Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:5681

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
07-06-2017
Datum publicatie
30-10-2018
Zaaknummer
23-004576-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Gedeeltelijke vernietiging, uitsluitend voor klein deel bewezenverklaring waarbij hof doet wat rechtbank had behoren te doen. Bevestiging voor het overige.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 23-004576-16

Datum uitspraak: 7 juni 2017

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 1 december 2016 in de strafzaak onder parketnummer

15-700487-15 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1987,

adres: [adres] (België).

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 24 mei 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof vernietigt het vonnis waarvan beroep, maar uitsluitend voor zover de bewezenverklaring op bladzijde 7 van het vonnis (in de 4e regel van de bewezenverklaring) inhoudt “met daarin een geldbedrag van 2250 euro” en voor zover blijkens de bewijsvoering op bladzijde 5 van het vonnis (in de 10e en 11e regel) tot het bewijs is gebezigd de op 2 november 2009 afgelegde verklaring van de aangever [naam 1] voor zover deze inhoudt dat hij ‘2250 euro in zijn broekzak had, die er tijdens de overval is uitgehaald’. Doende wat de rechtbank had behoren te doen, verklaart het hof in plaats van “met daarin een geldbedrag van 2250 euro’ bewezen: “met daarin een geldbedrag” en bezigt het hof daartoe tot het bewijs het proces-verbaal van 19 december 2013, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2], voor zover inhoudende als de tegenover hen afgelegde verklaring van de aangever [naam 1] (doorgenummerde p. 64) dat hij schat dat 750 euro uit de portemonnee is weggenomen.

Voorts leest het hof op bladzijde 3 van het vonnis in de 3e regel van onder het woord “verdachte” verbeterd in “[naam 2]”.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep gedeeltelijk, in voege zoals hiervoor vermeld, doet in zoverre wat de rechtbank had behoren te doen en bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.M.J. Quaedvlieg, mr. A.E. Kleene-Krom en mr. R. Kuiper, in tegenwoordigheid van

mr. A. Stronkhorst, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

7 juni 2017.

[......]