Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:765

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
28-02-2017
Datum publicatie
16-03-2017
Zaaknummer
200.188.164/01 en 02 OK
Rechtsgebieden
Ondernemingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

OK; enquête; niet-ontvankelijkheid na intrekking van het wanbeleidverzoek; art. 2:354 en 355 BW

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
OR-Updates.nl 2017-0095
ARO 2017/81
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

__________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummers: 200.188.164/01 en 02 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 28 februari 2017

inzake

1 [A] ,

2. [B],

3. [C] ,

4. [D],

5. [E],

6. mr. Antonie VAN HEES, in zijn hoedanigheid van vereffenaar van de nalatenschap van [F] , kantoorhoudende en aldus woonplaats hebbende te [....] ,

VERZOEKERS,

advocaat: mr. B.M. Katan, kantoorhoudende te Amsterdam,

t e g e n

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MUSEUM VASTGOED GROEP B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TREDAMER B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

VERWEERSTERS,

advocaten: mr. J. van Bekkum en mr. L. Stoppels, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,

e n t e g e n

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[H],

gevestigd te [....] ,

2. [G],

wonend te [....] ,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LAPIDUS HOLDING B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

BELANGHEBBENDEN,

advocaten: mr. R.P.J.L. Tjittes en mr. J.W. de Jong, beiden kantoorhoudende te Den Haag.

1 Het verloop van het geding

1.1

De Ondernemingskamer zal de volgende partijen hierna als volgt aanduiden:

  • -

    verzoekers sub 1 tot en met 5 gezamenlijk als de erven;

  • -

    verzoeker sub 6 als de vereffenaar;

  • -

    de erven en de vereffenaar gezamenlijk ook als verzoekers;

  • -

    Museum Vastgoed Groep B.V. als MVG;

  • -

    Tredamer B.V. als Tredamer;

  • -

    MVG en Tredamer gezamenlijk ook als MVG c.s.;

  • -

    [H] als [H] ;

  • -

    belanghebbende sub 2 als [G] ;

  • -

    belanghebbenden sub 1 tot en met 3 gezamenlijk als [G] c.s.

1.2

Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 23 en 24 december 2014, 5 januari 2015, 27 januari 2016, 16 februari 2016 en 1 april 2016 en naar de beschikking van de voorzitter van de Ondernemingskamer van 1 april 2016.

1.3

Bij de beschikkingen van 23 en 24 december 2014 en 5 januari 2015 heeft de Ondernemingskamer - voor zover hier van belang - een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van MVG en van Tredamer, mr. F.D. Stibbe benoemd tot onderzoeker, alsmede - bij wijze van onmiddellijke voorzieningen en vooralsnog voor de duur van het geding - [H] geschorst als bestuurder van MVG en Tredamer, en ing. G.C.J. Verweij benoemd tot bestuurder van MVG en Tredamer. Bij de beschikking van 18 maart 2016 heeft de Hoge Raad het tegen de beschikking van 23 december 2014 ingestelde cassatieberoep verworpen.

1.4

Bij de beschikking van 27 januari 2016 heeft de Ondernemingskamer bepaald dat het op die dag ter griffie van de Ondernemingskamer neergelegde verslag met bijlagen van het onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van MVG c.s. ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden.

1.5

Bij verzoekschrift (met producties), ingekomen ter griffie van de Ondernemingskamer op 25 maart 2016, hebben verzoekers de Ondernemingskamer verzocht om vast te stellen dat sprake is geweest van wanbeleid van MVG c.s. en om bepaalde voorzieningen te treffen, onder meer strekkende tot ontbinding van MVG c.s.

1.6

Bij verweerschrift (met producties), ingekomen ter griffie van de Ondernemingskamer op 7 juli 2016, hebben [G] c.s. geconcludeerd tot (primair) afwijzing van het verzoek van verzoekers.

1.7

Bij verweerschrift (met producties), ingekomen ter griffie van de Ondernemingskamer op 7 juli 2016, hebben MVG c.s. geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek om MVG c.s. te ontbinden en, voor het geval wanbeleid wordt vastgesteld, verzocht om verhaal van de onderzoekskosten op [G] en [H] op de voet van artikel 2:354 BW, en voor het overige te beslissen zoals de Ondernemingskamer in goede justitie geraden acht.

1.8

De verzoeken zijn behandeld ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 28 juli 2016. Nadien is een beslissing in deze zaak op verzoek van partijen aangehouden.

1.9

Bij brief van 20 februari 2017 heeft mr. Katan namens verzoekers hun verzoek in deze procedure ingetrokken, omdat partijen een minnelijke regeling hebben getroffen en de uitvoering van de minnelijke regeling inmiddels zodanig gevorderd is, dat alle partijen de procedure wensen te beëindigen. Bij brieven van 21 februari 2017 hebben mr. De Jong (namens [G] c.s.) en mr. Van Bekkum (namens MVG c.s.) hiermee ingestemd.

2 De gronden van de beslissing

2.1

Nu partijen een minnelijke regeling hebben getroffen en verzoekers op grond daarvan hun verzoek tot het vaststellen van wanbeleid en het treffen van voorzieningen hebben ingetrokken, behoeft dat verzoek geen verdere beoordeling meer en dienen verzoekers in hun verzoek niet-ontvankelijk te worden verklaard.

2.2

Het voorgaande brengt mee dat de bij de beschikking van 23 december 2014 getroffen onmiddellijke voorzieningen moeten worden beëindigd. Gelet hierop zal de Ondernemingskamer deze onmiddellijke voorzieningen met ingang van heden en uitvoerbaar bij voorraad beëindigen.

3 De beslissing

De Ondernemingskamer:

verklaart verzoekers niet ontvankelijk in hun verzoeken bedoeld onder 1.5 hiervoor;

beëindigt met ingang van heden de bij de beschikking van 23 december 2014 getroffen onmiddellijke voorzieningen;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. A.C. Faber en mr. M.M.M. Tillema, raadsheren, en drs. P.R. Baart en drs. M.A. Scheltema, raden, in tegenwoordigheid van
mr. R. Verheggen, griffier, en in het openbaar uitgesproken door mr. Tillema op 28 februari 2017.