Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:5638

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
19-12-2017
Datum publicatie
23-04-2018
Zaaknummer
23-005672-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak hennepteelt. Buiten de omstandigheid dat de verdachte de woning huurde, is onvoldoende komen vast te staan omtrent zijn betrokkenheid bij de aangetroffen hennepkwekerij.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-005672-13 (strafzaak)

datum uitspraak: 19 december 2017

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 6 december 2013 in de strafzaak onder parketnummer

13-851943-12 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1984,

adres: [adres 1].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 5 december 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

feit 1 primair:
hij op of omstreeks 20 februari 2012 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres 2]) ongeveer 541, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;

feit 1 subsidiair:
een of meer onbekend gebleven personen op of omstreeks 20 februari 2012 te Amsterdam met elkaar, althans één van hen, opzettelijk heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad in een pand aan de [adres 2] ongeveer 541, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte op of omstreeks 20 februari 2012 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door aan die onbekend gebleven persoon/personen voornoemd pand voor de teelt/het kweken van hennepplanten ter beschikking te stellen;

feit 2:
hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2011 tot en met 20 februari 2012 te Amsterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Liander, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot andere beslissingen komt dan de politierechter.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1 en 2 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 140 uren subsidiair 70 dagen hechtenis.

Vrijspraak

Met de raadsman is het hof van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen is hetgeen de verdachte onder 1 primair en subsidiair en 2 is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. Omtrent de betrokkenheid van de verdachte bij de aangetroffen hennepplantage bestaat te veel onduidelijkheid.

De verdachte was sinds 29 januari 2009 en ten tijde van het aantreffen van de hennepplantage op 20 februari 2012 de huurder van het betreffende pand op de [adres 2].

De verdachte heeft op 23 maart 2012 bij de politie verklaard dat hij sinds hij in zijn voet is geschoten, op 27 januari 2010, geen vaste woon- of verblijfplaats heeft. Af en toe slaapt hij bij vrienden, bij familie of in een hotel. Zijn woning had hij onderverhuurd. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte verklaard dat hij vaak bij zijn moeder verbleef. De moeder van verdachte heeft zijn verklaring bij de raadsheer-commissaris bevestigd. De bewoners van de [adres 3], [naam 1] respectievelijk [naam 2], hebben voorts tegen de politie verteld de bewoner(s) van [adres 2] nooit te hebben gezien. Daarmee moet de verklaring van de verdachte, dat hij niet meer op het adres woonde, geloofwaardig worden geacht.

In de woning is gezocht naar vingerafdrukken. In de ruimte waarin de hennepkwekerij zich bevond zijn geen vingerafdrukken van de verdachte aangetroffen. Het zelfde geldt voor goederen die in verband zijn te brengen met de kwekerij.

Op grond van het voorgaande is, buiten de omstandigheid dat de verdachte de woning huurde, onvoldoende komen vast te staan omtrent zijn betrokkenheid bij de aangetroffen hennepkwekerij zodat de verdachte moet worden vrijgesproken van het hem tenlastegelegde.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 14.349,68. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 4.268,87. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd. Het hof heeft in hoger beroep te oordelen over de gevorderde schadevergoeding voor zover deze in eerste aanleg is toegewezen.

De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het onder 2 ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.D.R.M. Boumans, mr. P.C. Römer en mr. A. Dantuma-Hieronymus, in tegenwoordigheid van mr. G.G. Gielen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 19 december 2017.

mr. P.C. Römer, mr. A. Dantuma-Hieronymus en mr. G.G. Gielen zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.