Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:641

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
28-02-2017
Datum publicatie
15-06-2017
Zaaknummer
200.150.030/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vervolg van tussenarrest 3 november 2015. Inmiddels tussen de partijen gesloten vaststellingsovereenkomst. Verzoek opneming in proces-verbaal of arrest. Comparitie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer : 200.150.030/01

zaaknummer rechtbank Noord-Holland (Zaandam) : 2281040/CV EXPL 13-5715

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 28 februari 2017

inzake

[appellant] , handelend onder de naam Autorijschool [X] ,

wonende te [woonplaats] (gemeente [Z.] ),

appellant,

advocaat: mr. A. Kilinç te Amsterdam,

tegen

PROXIMEDIA NEDERLAND B.V, tevens handelend onder de naam BeUP,

gevestigd te De Meern, gemeente Utrecht,

geïntimeerde,

advocaat: mr. R.P. van der Vliet te Baarn.

1 Verder verloop van het geding

Partijen worden hierna wederom [appellant] en Proximedia genoemd.

In deze zaak heeft het hof op 3 november 2015 een tussenarrest uitgesproken. Voor het verloop van het geding tot die datum wordt verwezen naar dat arrest. In het tussenarrest is [appellant] een bewijsopdracht gegeven en iedere verdere beslissing aangehouden.

[appellant] heeft op 18 maart 2016 [C.] doen horen. Aan het slot van de zitting heeft [appellant] de raadsheer-commissaris verzocht om een bevel medebrenging ex artikel 172 Rv teneinde te bewerkstelligen dat [A.] door de openbare macht zal worden voorgebracht. Proximedia heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de raadsheer-commissaris. Van de zitting van 18 maart 2016 is proces-verbaal opgemaakt.

De raadsheer-commissaris heeft bij bevelschrift van 5 april 2016 bevolen dat [A.] door de openbare macht zal worden voorgebracht ter zitting van 27 mei 2016 om 9.00 uur in een van de zalen van het Paleis van Justitie, IJdok 20 te Amsterdam, teneinde aan zijn verplichting tot het afleggen van een getuigenverklaring te voldoen.

[appellant] heeft ter zitting van 27 mei 2016 verklaard het nodige te hebben gedaan opdat [A.] voor deze zitting zou worden voorgebracht. [A.] is ter zitting van 27 mei 2016 niet verschenen. [appellant] heeft zichzelf als getuige doen horen. Voorts heeft [appellant] verzocht om een nieuw bevel medebrenging teneinde [A.] alsnog te doen voorbrengen. Proximedia heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Van de zitting van 27 mei 2016 is proces-verbaal opgemaakt.

[appellant] heeft op 31 oktober 2016 [A.] doen horen. Op verzoek [appellant] is de enquête gesloten en - nu Proximedia aangaf geen prijs te stellen op het houden van een contra-enquête - is de zaak naar de rol verwezen voor memorie na enquête aan de zijde van [appellant] . Van de zitting van 31 oktober 2016 is proces-verbaal opgemaakt.

[appellant] heeft op de rol van 7 februari 2017 een H16 formulier overgelegd met als bijlagen een tot het hof gerichte brief van mr. Kilinç voornoemd van 25 januari 2017 en een vaststellingsovereenkomst tussen partijen van 13 december 2016. In voormelde brief verzoekt [appellant] het hof om de vaststellingsovereenkomst van 13 december 2016 (in executoriale vorm) op te nemen in een proces-verbaal of arrest en de zaak vervolgens door te halen. Proximedia heeft op de rol van 7 februari 2017 een H16 formulier overgelegd waarin zij verklaart geen bezwaar te hebben tegen het honoreren door het hof van voormelde verzoeken.

Zijdens het hof is partijen medegedeeld dat aan het verzoek om de vaststellingsovereenkomst op te nemen in een proces-verbaal gevolg kan worden gegeven, wanneer dat geschiedt in het kader van een zitting bij het hof, bij voorkeur een comparitie van partijen. Partijen hebben het hof verzocht een comparitie van partijen te gelasten en arrest gevraagd.

2 Verdere beoordeling

Uit rechtsoverweging 1 blijkt dat partijen het hof éénparig hebben verzocht een comparitie van partijen te gelasten, teneinde de door hen overeengekomen vaststellingsovereenkomst op te nemen in een proces-verbaal. Het hof zal aan dit verzoek gevolg geven.

Wanneer een partij er voor kiest niet in persoon bij de comparitie aanwezig te zijn, dient zijn/haar advocaat gemachtigd te zijn tot het ondertekenen van het proces-verbaal waarin de vaststellingsovereenkomst wordt vastgelegd. Ook moet (een vertegenwoordiger van) een niet in persoon verschenen partij ten tijde van het plaatsvinden van de comparitie telefonisch bereikbaar zijn voor eventueel overleg.

3 Beslissing

Het hof:

bepaalt dat partijen in persoon respectievelijk, voor zover partijen rechtspersoon zijn, vertegenwoordigd door iemand die van de zaak op de hoogte is en bevoegd is (door schriftelijke machtiging of anderszins) tot het aangaan van een schikking, tezamen met hun advocaten, tot het hiervoor in rechtsoverweging 2 omschreven doel zullen verschijnen ten overstaan van mr. L.R. van Harinxma thoe Slooten, daartoe als raadsheer-commissaris benoemd, in het Paleis van Justitie, IJdok 20 te Amsterdam;

bepaalt dat bedoelde comparitie zal worden gehouden op donderdag 9 maart 2017 om 10.30 uur;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.W. Hoekzema, L.R. van Harinxma thoe Slooten en J.W.M. Tromp en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 28 februari 2017.