. M.A. Goslings, mr. M.M.M. Tillema, raadsheren, en prof. dr. R.A.H. van der Meer RA, W. Wind, raden, in tegenwoordigheid van mr. S.M. Govers, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 24 februari 2017.

Deze beschikking is ondertekend door de jongste raadsheer omdat de voorzitter buiten staat is.