Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:5371

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
28-11-2017
Datum publicatie
29-12-2017
Zaaknummer
23-003547-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vernietiging vonnis. Diefstal in vereniging. Overweging medeplegen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-003547-16

datum uitspraak: 28 november 2017

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw)

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 15 september 2016 in de strafzaak onder parketnummer 15-139649-16 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

adres: [adres 1].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 14 november 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 4 juli 2016 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag (te weten: 170 Euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan winkelbedrijf Vitaminstore (vestiging [adres 2]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof een andere bewijsconstructie hanteert en tot een andere strafoplegging komt dan de politierechter.

Bewijsmiddelen

1. Een proces-verbaal van aangifte met nummer PL1100-2016148829-1 van [nummer] september 2014, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1] (ongenummerd).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 4 juli 2016 tegenover verbalisant afgelegde verklaring van [naam 1]:

Op 4 juli 2016 werd het feit gepleegd waar ik aangifte van doe.

Ik ben werkzaam bij Vitaminstore, gevestigd aan het [adres 2] te Hoofddorp. Ik doe namens hen aangifte.

Op 4 juli 2016 was ik aan het werk bij de Vitaminstore.

Omstreeks 11:30 uur liepen twee mannen de winkel binnen. Ik was op dat moment samen met mijn collega [naam 2] (het hof begrijpt [naam 2]) in de winkel.

Ik zag dat één van de mannen naar [naam 2] liep en ik hoorde dat hij wat vragen aan haar stelde. […]

Kort hierop was ik achter in de winkel en ik zag dat de andere man naast mij stond. […] De man zei dat hij last van zijn maag heeft en hij wilde hier een thee voor. Ik pakte twee producten uit de schappen en bood deze aan bij de meneer. Meneer zei dat hij die niet wilde en wees naar een ander product in het schap. Hij vroeg of dat ook voor zijn maag was, maar dat is niet het geval. Ik zei tegen de meneer dat de producten die ik had de enige thee producten waren voor zijn maag. De meneer bleef continue andere producten aanwijzen en bleef vragen stellen.

Vervolgens hoorde ik achter mij het geluid van de kassalade die dicht ging. Ik zag dat mijn collega [naam 2] naast mij stond en had meteen in de gaten dat het niet goed was. Mijn collega en ik zijn de enige twee medewerkers in dienst. Vervolgens draaide ik mij om en zag ik dat er een man achter de kassa stond. Ik zag dat dit een andere was, dan de twee mannen die ik eerder noemde. Ik liep naar de kassa toe en zag dat de man direct achter de kassa vandaan liep in de richting van een schap naast de kassa.

[…]

De man rende richting de uitgang en verliet de winkel. Ik zag dat de man linksaf rende in de richting van de [adres 3] in Hoofddorp.

[…]

Vervolgens ging ook de man naast [naam 2] richting de uitgang en rende ook weg. Ook hij rende linksaf de [adres 3] op.

Nadat de persoon wegrende, heb ik hem niet meer gezien. Hierop riep ik naar mijn klant dat hij moest blijven staan. Hierop liep ik naar de kassa en [naam 2] liep naar de klant toe die was achtergebleven. Ik zag dat de kassalade dicht was, maar er lag een briefje van 10 euro op de grond.

[…]

Na het controleren van de kassa bleek dat 170 euro is weggenomen. Dit betreffen 17 biljetten van 10 euro.

2. Een proces-verbaal van verhoor getuige met nummer PL1100-2016148829-9 van 4 juli 2016, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 2] (ongenummerd).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 4 juli 2016 tegenover verbalisant afgelegde verklaring van [naam 2]:

Het zal rond 11.50 uur zijn geweest op maandag 4 juli 2016. Ik was aan het werk samen met mijn collega [naam 1] van der Werve. Ik stond bij de haarverf bij de entree van de winkel. Ik werd daar aangesproken door een man. […] Hij vroeg mij of ik zwarte haarverf had. Ik zei dat we dat wel hadden maar hij wilde blauw/zwart en dat hebben wij niet. […] Hij vroeg mij daarna naar lichtblonde haarverf. […] Ik hoorde op dat moment ineens [naam 1] roepen: "[naam 2], hij heeft geld uit de lade gepakt!" Ik keek op en zag [naam 1] toen achter de counter staan. De man die bij mij stond keek toen om zich heen. Ik zag dat hij toen de winkel uit rende. Ik hoorde [naam 1] toen zeggen: "Let op hem!" Ik zag toen dat er nog een man in de winkel stond.

3. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer PL1100-2016148829-15 van 4 juli 2016, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2] (ongenummerd).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisanten (of één van hen):

Op maandag 4 juli 2016 omstreeks 11:55 uur kregen wij de melding naar Vitaminstore aan het [adres 2] te Hoofddorp te gaan in verband met een overval. […] Ter plaatse spraken wij met de medewerkers van de Vitaminstore. Zij wezen naar een man die achter in de winkel stond. Wij hoorden dat dit één van de daders was van de diefstal. Wij hielden de verdachte aan. […] Later hoorden wij dat de verdachte bleek te heten: [verdachte], geboren [geboortedatum] te [geboorteplaats].

4. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer PL1100-2016148829-11 van 4 juli 2016, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 3] en [verbalisant 4] (ongenummerd).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisanten (of één van hen):

Wij hoorden op 4 juli 2016 de melding dat een overval had plaatsgevonden op het [adres 2], waar één verdachte was overmeesterd en twee verdachten lopend waren ontkomen in de richting van de [adres 3] te Hoofddorp. […] Wij troffen op de [adres 4] ter hoogte van [nummer] een personenauto aan, merk Seat, type Leon, kleur blauw. […] In deze Seat zat achter het stuur de later aangehouden verdachte [naam 4] en op de achterbank de later aangehouden verdachte [medeverdachte]. […] In de linker broekzak aan de voorzijde van verdachte [medeverdachte], werd door mij een pakket aan 10, - euro biljetten aangetroffen. Deze eurobiljetten zijn terstond door mij inbeslaggenomen.

5. Een geschrift, een kennisgeving van inbeslagneming met nummer PL1100-2016148829-10, op 4 juli 2016 opgemaakt door de hulpofficier van justitie A.M. van [getuige] (ongenummerd).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Inbeslagneming

Datum : 4 juli 2016

Volgnummer 1

Goednummer : PL1100-2016148829-626287

Categorie omschrijving : Geld

Object : Euro

Aantal/eenheid : 160 Eur

Land : Nederland

Bijzonderheden : Aangetroffen in de linker broekzak voorzijde

[…]

6. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer PL1100-2016148829-12 van 4 juli 2016 in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [getuige] (ongenummerd).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisant:

Op 4 juli 2016 was ik op zoek naar twee verdachten van een diefstal bij Vitaminstore. Door collega’s [verbalisant 3] en [verbalisant 4] werden twee verdachten aangetroffen in een auto op de [adres 4] ter hoogte van nummer [nummer]. […] Tijdens de aanhouding kwam uit [adres 4] een man naar buiten. Deze man verklaarde dat hij deze ochtend, maandag 4 juli 2016, gezien had dat deze auto geparkeerd werd. De man verklaarde dat hij gezien had dat er drie mannen uit de auto kwamen en wegliepen in de richting van het winkelcentrum Hoofddorp. […] In de asbak, onder een behoorlijke laag as en sigarettenpeuken, werd de autosleutel door mij aangetroffen.

7. Een proces-verbaal verhoor verdachte met nummer PL1100-2016148829-24 van 4 juli 2016 in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 6] en [verbalisant 7] (ongenummerd).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als op 4 juli 2016 afgelegde verklaring van de verdachte [verdachte]:

[…]

V: Hoofddorp is de plek waar u bent aangehouden?

A: Ja ik ben gekomen met een auto.

[…]

V: Heb jij het voertuig bestuurd?

A: Ja.

V: Wie zaten er nog meer in het voertuig?

A: Deze man die ik in Engeland heb leren kennen en waarmee ik daar gewerkt heb.

V: Wie zaten er nog meer in die auto?

A: Deze andere jongen ik kende hem nog niet zo goed. Ik had hem toen pas voor het eerst gezien.

[…]

V: Wie had de sleutel van het voertuig bij zich?

A: Ik had geen sleutel van de auto niet bij mij. De sleutel was daar achter gebleven.

8. Een proces-verbaal verdachte met nummer PL1100-2016148829-16 van 4 juli 2016 in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 6] en [verbalisant 7] (ongenummerd).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als op 4 juli 2016 afgelegde verklaring van verdachte [medeverdachte]:

V: Bent u in de Vitamin store te Hoofddorp geweest?

A: Ja daar ben ik geweest.

[…]

V: Wat is er volgens u in de winkel gebeurd?

A: Ik ging de winkel in. […] Ik zag de sleutels in de kassa zitten. Ik heb de kassa open gemaakt en heb 100 à 120 euro uit de kassa gepakt.

V: Was u buiten aangehouden of ergens anders?

A: In een auto werd ik aangehouden.

V: Was u alleen in het voertuig?

A: Nee, ik was met [naam 4].

V: Wanneer?

A: Ja om onduidelijk heden te voorkomen. Ik kwam met twee jongens hier. We gingen naar de winkel. […]

V: Dus jullie zijn met zijn drieën met de auto naar Hoofddorp gereden?

A: Ja.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 4 juli 2016 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag, te weten: 160 Euro toebehorende aan winkelbedrijf Vitaminstore (vestiging [adres 2]).

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Nadere bewijsoverweging naar aanleiding van een door de verdediging ingenomen standpunt

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsvrouw bij gebrek aan wettig bewijs vrijspraak bepleit van het medeplegen van het tenlastegelegde feit. Zij heeft hiertoe aangevoerd dat niet kan worden bewezen dat nauw en bewust is samengewerkt tussen de verdachte en medeverdachten [medeverdachte] en [verdachte].

Het hof overweegt als volgt.

Op grond van de hierboven opgenomen bewijsmiddelen kan worden vastgesteld dat [medeverdachte], [verdachte] en [naam 4] met zijn drieën in één auto naar Hoofddorp zijn gereden. [verdachte] verklaart dat hij de auto heeft bestuurd en dat hij de autosleutel in de auto heeft achtergelaten. Getuige [getuige] verklaart dat hij drie personen (het hof begrijpt [medeverdachte], [verdachte] en [naam 4]) uit deze auto heeft zien stappen en dat hij deze personen gezamenlijk in de richting van het winkelcentrum zag gelopen. [naam 1] (hierna: aangeefster) verklaart dat zij twee mannen de winkel binnen heeft zien lopen en dat één van deze twee mannen (het hof begrijpt [naam 4]) zich tot [naam 2] wendde met vragen over haarverf, terwijl de tweede man (het hof begrijpt [verdachte]) naast haar kwam staan en naar thee voor zijn maag vroeg. Uit de verklaringen van aangeefster en getuige [naam 2] blijkt dat de mannen geen genoegen namen met de antwoorden die zij op hun vragen kregen en dat zij andere producten bleven aanwijzen en bleven doorvragen. Aangeefster verklaart dat, terwijl getuige [naam 2] en zij zich bezighielden met de opmerkelijke vragen van de twee mannen, zij de derde man (het hof begrijpt [medeverdachte]) waarnam op het moment dat zij het geluid van de dichtslaande kassalade hoorde. Terwijl [verdachte] in de winkel wordt aangehouden, kunnen [naam 4] en [medeverdachte] vluchten. Zij worden enig moment later door verbalisanten samen in voornoemde auto aangetroffen. De autosleutel wordt door verbalisanten in de asbak onder een laag peuken aangetroffen.

Naar het oordeel van het hof hebben de hierboven weergegeven feiten en omstandigheden een zodanige uiterlijke verschijningsvorm van een in bewuste en nauwe samenwerking uitgevoerde diefstal dat medeplegen bewezen wordt verklaard. [medeverdachte], [naam 4] en [verdachte] kenden elkaar, ze zijn samen naar Hoofddorp gereden en zijn tegelijkertijd in de winkel aanwezig. Terwijl aangeefster en getuige [naam 2] werden afgeleid door [naam 4] en [verdachte], kon [medeverdachte] geld uit de kassa halen en hebben zij de diefstal gezamenlijk uitgevoerd. Het hof overweegt in het bijzonder dat het afleiden van het winkelpersoneel door [naam 4] en [verdachte] instrumenteel is voor het plegen van het tenlastegelegde feit. Uit de ongebruikelijke bewaarplek voor de autosleutel leidt het hof af dat van tevoren was afgesproken om een diefstal te plegen. Uit deze bewaarplek kan worden afgeleid dat de autosleutel in de auto is achtergelaten, om ervoor te zorgen dat de andere verdachten zouden kunnen ontkomen in het geval één van hen zou worden aangehouden. Het hof acht, gelet op al het voorgaande, bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit tezamen in vereniging met anderen heeft gepleegd.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie weken met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden vrijgesproken.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van winkeldiefstal door – onder meer – samen met medeverdachte [naam 4] een verkoopmedewerkster af te leiden, waardoor medeverdachte [medeverdachte] een geldbedrag van € 160,00 uit de kassa van de Vitaminstore heeft kunnen wegnemen. Een dergelijke greep uit de kassa is een brutale diefstal. Met zijn handelen heeft de verdachte niet enkel inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van het betreffende winkelbedrijf, maar heeft hij eveneens schade en overlast veroorzaakt voor de winkelier.

Het hof zal een lagere straf opleggen dan de politierechter heeft gedaan gelet op straffen die doorgaans worden opgelegd aan plegers van winkeldiefstallen zonder frequente recidive. Gelet op de omstandigheden waaronder het feit is gepleegd, acht het hof een andere straf dan een gevangenisstraf niet aan de orde.

Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op artikel 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.P. den Otter, mr. A.P.M. van Rijn en mr. M.J.A. Plaisier, in tegenwoordigheid van mr. M.M.C. Glismeijer, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 28 november 2017.

Mr. M.M.C. Glismeijer is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.