Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:5283

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
19-12-2017
Datum publicatie
05-02-2018
Zaaknummer
200.178.816/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Verwijzing na Hoge Raad
Inhoudsindicatie

Bewijswaardering tegenbewijs tegen voorshands bewezen geachte stelling dat 27 brieven en aanmaningen zijn ontvangen. Zie ECLI:NL:GHAMS:2017:193.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer : 200.178.816/01

zaak- en rolnummer rechtbank Dordrecht : 259378/CV EXPL 10-1123

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 19 december 2017

inzake

[appellant] ,

wonend te [woonplaats] ,

appellant,

advocaat: mr. B. Benard te Wassenaar,

tegen

het zelfstandig bestuursorgaan met publiekrechtelijke rechtspersoonlijkheid CAK

(rechtsopvolger van Centraal Administratie Kantoor Bijzondere Zorgkosten (CAK BZ) B.V.),

gevestigd te Den Haag,

geïntimeerde,

advocaat: mr. A. Robustella te Ede.

1 Verder verloop van het geding

Partijen worden hierna wederom aangeduid als [appellant] en CAK.

Het hof heeft in deze zaak op 24 januari 2017 een arrest gewezen en daarbij aan [appellant] een bewijsopdracht gegeven, onder het aanhouden van iedere verdere beslissing. Voor het verloop van het geding tot die datum wordt verwezen naar dat arrest.

[appellant] heeft in de enquête zichzelf doen horen. Van dit verhoor is proces-verbaal opgemaakt. CAK heeft afgezien van het houden van een contra-enquête.

Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:

-memorie na enquête;

-antwoordmemorie na enquête.

Ten slotte is arrest gevraagd.

2 Verdere beoordeling

2.1.

[appellant] verzoekt het hof terug te komen van een aantal bindende eindbeslissingen in genoemd tussenarrest (nummers 2-11 memorie na enquête). Hetgeen [appellant] daartoe aanvoert brengt naar het oordeel van het hof niet met zich dat bedoelde beslissingen berusten op een onjuiste juridische of feitelijke grondslag (en overigens ook verder niet dat de beslissingen onjuist zijn). Met name staat het gegeven dat het hof het oordeel van de Hoge Raad heeft overgenomen dat de bewuste besluiten zijn bekendgemaakt door overlegging in de procedure, niet eraan in de weg dat die besluiten mogelijk (ook) al eerder zijn bekendgemaakt, namelijk doordat CAK deze aan [appellant] heeft toegestuurd en [appellant] deze heeft ontvangen (in de periode van 17 januari 2006 tot en met 29 juni 2009). Indien deze eerdere verzending komt vast te staan (zie daarover het vervolg van dit arrest), is de wettelijke rente dus - anders dan [appellant] betoogt - wel degelijk eerder gaan lopen.

2.2.

Het hof heeft in genoemd tussenarrest [appellant] toegelaten tot het leveren van tegenbewijs tegen de voorshands bewezen geachte stelling dat [appellant] omstreeks de periode van 17 januari 2006 tot en met 29 juni 2009 in totaal 27 facturen van CAK (productie 2 conclusie van repliek), heeft ontvangen.

2.3.

Het oordeel dat voormelde stelling voorshands is bewezen heeft het hof in het tussenarrest onder meer gebaseerd op de door CAK overgelegde 27 facturen en een aantal aanmaningen door Graydon Nederland B.V. waarop steeds als adres de [adres] wordt vermeld. [appellant] betwist niet dat hij in de verzekeringsperiode steeds op dit adres heeft gewoond. Het valt moeilijk voor te stellen dat al deze facturen en aanmaningen door de jaren heen steeds ofwel niet zijn verzonden ofwel niet zijn aangekomen, mede gelet op de door CAK overgelegde printscreens van THINSY. De stelling van [appellant] dat in 2006 verschillende instanties zich bezig hebben gehouden met het saneren van zijn schulden, staat niet aan het oordeel in de weg, aldus het hof in het tussenarrest.

2.4.

[appellant] heeft als getuige onder meer als volgt verklaard:

“Ik heb in de periode van 17 januari 2006 tot en met juni 2009 gewoond aan de [adres] . Ik heb in die periode niet deels ergens anders gewoond. De periodes dat ik afwezig was duurden hoogstens zo een 3 tot 4 weken. Ik ken de 27 facturen die in de periode van 17 januari 2006 tot en met juni 2009 door het GAK/CAK aan mij zouden zijn gezonden en in deze procedure zijn overgelegd als productie 2 bij de conclusie van repliek. Ik heb deze facturen echter pas voor het eerst gezien toen deze tijdens de rechtszitting door de deurwaarder werden overgelegd.

(…)

Voormelde facturen heb ik destijds dus niet ontvangen op mijn woonadres. In die periode heb ik niet gemerkt dat ik post van anderen niet ontving. In mijn ervaring ontving ik de post altijd goed, behalve in vakantie periodes wanneer een andere postbode de post bezorgde. Ik woon in een HAT-eenheid in de bovenverdieping met huisnummer 8 en onder mij woont iemand met huisnummer 8a. In vakantieperiodes ontvingen wij wel eens post van de ander, maar zowel deze bewoner als ik gaven de post dan altijd door. In vakantieperiodes kwam mijn post ook wel eens bij willekeurige andere buren van de HAT-eenheden terecht. In vakantieperiodes ontving ik ook wel eens post van andere bewoners van andere HAT-eenheden in het blok. Ook ontving ik wel eens post van een bepaalde mevrouw in het dorp; dat heeft een aantal jaren geduurd.

Ik ben in 2004 in de schuldsanering terecht gekomen vanwege een betalingsachterstand, die ik omdat ik financieel op bijstandsniveau verkeerde niet kon wegwerken. In mijn herinnering was dat een schuldsanering onder leiding van een kerkgenootschap. Iemand van dat kerkgenootschap heeft mijn rekeningen doorgenomen en daarna de rekeningen betaald die ik niet kon voldoen. Dit heeft allemaal plaatsgevonden in 2004. Ik heb daarna niet nog een keer in de schuldsanering gezeten.

Als antwoord op de vraag of ik er een verklaring voor heb dat ik de rekeningen van het GAK/CAK waar het in deze procedure over gaat, mochten deze aan mijn adres zijn gestuurd, niet heb ontvangen, antwoord ik dat ik hier geen verklaring voor heb. Ik heb uitgerekend dat het om ongeveer 480 postbezorgingen gaat, die ik dus allemaal niet heb ontvangen. Bij nader inzien verklaar ik dat ik in 2004 telefonisch contact heb gehad met een medewerker van het kantoor Graydon. Dit ging om rekeningen van een ziekenhuis. Deze medewerker heeft toen het verzenden van de rekeningen stopgezet. Misschien zat die stop er nog op toen de rekeningen van het GAK aan mij moesten worden gestuurd. Dat is een logische verklaring.

(…)

Ik heb nooit aangetekende brieven van het GAK ontvangen. De onderbuurman van nummer 8a woont daar zeker al zo een 15 jaar, en dus ook in de periode van 2006 tot en met 2009. Het is in die periode ook steeds dezelfde bewoner geweest die daar heeft gewoond.”

2.5.

Naar het oordeel van het hof is [appellant] er niet in geslaagd het voorshands geleverde bewijs te ontzenuwen. [appellant] verklaart weliswaar in de periode van 17 januari 2006 tot en met 2009 te hebben gewoond aan de [adres] zonder op dit adres (één van) de bewuste 27 facturen te hebben ontvangen, maar hij geeft geen plausibele verklaring voor het (gestelde) gegeven dat geen van de facturen dan wel aanmaningen op dit adres zou zijn bezorgd. [appellant] verklaart dat het in vakantieperiodes wel eens mis ging met de postbezorging bij de HAT-eenheden in het blok waartoe zijn woning behoorde. Dit verklaart echter niet waarom alle 27 facturen en aanmaningen niet zouden zijn aangekomen, ook omdat slechts een (klein) deel van deze verzendingen in vakantieperiodes plaatsvond. Bovendien verklaart [appellant] dat voor zover zijn post in vakantieperiodes bij zijn benedenbuurman terecht kwam, deze door de benedenbuurman altijd aan hem werd verstrekt. Dat Graydon volgens de verklaring van [appellant] op zijn verzoek in 2004 was gestopt met het zenden van rekeningen van een ziekenhuis aan [appellant] , maakt evenmin aannemelijk dat Graydon van januari 2006 tot en met juni 2009 geen aanmaningen aan [appellant] zou hebben gestuurd. Nu [appellant] verklaart dat hij in 2004 in de schuldsanering heeft gezeten, maar daarna niet meer, vormt ook het gegeven dat [appellant] in de schuldsanering heeft gezeten geen plausibele verklaring voor het niet ontvangen van de facturen en de aanmaningen van januari 2006 tot en met juni 2009.

2.6.

Nu [appellant] niet is geslaagd in het ontkrachten van het bewijs, is komen vast te staan dat [appellant] omstreeks de periode van 17 januari 2006 tot en met 29 juni 2009 in totaal 27 facturen van CAK (productie 2 conclusie van repliek) heeft ontvangen. De door CAK over de hoofdsom van € 3.658,28 gevorderde wettelijke rente is door de kantonrechter derhalve terecht toegewezen.

2.7.

Uit genoemd tussenarrest en het bovenstaande volgt dat de grief faalt en het bestreden vonnis zal worden bekrachtigd. De in hoger beroep bij eisvermeerdering ingestelde vordering van CAK zal worden afgewezen. [appellant] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de gedingkosten van het hoger beroep.

3 Beslissing

Het hof:

bekrachtigt het bestreden vonnis;

veroordeelt [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van CAK begroot op € 649,00 aan verschotten en € 1.896,00 voor salaris en € 131,00 voor nasalaris, te vermeerderen met € 68,00 voor nasalaris en de kosten van het betekeningsexploot ingeval betekening van dit arrest plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente, indien niet binnen veertien dagen na dit arrest dan wel het verschuldigd worden van de nakosten aan de kostenveroordeling is voldaan;

verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.E. Molenaar, D.J. van der Kwaak en L.R. van Harinxma thoe Slooten, en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 19 december 2017.