Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:5561

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
27-01-2017
Datum publicatie
21-03-2018
Zaaknummer
23-000250-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak medeplegen van diefstal.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer: 23-000250-16

datum uitspraak: 27 januari 2017

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 22 januari 2016 in de strafzaak onder parketnummer

13-237764-15 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1997,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

13 januari 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 25 november 2015 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een accu (merk Kymco), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 40 uren subsidiair 20 dagen vervangende hechtenis.

Vrijspraak

Het hof is met de raadsman van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden hetgeen de verdachte is ten laste gelegd, zodat hij hiervan moet worden vrijgesproken.

Het dossier bevat een proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] van

25 november 2015 waarin verslag wordt gedaan van waarnemingen die zij hebben gedaan. [verbalisant 1] verklaart dat hij omstreeks 21:40 uur twee personen ziet bij een fietsenstalling op de Waterpoortweg te Amsterdam. Hij ziet deze personen hurken bij een snorfiets en een van hen met een dun voorwerp, wat op een schroevendraaier leek, draaibewegingen maken op de voetenplank van de snorfiets. Vervolgens ziet hij deze twee personen op een andere scooter stappen en wegrijden in de richting van de Haarlemmerweg. [verbalisant 2] verklaart dat [verbalisant 1] hem van voornoemde waarnemingen portofonisch op de hoogte hield. [verbalisant 2] verklaart vervolgens dat hij de verdachte en de medeverdachte aan ziet komen rijden op een scooter. In het proces-verbaal staat verder vermeld dat zij, verbalisanten, zicht bleven houden op de scooter en de posities van de scooter portofonisch bleven doorgeven aan de uniform post. Op 25 november 2015 om 21:55 uur worden de verdachte en zijn medeverdachte op een fietspad in het Westerpark - na eerst te zijn staande gehouden - aangehouden door een motoragent. Hiervan is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt. [verbalisant 1] en [verbalisant 2] zijn beiden nadien op 5 oktober 2016 door de raadsheer-commissaris gehoord over hun waarnemingen als vervat in voornoemd proces-verbaal.

De verdediging heeft aangevoerd dat er sprake kan zijn geweest van een persoonswisseling. Met andere woorden, dat zij verwisseld zijn met de personen die [verbalisant 1] op de Waterpoortweg heeft gezien.

Het hof stelt vast dat er tussen het proces-verbaal van bevindingen van 25 november 2015 en de processen-verbaal van verhoor van 5 oktober 2016 dusdanige discrepanties zijn, dat niet zonder twijfel kan worden vastgesteld dat de verbalisant(en) inderdaad zicht is/zijn blijven houden op de personen op de scooter vanaf de Waterpoortweg tot het moment van staande houden. In het proces-verbaal van

25 november 2015 wordt verklaard dat beide verbalisanten zicht op de scooter zijn blijven houden. Uit de processen-verbaal van verhoor door de raadsheer-commissaris lijkt te moeten worden afgeleid dat alleen [verbalisant 2] de scooter heeft gevolgd. Niet eenduidig verklaart deze echter of hij zicht had op de uniform post, aan wie het signalement van de verdachte en zijn medeverdachte portofonisch was doorgegeven en die uiteindelijk de aanhouding heeft verricht.

Nu ook de in de buddyseat van de scooter aangetroffen accu niet onomstotelijk kan worden gelinkt aan de accu die die avond op de Waterpoortweg is ontvreemd, leidt dit tot het oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is en dat de verdachte moet worden vrijgesproken van hetgeen aan hem ten laste is gelegd.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M.P. Geelhoed, mr. R.D. van Heffen en mr. S.M.M. Bordenga, in tegenwoordigheid van mr. G.G. Gielen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

27 januari 2017.

Mr. S.M.M. Bordenga is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.