Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:5621

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
01-08-2017
Datum publicatie
16-04-2018
Zaaknummer
23-004274-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Profijtontneming hennepteelt. Hof verwerpt verweren van de raadsman dat geen sprake is geweest van een eerdere oogst en dat de elektriciteitskosten in mindering dienen te worden gebracht op de opbrengst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-004274-16 (ontneming)

datum uitspraak: 1 augustus 2017

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 18 november 2016 op de vordering van het openbaar ministerie ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht in de ontnemingszaak met nummer 15-710423-14 tegen de veroordeelde:

[veroordeelde] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1980,

adres: [adres].

Procesgang

Het openbaar ministerie heeft in eerste aanleg gevorderd dat aan de veroordeelde de verplichting zal worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, geschat tot een bedrag van € 10.688,53, ter terechtzitting in requisitoir aangepast tot een bedrag van € 10.670,16.

De veroordeelde is bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 18 november 2016 – kort gezegd – veroordeeld ter zake van het telen van hennep en diefstal van elektriciteit in de periode van 11 augustus 2014 tot en met 6 oktober 2014.

Voorts heeft de politierechter in de rechtbank Noord-Holland bij vonnis van 18 november 2016 de veroordeelde de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 10.670,16 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

De veroordeelde heeft hoger beroep ingesteld tegen beide vonnissen.

De veroordeelde is bij arrest van het gerechtshof Amsterdam van 1 augustus 2017 veroordeeld ter zake van – kort gezegd – het telen van hennep en diefstal van elektriciteit in de periode van 11 augustus 2014 tot en met 6 oktober 2014.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 18 juli 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot andere beslissingen komt dan de politierechter.

Schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat aan de veroordeelde de verplichting wordt opgelegd tot betaling aan de Staat van € 10.670,16 ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. De advocaat-generaal heeft hierbij het standpunt ingenomen dat de veroordeelde één eerdere oogst heeft gehad.

De raadsman heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep primair op het standpunt gesteld dat de veroordeelde geen eerdere oogst heeft gehad. Hij heeft daartoe onder meer aangevoerd dat de veroordeelde de benodigdheden voor de kwekerij tweedehands heeft aangeschaft, omdat hij schulden had. Daarnaast is het gebruikelijk om in deze branche de productiemiddelen tweedehands te kopen. De veroordeelde was op het moment van ontdekking zes à zeven weken aan het kweken en dat verklaart het aangetroffen stof op het koolstoffilter. De aangetroffen hennepresten zijn afkomstig van de oogst die door de politie is ontmanteld, omdat de planten continue worden bijgeknipt. Dat verklaart tevens de harsresten op de scharen. Daarnaast zijn bij de veroordeelde geen droogrekken aangetroffen. Voorts heeft de buurvrouw niet wekenlang gewacht met haar melding bij de politie. Subsidiair heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat, indien het hof aannemelijk acht dat sprake is geweest van een eerdere oogst, de vordering van [bedrijf] in mindering dient te worden gebracht van de opbrengst. De veroordeelde stelt deze rekening te hebben betaald.

Het hof overweegt als volgt. De veroordeelde is bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 18 november 2016 veroordeeld ter zake van hennepteelt in de periode van 11 augustus 2014 tot en met 6 oktober 2014. In het arrest van dit hof van 1 augustus 2017 is deze bewezenverklaring ongewijzigd in stand gebleven. Uit het proces-verbaal ‘aantreffen hennepkwekerij’ van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] blijkt dat op 6 oktober 2014 in de schuur annex washok op het adres van de veroordeelde in totaal 128 hennepplanten zijn aangetroffen. In de hennepkwekerij van de veroordeelde zijn onder andere de volgende aanwijzingen aangetroffen die duiden op eerdere oogsten, te weten: verdroogde hennepresten, stof op diverse apparatuur, een vervuilde koolstoffilter, kalkaanslag in het waterreservoir en op de dompelpomp, knipscharen met hennepharsresten en (half)lege jerrycans met groeimiddelen.1

Niet aannemelijk is geworden dat het aangetroffen stof en de hennepresten afkomstig zijn geweest van de teelt van de ontmantelde hennepoogst. Dat geen droogrekken zijn aangetroffen, wil niet zeggen dat een eerdere hennepoogst niet (elders) is gedroogd of dat de rekken na de oogst zijn verwijderd. Daarnaast zullen bij het slechts bijknippen van de hennepplanten geen harsresten op de scharen terechtkomen, nu van hars eerst sprake is als de bloeifase is aangebroken, hetgeen bij de aangetroffen kweek nog niet het geval was.

Nu een eerdere oogst heeft plaatsgehad voorafgaand aan de in de strafzaak bewezen verklaarde periode, is het te ontnemen voordeel afkomstig uit andere strafbare feiten dan waarvoor veroordeeld is.

Opbrengst

In de ontmantelde kwekerij zijn in totaal 128 hennepplanten aangetroffen met 16 planten per m².2 Het hof ontleent de prijs per gram hennep aan de algemene uitgangspunten die zijn opgenomen in het rapport ‘Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht’ van het Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie zoals herzien per 1 november 2010 (hierna: het BOOM-rapport).

Kosten

Elektriciteitskosten worden alleen in mindering gebracht indien aannemelijk is geworden dat deze kosten daadwerkelijk zijn betaald. In casu is niet gebleken dat de veroordeelde de nota van [bedrijf] heeft voldaan. Het hof zal met betrekking tot de inkoopprijs van de stekken, overige variabele kosten en afschrijvingskosten uitgaan van hetgeen in het BOOM-rapport is opgenomen.

Gelet op het voorgaande wordt de berekening als volgt.

Opbrengst

128 planten x 27,7 (16 planten per m²) 3545,6 gram hennep

Totale opbrengst: 3545,6 gram hennep x € 3,28 € 11.629,57

Kosten

Inkoopprijs stekken (128 x € 2,85) € 364,80

Overige variabele kosten (128 x € 3,33) € 426,24

Afschrijvingskosten (128 planten) € 150,00 +

Totale kosten € 941,04

Het wederrechtelijk verkregen voordeel komt hiermee op: € 11.629,57 - € 941,04 = (afgerond) € 10.688,00.

Verplichting tot betaling aan de Staat

Aan de veroordeelde dient, ter ontneming van het door hem wederrechtelijk verkregen voordeel, de verplichting te worden opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 10.688,00.

Toepasselijk wettelijk voorschrift

De op te leggen maatregel is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van € 10.688,00 (tienduizend zeshonderdachtentachtig euro).

Legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van € 10.688,00 (tienduizend zeshonderdachtentachtig euro).

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.D.R.M. Boumans, mr. J.D.L. Nuis en mr. R.D. van Heffen, in tegenwoordigheid van mr. G.G. Gielen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 1 augustus 2017.

1 Proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij met nummer PL1100-2014175739-1, op 27 oktober 2014 opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2], doorgenummerde dossierpagina’s 10, 12-13.

2 Proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij met nummer PL1100-2014175739-1, op 27 oktober 2014 opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2], doorgenummerde dossierpagina 10.