Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:5577

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
10-03-2017
Datum publicatie
21-03-2018
Zaaknummer
23-003600-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Medeplegen van gewoontewitwassen. Het hof heeft geoordeeld dat een vermoeden van witwassen is gerechtvaardigd en dat sprake is van een ondeugdelijke en ongeloofwaardige verklaring van de verdachte omtrent de legale herkomst van de geldbedragen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer: 23-003600-15

datum uitspraak: 10 maart 2017

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 1 september 2015 in de strafzaak onder parketnummer

15-820286-15 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1969,

adres: [adres]

thans gedetineerd in PI Utrecht - HvB locatie Nieuwegein te Nieuwegein.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

23 augustus 2016 en 24 februari 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte en het openbaar ministerie hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 21 november 2014 tot en met 20 maart 2015 te Schiphol en/of Amsterdam en/of Duivendrecht en/of Delft, althans (elders) in Nederland, en/of te Milaan (Italië), (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, althans zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen, immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens)

- van (een) voorwerp(en), te weten een of meer (verschillende) hoeveelheden (contant) geld(bedragen) de vindplaats en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld en/of

- ( een) voorwerp(en), te weten een of meer (verschillende) hoeveelheden (contant) geld(bedragen) verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen,

terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en) dat dat/die voorwerp(en) -onmiddellijk of middellijk- afkomstig was/waren uit enig misdrijf, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) toen en daar met voornoemde wetenschap (telkens)

- ( een) (contant) geldbedrag(en) van 14.620,= euro en/of 493,= USD en/of 200,= GBP voorhanden gehad (op 20 maart 2015) en/of

(zaaksdossier 1)

- een (contant) geldbedrag van (ongeveer) 257.500,= euro voorhanden gehad en/of overgedragen/afgeleverd en/of vervoerd/doen vervoeren (in of omstreeks de periode van 06 februari 2015 tot en met 10 februari 2015) en/of

- ( een) (contant) geldbedrag(en) van (ongeveer) 245.760,= euro en/of (ongeveer) 51.420,= euro voorhanden gehad en/of overgedragen/afgeleverd en/of vervoerd/doen vervoeren (in of omstreeks de periode van 06 februari 2015 tot en met 13 februari 2015) en/of

(zaaksdossier 2)

- een (contant) geldbedrag van (ongeveer) 210.135,- euro voorhanden gehad en/of overgedragen/afgeleverd en/of vervoerd/doen vervoeren (in of omstreeks de periode van 05 maart 2015 tot en met 07 maart 2015) en/of

(zaaksdossier 3 incident 2)

- een (contant) geldbedrag van (ongeveer) 1.100.000,= (euro) en/of 203.000,= (euro) en/of 800.000,= (euro) voorhanden gehad en/of vervoerd en/of overgedragen en/of afgeleverd (in of omstreeks de periode van 18 december 2014 tot en met 22 december 2014) en/of

(zaaksdossier 3, incident 3)

- ( een) (contant) geldbedrag(en) van (ongeveer) 500.000,= (euro) en 498.950,= (euro) voorhanden gehad en/of vervoerd en/of overgedragen en/of afgeleverd (in of omstreeks de periode van 13 januari 2015 tot en met 14 januari 2015) en/of

(zaaksdossier 3, incident 4)

- ( een) (contant) geldbedrag(en) van (ongeveer) 100.000,= (euro) en/of 575.000,= (euro) en/of 850.000,= (euro) en/of 1.699.870,= (euro) voorhanden gehad en/of vervoerd/doen vervoeren en/of afgeleverd/doen afleveren en/of ontvangen/doen ontvangen (in of omstreeks de periode van 19 februari 2015 tot en met 22 februari 2015) en/of

(zaaksdossier 3, incident 5)

- een (contant) geldbedrag van (ongeveer) 100.800,= (euro) voorhanden gehad en/of afgeleverd/doen afleveren (op 23 februari 2015) en/of

(zaaksdossier 3, incident 6)

- een (contant) geldbedrag van (ongeveer) 350.000,= (euro) voorhanden gehad en/of vervoerd en/of afgeleverd (op 20 maart 2015) en/of

(zaaksdossier 3, incident 7)

- ( een) (contant) geldbedrag(en) van (ongeveer) 2.000.000,= (euro) en/of 500.000,= (euro) ontvangen en/of voorhanden gehad (op 21 november 2014).

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot andere beslissingen komt dan de rechtbank.

Standpunten in hoger beroep

De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep verzocht de verdachte vrij te spreken, omdat - kort weergegeven - de verdachte niets met enig transport van gelden te maken heeft gehad en hij genoegzaam heeft aangetoond dat hij in de kunsthandel zit, waarin weliswaar grote contante geldbedragen omgaan, doch zijn rol is beperkt tot het samenbrengen van koper en verkoper. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat het onderzoek slechts is gebaseerd op een enkel telefoonnummer. Bovendien mag het bewijs dat gebaseerd is op de stemherkenning door de tolk niet worden gebruikt, zodat al het verkregen bewijs als een kaartenhuis in elkaar valt.

De Advocaat-Generaal heeft in hoger beroep het standpunt ingenomen dat de incidenten in zaaksdossier 3 niet losgezien kunnen worden van elkaar en dat het dossier voldoende bewijs bevat om ook in zaaksdossier 3, incidenten 2 en 7 tot een veroordeling te komen.

Vermoeden van witwassen

Beoordelingskader

Het hof stelt vast dat zich in het dossier geen bewijs bevindt op grond waarvan een rechtstreeks verband kan worden gelegd tussen de (vermoedelijke) geldbedragen die zijn vervoerd en een bepaald misdrijf. Niettemin kan bewezen worden geacht dat de geldbedragen “uit enig misdrijf” afkomstig zijn, indien de vastgestelde feiten en omstandigheden van dien aard zijn dat sprake is van een vermoeden van witwassen. Indien zulk een geval zich voordoet, mag van de verdachte worden verlangd dat hij een concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft voor de herkomst van de gelden. Zodra het door de verdachte geboden tegenwicht daartoe aanleiding geeft, ligt het vervolgens op de weg van het openbaar ministerie nader onderzoek te doen naar de, uit de verklaringen van de verdachte blijkende, alternatieve legale herkomst van het voorwerp.

- Zaaksdossier 1 en 2

Op 10 februari 2015 heeft de Douane op Schiphol (gemeente Haarlemmermeer) in een koffer van het merk Jeep tussen kledingstukken en in een boek een geldbedrag van € 257.500 aangetroffen (AMB-002a). In de koffer is een boekje van Warwick International Hotels - waar Park Hotel te Amsterdam onderdeel van is - aangetroffen. De baliemedewerkster heeft de betreffende koffer op een foto herkend. Desgevraagd verklaarde deze baliemedewerkster dat deze behoorde bij een Spaanstalige, vermoedelijk Zuid Amerikaanse man en vrouw die op 9 februari 2015 in het hotel waren aangekomen en op

10 februari 2015 weer waren vertrokken. De kamer was geboekt voor twee personen en stond op naam van “ [naam 1] ” (AMB-012).

Op 13 februari 2015 heeft de Douane op Schiphol (gemeente Haarlemmermeer) onder [naam 1] (hierna te noemen: [naam 1] ) uit de bagage in totaal € 245.760 in beslag genomen. (AMB-003c) Onder [naam 2] (hierna te noemen: [naam 2] ) is een geldbedrag van

€ 51.420 en een geldbedrag van USD 1.000 in beslag genomen (AMB-004b).

Uit de verklaring van [naam 1] (V01-02 d.d. 19 februari 2015) blijkt dat zij het geld, dat in een koffer zat, op 6 februari 2016 van een man in het Marriott Hotel in Amsterdam heeft ontvangen. Voordat zij naar Amsterdam ging, kreeg ze van iemand in Panama te horen dat zij een koffer met geld zou ontvangen. Zij zou daarvoor USD 3.000 krijgen.

De Douane op Schiphol heeft op 7 maart 2015 in een zwarte koffer van [naam 3] (hierna te noemen: [naam 3] ) tussen spijkerbroeken en tijdschriften een bedrag van € 204.000 aangetroffen. In totaal werd onder hem € 210.135 in beslag genomen. (AMB-002/002a1).

[naam 3] heeft verklaard dat hij telefonisch is benaderd door een persoon uit Panama en dat hem is gevraagd om - tegen een beloning van USD 3.000 - het geld van Amsterdam naar Mexico te brengen. Hij heeft het geld, dat in een bruine stoffen tas zat, ontvangen van een man die hem daarvoor had gebeld en had gezegd dat hij voor het Marriott Hotel stond te wachten. Na de ontmoeting voor het hotel is de man met hem, via de lift, meegegaan naar zijn hotelkamer en daar heeft de man hem het geld gegeven en instructies hoe hij het geld moest verbergen. [naam 3] heeft zichzelf op de foto’s van de camerabeelden 14:13:10, 5 maart 2015, en 14:06:36, 5 maart 2015, herkend en verklaard dat de man met de bril hem het geld heeft gegeven. De verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg verklaard dat hij zichzelf op deze foto’s herkend. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij [naam 3] destijds heeft ontmoet in het hotel (V-001-01). Hij herkent zich op de foto die van de lift is genomen waarin zich onder anderen [naam 3] bevond (verklaring van 25 maart 2015, 10:30, V-002/5).

Uit onderzoek naar de mobiele telefoons van [naam 1] en [naam 3] blijkt dat zij rond de datum van het geldtransport, te weten op 7 februari 2015 respectievelijk 5 maart 2015, telefonisch contact hebben gehad met het Nederlandse mobiele telefoonnummer [telefoonnummer 1] . Daarnaast heeft [naam 1] op

6 en 7 februari 2015 met het Nederlandse mobiele telefoonnummer [telefoonnummer 2] contact gehad. Uit de uitgeluisterde gesprekken blijkt dat de gebruiker van dit telefoonnummer [telefoonnummer 1] wordt aangesproken met de naam “ [naam 4] ”.

Uit de historische verkeersgegevens is gebleken dat bij beide telefoonnummers 12 gemeenschappelijke contacten bestonden en dat beide telefoons in de periode van 1 februari 2015 tot en met 10 maart 2015 dagelijks zendmasten aanstraalden in de omgeving van de Poeldijkstraat en Okeghemstraat in Amsterdam. Daarnaast is uit de uitgeluisterde gesprekken gebleken dat de persoon die het telefoonnummer [telefoonnummer 1] gebruikte, op 11 maart 2015 iemand naar Schiphol heeft gebracht en die persoon met zijn Priviumpas door de Priviumdoorgang heeft laten gaan. Uit vergelijking van een huurcontract ter zake van een Mercedes Benz [kenteken] (D-053), afgesloten bij de firma Avis en uit gevorderde gegevens bij Privium Lounge Luchthaven Schiphol, waarop de naam van [verdachte] (AMB-012) stond, hebben zij afgeleid dat de verdachte in het Best Western Hotel logeerde. Bovendien verklaart de verdachte zelf dat hij deze pas heeft gebruikt (V002-02).

Naar aanleiding van de doorzoeking op de hotelkamer van de verdachte in het Best Western hotel in Amsterdam op 20 maart 2015, zijn onder de verdachte geldbedragen van € 14.620, USD 493, GBP 200 en een aantal notitieblaadjes in beslag genomen. Daarnaast is een mobiele telefoon van het merk Sony Xperia Z3 in beslag genomen. Uit onderzoek is gebleken dat deze telefoon het nummer [telefoonnummer 2] heeft. Op het Telegram account in de telefoon wordt als profielnaam “ [naam 5] ” vermeld.

Dat de verdachte de gebruiker is van telefoonnummer [telefoonnummer 2] blijkt onder meer uit het feit dat de Sony Xperia Z3 onder de verdachte in beslag is genomen (AMB-021), dat op die telefoon selfies van de verdachte stonden en dat in berichtjes de naam van de verdachte werd genoemd. Dat de verdachte de gebruiker is van telefoonnummer [telefoonnummer 1] blijkt uit het feit dat [naam 3] op 5 maart 2015 met dit nummer contact heeft gehad en op de camerabeelden is te zien dat de verdachte op diezelfde dag en rond hetzelfde tijdstip van het telefoongesprek in het Marriott Hotel was. Daarbij komt dat de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep heeft verklaard dat hij [naam 3] heeft ontmoet in een hotel en dat hij toen zijn telefoonnummer heeft gegeven.

In de Sony Xperia Z3 staan verschillende chatsessies tussen de verdachte [verdachte] en iemand met de profielnaam [naam 6] die gebruikt maakt van het Panamese telefoonnummer [telefoonnummer 3] . Uit de chatsessie die heeft plaatsgevonden met [naam 6] blijkt dat “ [naam 6] ” aan de verdachte vraagt of hij mensen kan vinden die van Amsterdam naar Mexico geld kunnen brengen, zodat zij veel geld kunnen verdienen. Tevens blijkt uit voornoemd gesprek dat de verdachte dit heeft geprobeerd te regelen.

- Zaaksdossier 3 incident 2

Uit het onderzoek naar de op 20 maart 2015 onder de verdachte in beslag genomen telefoon van het merk Blackberry Q10 (AMB-029) is uit een chatsessie gebleken dat de verdachte op 18 december tegen “ [naam 7] ” heeft vermeld dat hij 1,2 heeft. Daarbij heeft de verdachte het adres van Novotel Amsterdam Hotel doorgegeven en blijkt dat hij in een Audi A4 SW geparkeerd stond in de parkeergarage van het hotel. Tevens blijkt uit het gesprek dat de verdachte 1.100.000 aan “ [naam 7] ” heeft gegeven en dat bij de overdracht van dit geldbedrag een “token” (eindigende op … 0487) is gebruikt. Op een notitieblaadje dat op 20 maart 2015 in de hotelkamer van de verdachte werd aangetroffen staat vermeld dat op

14 december 2014 een bedrag van 400.000, op 15 december 2015 een bedrag van 412.900 en op

17 december 2014 een bedrag van 380.000 euro is ontvangen. In totaal is dit 1.192.900. Vastgesteld is dat de verdachte bij het autoverhuurbedrijf “AVIS” een Audi A4 heeft gehuurd in de periode van

18 december 2014 tot en met 23 december 2014.

Daarnaast blijkt uit een chatsessie met “ [naam 7] ” op 19 december 2014 dat de verdachte weer een bedrag aan hem wil afleveren, maar dat het “ [naam 7] ” beter uitkomt op 20 december. In eerste instantie gaat het om “1,5”, maar “ [naam 7] ” meldt dat hij eerst 203.000 op wil halen en op maandag 22 december 2014 de rest. Voor de overdracht wordt een token gebruikt. Tussen de verdachte en “ [naam 7] ” is afgesproken dat de overdracht zal plaatsvinden op dezelfde plaats als eerder, vermoedelijk de parkeerplaats van het Novotel.

Tevens blijkt uit een chatsessie dat er op 22 december 2014 800.000 is gegeven aan “ [naam 7] ” op dezelfde plaats, dus vermoedelijk weer op de parkeerplaats van het Novotel.

Op een notitieblaadje dat op 20 maart 2015 in de hotelkamer van de verdachte is aangetroffen staat in ieder geval dat in de periode van 14 december tot en met 22 december 3.214.400 in de kas is binnengekomen.

- Zaaksdossier 3 incident 3

In de hotelkamer van de verdachte te Amsterdam is op 20 maart 2015 een notitieblaadje aangetroffen met daarop geldbedragen van “500.000” en “498.000” genoemd. In het geheugen van de onder de verdachte in beslag genomen telefoon Sony Xperia Z3 staan chatsessies onder meer van 13 en 14 januari 2015 (Telegram) tussen de gebruiker van de telefoon/profielnaam Telegram account “ [naam 5] .” en “ [naam 6] ”. In deze chats worden voornoemde bedragen genoemd, als zijnde ontvangen danwel afgegeven en zijnde met de (hand)geteld.

- Zaaksdossier 3 incident 4

Op het notitieblaadje dat op 20 maart 2015 in de hotelkamer van de verdachte is aangetroffen staat vermeld: “21/2 Milan 3 - 100.000”. In een chatsessie van de verdachte met Israel Levi 2 van

21 februari staat te lezen dat de verdachte aan [naam 6] de volgende mededeling doet: “Hallo, de 100 afgegeven in Milaan en ze gaan terug voor dat andere.”

Tevens staat in hetzelfde notitieblaadje vermeld: ”21/2 Makro 575.000”en “21/2 Entrega de Guadellupe 850.000”. In een chatsessie van 21 februari 2015 met [naam 6] staat te lezen dat de verdachte met betrekking tot “de 575” aan [naam 6] de volgende mededeling doet: “Het is nu gedaan”. In de chatsessie Line 21 februari 2015 staat onder meer te lezen: “Het zijn 850”.

Tenslotte staat op hetzelfde het notitieblaadje vermeld: “19/2 Entrega de Jimmy +1.699.870”. In een chatsessie met iemand met de profielnaam “ [naam 8] ” (uit het dossier is af te leiden : [naam 8] ) op 21 en 22 februari 2015, wordt gesproken over “ die meloen 700”, (…) het is verloren tijd om het nu te tellen:, (…) Er ontbreken er maar 130 euro.

- Zaaksdossier 3 incident 5

Op 20 maart 2015 is een notitieblaadje in de hotelkamer van de verdachte aangetroffen waarop staat geschreven: “23/2 Novotel -100.800”. In een chatsessie met “ [naam 6] ” van 23 februari staat vermeld: “De 100800 afgegeven’.

- Zaaksdossier 3 incident 6

Uit onderzoek naar de Blackberry Q10 is gebleken dat een chatsessie heeft plaatsgevonden tussen de verdachte (waarbij hij zich noemt ‘ [naam 5] ’) en een persoon met de profielnaam “B3” (doc-078), waaruit is gebleken dat de verdachte op 19 maart aan “B3” heeft gevraagd of zij bij de Ikea in Delft kunnen afspreken en dat het aantal 350 is. Op 20 maart 2015 hebben telefoongesprekken plaatsgevonden tussen de verdachte en de gebruiker van telefoonnummer [telefoonnummer 4] , waarvan bij laatstgenoemd telefoonnummer een vrouw te horen is die Spaans spreekt. De verdachte heeft tegen de vrouw gezegd dat hij vandaag een levering moet doen, dat hij met “B3” en “Toni” praat, dat hij inmiddels misschien al

20 miljoen aan hen heeft gegeven en dat “ze” nu 351 in plaats van 350 vermelden. Uit onderzoek is gebleken dat de verdachte voor de periode van 19 tot en met 28 maart 2015 een zwarte Mercedes Benz type C-180 met het kenteken [kenteken] heeft gehuurd. Op 2015 maart 2015 is voornoemde auto op de camerabeelden van de Ikea in Delft te zien.

- Zaaksdossier 3 incident 7

In de Blackberry Q10 is een chatsessie aangetroffen die heeft plaatsgevonden van 14 november tot en met 20 november 2014. Daaruit is naar voren gekomen dat de verdachte tegen “ [naam 6] ” heeft gezegd dat in de toekomst overboekingen kunnen worden gedaan via een rekening van de verdachte en via rekeningen van de familiebakkerijen en dat de verdachte niet wil dat er een alarm overgaat op deze rekeningen. Daarnaast blijkt dat de verdachte op 20 november 2014 naar Nederland is afgereisd, dat hij in contact moet komen met een persoon genaamd “ [naam 9] ”, dat de eerste zending er één zal zijn van

“2 megabytes” en een andere persoon hem een “halve mega” leverde. Vervolgens blijkt uit een onder de verdachte in beslag genomen notitieblaadje met opschrift “The Spa Collection” dat de verdachte op 21 november “2000”, te weten een bedrag van € 2.000.000, heeft ontvangen van “ [naam 9] ” en van een andere persoon “500”, te weten een bedrag van € 500.000.

Tussenconclusie

Uit het voorafgaande leidt het hof af dat de verdachte in de periode van eind november 2014 tot

en met 20 maart 2015 betrokken is geweest bij de geldtransporten zoals beschreven in zaaksdossier 1 en 2. Zo heeft [naam 3] verklaard dat hij het geld van de verdachte heeft gekregen. Verder beschikten de medeverdachten over het telefoonnummer dat bij de verdachte in gebruik was en tevens staat vast dat de verdachte en de medeverdachten elkaar hebben ontmoet. Ter zake van zaaksdossier 3, kan op grond van een aantal bewijsmiddelen worden vastgesteld dat de verdachte heeft deelgenomen aan diverse telefonische conversaties, al dan niet in versluierd taalgebruik, en dat de verdachte heeft beschikt over de notities die in de hotelkamer van de verdachte zijn aangetroffen. Het hof oordeelt dat er voldoende aanwijzingen zijn dat voornoemde conversaties in verband kunnen worden gebracht met de door de verdachte genoteerde bedragen op de notities en dat deze bedragen betrekking hebben op geldbedragen. Door de verdachte wordt ook niet betwist dat het om geldbedragen gaat. Ook is uit een chatsessie met “ [naam 6] ” gebleken dat de verdachte op zoek is gegaan naar mensen die geldbedragen konden vervoeren en zijn in de telefoons van de verdachte diverse afbeeldingen aangetroffen van “tokens” en van vermoedelijk verdovende middelen.

Daarbij speelt een aantal aanwijzingen voor witwassen tevens een rol, zoals de wijze waarop het geld is vervoerd, het om grote geldbedragen gaat en het feit dat bij witwassen en het vervoer van geld gebruik wordt gemaakt van zogeheten tokens. Van “tokens” is bekend dat deze worden gebruikt met betrekking tot criminele geldstromen. Daarnaast is het een feit van algemene bekendheid dat niet zelden via Schiphol grote contante geldbedragen, die onmiddellijk of middellijk van misdrijf afkomstig zijn, worden in- of uitgevoerd.

Gelet op deze feiten en omstandigheden in onderling verband bezien, is naar het oordeel van het hof een vermoeden van witwassen jegens de verdachte gerechtvaardigd.

Verklaring van de verdachte over de herkomst geldbedragen

De verdachte heeft verklaard werkzaam te zijn geweest in de “secundaire en tertiaire” internationale kunsthandel, dat zijn rol hierbij (als tussenpersoon) zich heeft beperkt tot het bij elkaar brengen van (potentiele) kopers en (potentiele) verkopers, voor welke werkzaamheden hij na totstandkoming van een overeenkomst een commissie ontving. Deze commissie werd betaald op een bankrekening in Portugal. Hij heeft verklaard dat het een feit van algemene bekendheid is dat in voornoemde handel de koopprijs van kunstvoorwerpen veelal - mogelijk vanwege fiscale redenen - met contante gelden wordt betaald. Bij de betalingen (en derhalve de geldstromen), zo verklaart de verdachte, is hij niet betrokken geweest.

Het hof stelt vast dat de verdachte met deze verklaring, nu hij iedere betrokkenheid bij betalingen/geldstromen ontkent, geen concrete en min of meer verifieerbare verklaring heeft afgelegd over de herkomst van de gelden en concludeert op grond daarvan dat de verdachte met deze verklaring geen enkel tegenwicht heeft geboden tegen het vastgestelde vermoeden van witwassen.

Voor zover de verdachte met het vorenstaande heeft willen betogen dat de herkomst van de gelden ziet op contante betalingen die door kopers van kunstvoorwerpen zijn gedaan, oordeelt het hof dat deze verklaring niet voldoende concreet en min of meer verifieerbaar is. Enig inzicht (namen van betrokken partijen, kunstvoorwerpen en/of data) in de overeenkomsten die tot betalingen en/of geldtransporten hebben geleid is door de verdachte niet verstrekt. Ook de in hoger beroep gehoorde getuige - deskundige [naam 10] - heeft hieromtrent niets kunnen verklaren en de schriftelijke verklaring van [naam 11] biedt evenmin inzicht in de herkomst van de geldbedragen.

Tot nader onderzoek van hetgeen de verdachte overigens in dit verband heeft verklaard, was het openbaar ministerie bij deze stand van zaken niet gehouden.

Conclusie

Gelet op de hiervoor als ondeugdelijk en ongeloofwaardig aangemerkte verklaring omtrent de legale herkomst van de geldbedragen is het hof van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat de ten laste gelegde geldbedragen onmiddellijk of middellijk afkomstig zijn uit enig misdrijf en dat de verdachte daarvan op de hoogte was.

Gewoontewitwassen

Nu het hof heeft vastgesteld dat het niet anders kan zijn dat de ten laste gelegde geldbedragen onmiddellijk of middellijk afkomstig zijn uit enig misdrijf en dat de verdachte daarvan op de hoogte was, trekt het hof de conclusie dat, gelet op de periode waarin en de frequentie van de gepleegde feiten, de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan gewoontewitwassen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij in de periode van 21 november 2014 tot en met 20 maart 2015 te Schiphol en/of Amsterdam en/of Delft en/of te Milaan (Italië), telkens tezamen en in vereniging met een ander of anderen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s)

voorwerpen, te weten verschillende hoeveelheden contante geldbedragen verworven, voorhanden gehad en overgedragen, terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) telkens wisten dat die voorwerpen -onmiddellijk of middellijk- afkomstig waren uit enig misdrijf, immers hebben verdachte en/of zijn mededader(s) toen en daar met voornoemde wetenschap telkens

- contante geldbedragen van 14.620,= euro en 493,= USD en/of 200,= GBP voorhanden gehad op

20 maart 2015 en

(zaaksdossier 1)

- een contant geldbedrag van 257.500,= euro voorhanden gehad en overgedragen/afgeleverd en vervoerd/doen vervoeren in de periode van 6 februari 2015 tot en met 10 februari 2015 en

- contante geldbedragen van 245.760,= euro en 51.420,= euro voorhanden gehad en overgedragen/afgeleverd en vervoerd/doen vervoeren in de periode van 6 februari 2015 tot en met

13 februari 2015 en

(zaaksdossier 2)

- een contant geldbedrag van 210.135,- euro voorhanden gehad en overgedragen/afgeleverd en/of vervoerd/doen vervoeren in de periode van 5 maart 2015 tot en met 7 maart 2015 en

(zaaksdossier 3 incident 2)

- contante geldbedragen van 1.100.000,= euro en 203.000,= euro en 800.000,= euro voorhanden gehad en vervoerd en overgedragen en afgeleverd in de periode van 18 december 2014 tot en met

22 december 2014 en

(zaaksdossier 3, incident 3)

- contante geldbedragen van 500.000,= euro en 498.950,= euro voorhanden gehad en vervoerd en overgedragen en afgeleverd in de periode van 13 januari 2015 tot en met 14 januari 2015 en

(zaaksdossier 3, incident 4)

- contante geldbedragen van 100.000,= euro en 575.000,= euro en 850.000,= euro en 1.699.870,= euro voorhanden gehad en vervoerd/doen vervoeren en afgeleverd/doen afleveren en ontvangen/doen ontvangen in de periode van 19 februari 2015 tot en met 22 februari 2015 en

(zaaksdossier 3, incident 5)

- een contant geldbedrag van 100.800,= euro voorhanden gehad en afgeleverd/doen afleveren op

23 februari 2015 en

(zaaksdossier 3, incident 6)

- een contant geldbedrag van 350.000,= euro voorhanden gehad en vervoerd en afgeleverd op

20 maart 2015 en

(zaaksdossier 3, incident 7)

- contante geldbedragen van 2.000.000,= euro en 500.000,= euro ontvangen en voorhanden gehad op

21 november 2014.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van gewoontewitwassen

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren en zes maanden met aftrek van het voorarrest.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte, als ‘facilitator’, voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren en zes maanden.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft in een periode van enkele maanden samen met anderen een gewoonte gemaakt van het witwassen van aanzienlijke contante geldbedragen, waardoor de verdachte eraan heeft meegewerkt dat opbrengsten van misdrijven aan het zicht van justitie werden onttrokken. Uit de door verdachte gevoerde telefoongesprekken kan worden afgeleid dat hij functioneerde als tussenpersoon die gelden ontving en weer verder deed transporteren. In de groep personen rondom hem speelde hij een belangrijke rol. Uit het dossier komt naar voren dat anderen de verdachte instrueerden, terwijl hij, verdachte, op zijn beurt koeriers ronselde en op pad liet gaan. Zelf heeft hij ook cash geld vervoerd. Het witwassen van criminele gelden vormt een bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan, terwijl andere strafbare feiten erdoor worden vergemakkelijkt. De verdachte is daarbij op geraffineerde en professionele manier te werk gegaan. Dit blijkt onder meer uit het versluierd taalgebruik, het gebruik van “tokens” en afspraken op specifieke plaatsen, waarbij de verdachte rekening hield met eventueel aanwezige camera’s. Dat hij ook anderen heeft benaderd ten einde voor hem taken uit te voeren en anderen geld heeft laten transporteren, rekent het hof hem tevens aan.

Alles overwegende ziet het hof geen aanleiding - ook niet in het feit dat het hof in afwijking van de rechtbank alle incidenten van het tenlastegelegde feit bewezen acht - de straf die de rechtbank had opgelegd te wijzigen, nu het hof deze passend en geboden acht.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 47 en 420ter van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren en 6 (zes) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.P.M. van Rijn, mr. A.M.P. Geelhoed en mr. R.C.P. Haentjens, in tegenwoordigheid van mr. G.G. Gielen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

10 maart 2017.

De griffier is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.