Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:671

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
07-03-2017
Datum publicatie
09-03-2017
Zaaknummer
23-000069-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Diefstal uit hotelkamers, strafmaat

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer: 23-000069-16

datum uitspraak: 7 maart 2017

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw)

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 30 december 2015 in de strafzaak onder de parketnummers 13-702802-15 en 13-701274-14 (TUL) tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzittingen in hoger beroep van

1 november 2016 en 21 februari 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen genoemd vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 08 september 2015 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft/hebben weggenomen uit één of meerdere hotelkamer(s): A. een Ipad 2 (kleur wit, in een roodgekleurde hoes) en/of B. een notebook (kleur zwart, merk Acer Aspire) met oplaadkabel, geheel of ten dele toebehorend aan [slachtoffer 1] (A) en/of [slachtoffer 2] (B), in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot die/dat hotelkamer(s) heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel (te weten het houden van een masterkey voor het elektronisch gedeelte van de deur(en) van voornoemde hotelkamer(s)).

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een enigszins andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 8 september 2015 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen uit hotelkamers: A. een Ipad 2, kleur wit, in een roodgekleurde hoes, en B. een notebook, kleur zwart, merk Acer Aspire, met oplaadkabel, toebehorende aan [slachtoffer 1] (A) en [slachtoffer 2] (B), waarbij hij, verdachte, en/of zijn mededader zich de toegang tot die hotelkamers heeft/hebben verschaft door middel van een valse sleutel, te weten het houden van een masterkey voor het elektronisch gedeelte van de deuren van voornoemde hotelkamers.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van valse sleutels.

Strafbaarheid van de verdachte

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straffen

De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 maanden, met aftrek van voorarrest.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte en heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich samen met een ander goederen uit hotelkamers gestolen door gebruik te maken van een valse sleutel. Door zo te handelen hebben de verdachte en zijn medeverdachte inbreuk gemaakt op het recht van privacy waar hotelbezoekers vanuit moeten kunnen gaan en tevens op hun eigendomsrecht. Bovendien heeft dit feit overlast en hinder voor hen en het hotel veroorzaakt.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 6 februari 2017 is hij eerder wegens vermogensdelicten onherroepelijk veroordeeld.

Hoewel de oplegging van een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf recht zou doen aan de ernst van het feit in samenhang met het strafblad van de verdachte, acht het hof termen aanwezig hiervan af te zien. De raadsvrouw heeft namens de verdachte ter zitting in hoger beroep naar voren gebracht en met stukken heeft onderbouwd, dat de verdachte zijn leven een positieve wending wil geven. Hij is actief aan het solliciteren en is thans gestart met een stage bij de bloemenveiling in Aalsmeer. Zijn contacten met politie en justitie lijken af te nemen.

Het hof geeft de verdachte de kans om op eigen kracht de negatieve spiraal te doorbreken en acht, alles afwegende, een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf een taakstraf van na te melden duur passend en geboden.

Benadeelde partijen

De benadeelde partij [benadeelde 1] heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd, zodat de vordering niet langer aan de orde is.

De benadeelde partij [benadeelde 2] heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding van € 945. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

Niet is gebleken dat de gestelde schade door het bewezen verklaarde handelen van de verdachte is veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.

Vordering tenuitvoerlegging

Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Amsterdam van 2 april 2015 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

Op grond van hetgeen omtrent de veroordeelde bij het onderzoek ter terechtzitting omtrent de persoonlijke omstandigheden van de verdachte naar voren is gebracht, zal het hof niet de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van een maand gelasten doch de vastgestelde proeftijd met 1 (één) jaar verlengen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht. Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 60 (zestig) dagen hechtenis.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 2] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Verlengt de proeftijd als vermeld in het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 2 april 2015 parketnummer 13-701274-14 met een termijn van 1 één jaar.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. F.M.D. Aardema, mr. W.M.C. Tilleman en mr. N.A. Schimmel, in tegenwoordigheid van

mr. S.M. Schouten, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

7 maart 2017.

[…]