Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:524

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
21-02-2017
Datum publicatie
26-04-2017
Zaaknummer
200.179.199/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

CAR-verzekering. Wopereis heeft werkzaamheden aan silo’s en silodelen verricht voor Brokking. Ingevolge een storm zijn silodelen onherstelbaar beschadigd geraakt of onbruikbaar geworden. Delta Loyd weigert dekking omdat het niet om verzekerd werk zou gaan, resp. omdat de schade uit anderen hoofde zou zijn vergoed. Zij wordt toegelaten tot tegenbewijs resp. tot bewijs dienaangaande.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/2245
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer : 200.179.199/01

zaaknummer rechtbank Amsterdam : C/13/576906/HA ZA 14-1135

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 21 februari 2017

inzake

WOPEREIS PROJECTEN B.V.,

gevestigd te Doetinchem,

appellante,

tevens incidenteel geïntimeerde,

advocaat: mr. A.M. Ubink te Zwolle,

tegen

DELTA LLOYD SCHADEVERZEKERING N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

geïntimeerde,

tevens incidenteel appellante,

advocaat: mr. J.H. Tuit te Almere.

1 Het geding in hoger beroep

Partijen worden hierna Wopereis en Delta Lloyd genoemd.

Wopereis is bij dagvaarding van 21 oktober 2015 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de rechtbank Amsterdam van 23 september 2015, gewezen tussen Wopereis als eiseres en Delta Lloyd als gedaagde.

Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:

- memorie van grieven, met een productie;

- memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in incidenteel appel, met producties;

- memorie van antwoord in incidenteel appel, met een productie.

Partijen hebben de zaak ter zitting van 17 oktober 2016 doen bepleiten, Wopereis door mr. Ubink voornoemd en Delta Lloyd door mr. Tuit voornoemd, ieder aan de hand van pleitnotities die zijn overgelegd. Bij die gelegenheid zijn door Delta Lloyd nadere producties in het geding gebracht.

Tenslotte is arrest gevraagd.

Wopereis heeft in het principaal appel geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en alsnog uitvoerbaar bij voorraad haar vorderingen zal toewijzen, met beslissing over de proceskosten, te vermeerderen met nakosten en wettelijke rente. Delta Lloyd heeft in het principaal appel geconcludeerd dat het hof de grieven van Wopereis zal afwijzen en in zoverre het bestreden vonnis zal bekrachtigen, met veroordeling van Wopereis, uitvoerbaar bij voorraad, in de kosten van het hoger beroep, te vermeerderen met nakosten en wettelijke rente.

In het incidenteel appel heeft Delta Lloyd geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en de vorderingen van Wopereis alsnog zal afwijzen met – uitvoerbaar bij voorraad – veroordeling van Wopereis tot terugbetaling van hetgeen Delta Lloyd haar ingevolge het vonnis waarvan beroep heeft betaald, met beslissing over de proceskosten, te vermeerderen met nakosten en wettelijke rente.

In het incidenteel appel heeft Wopereis geconcludeerd tot afwijzing van de vorderingen van Delta Lloyd, met beslissing over de proceskosten, te vermeerderen met nakosten en wettelijke rente.

Beide partijen hebben bewijs van hun stellingen aangeboden.

2 Feiten

De rechtbank heeft in het bestreden vonnis onder 2.1 tot en met 2.11 de feiten vastgesteld die zij tot uitgangspunt heeft genomen. Deze feiten zijn in hoger beroep niet in geschil en zal het hof daarom als vaststaand aannemen. Voor zover nodig zal het hof rekening houden met de in grief I in het incidenteel appel bedoelde aanvulling op de feiten. Een opsomming van de tussen partijen vaststaande feiten volgt hierna onder 3.1.

3 Beoordeling

3.1

Het gaat in dit geding samengevat over het volgende.

( i) Wopereis houdt zich bezig met het bouwen en monteren van staalconstructies, alsook het leveren en monteren van silo’s. Zij heeft in opdracht van Brokking Onroerend Goed (hierna: Brokking) vijf silo’s geplaatst op het terrein van Brokking in Kampen. Deze silo’s waren aldus gesitueerd dat er tussen silo 2 en silo 3 nog twee kleinere silo’s konden worden geconstrueerd.

(ii) De vijf silo’s zijn opgeleverd op 8 oktober 2009. Op 18 december 2009 heeft zich tijdens het vullen van silo 3 een calamiteit voorgedaan, waarbij deze silo bezweken is en de silo’s 2 en 4 beschadigd zijn geraakt.

(iii) Silo 3 is door de calamiteit volledig verwoest. De silo’s 2 en 4 waren zodanig beschadigd dat deze gedemonteerd moesten worden. De onderste vijf meter van de vijftien meter hoge silo’s waren niet meer bruikbaar. De bovenste tien meter van de silo’s waren niet beschadigd.

(iv) De bovenste (onbeschadigde) delen van de silo’s (hierna de silodelen 2a en 4a) zijn gescheiden van de onderste (beschadigde) delen en zijn vervolgens verstevigd en op betonplaten geplaatst in het weiland naast het silopark.

( v) Tijdens een storm op 11 juli 2010 zijn de silodelen 2a en 4a alsnog onherstelbaar beschadigd geraakt.

(vi) Wopereis heeft de stormschade op 15 juli 2010 gemeld bij Delta Lloyd.

(vii) Wopereis had een doorlopende CAR-verzekering afgesloten bij Delta Lloyd. Ten tijde van de stormschade was deze CAR-verzekering tussen partijen onverkort van kracht. Op het polisblad staat vermeld:

“(…)

Verzekeringnemer (…) Wopereis (…)

(…)

Verzekerd Het bouwen en monteren van staalconstructies voor stallen en bedrijfsgebouwen, alsmede constructiewerk van silokappen en monteren en installeren van silo’s..

(…)”

(viii) De algemene voorwaarden behorende bij de CAR-verzekering houden, voor zover hier van belang, de volgende bepalingen in:

“(…)

Verzekerde(n)

A. de verzekeringnemer

B. de opdrachtgever (…)

(…)

VERZEKERDE WERKEN

1. De verzekering heeft betrekking op alle door of in opdracht van verzekeringnemer uit te voeren werken zoals omschreven op het polisblad mits:

(…)

B de in het bestek of de aannemingsovereenkomst voorgeschreven bouwtermijn die ligt tussen het begin van een werk en de oplevering niet langer is dan de bouwtermijn volgens het polisblad;

(…)

RUBRIEK I HET WERK

(…)

BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN

(…)

Het Werk

A een object, in aanbouw en/of gereed;

B de bouwcomponenten die voor rekening en risico van een verzekerde op het bouwterrein aanwezig zijn en eventueel ter beschikking zijn gesteld; de bouwcomponenten dienen bestemd te zijn om blijvend in het werk te worden verwerkt;

(…)

SCHADEREGELING

Schaderegeling geschiedt met en uitkering van de schadepenningen geschiedt aan verzekeringnemer, die geacht wordt door alle andere partijen onder deze polis onherroepelijk daartoe te zijn gemachtigd (…)

(…)

RUBRIEK III BESTAANDE EIGENDOMMEN OPDRACHTGEVER

(…)

BEGRIPSOMSCHRIJVING BESTAANDE EIGENDOMMEN OPDRACHTGEVER

Onroerende zaken – met uitsluiting van door de opdrachtgever ten behoeve van het werk te gebruiken of beschikbaar gestelde bouwcomponenten – die vanaf het begin van de bouwtermijn:

- eigendom van de opdrachtgever zijn of waarvoor hij krachtens overeenkomst verantwoordelijk is, en:

- liggen binnen de invloedssfeer van het werk.

(…)

SCHADEREGELING

Schaderegeling geschiedt met en uitkering van de schadepenningen geschiedt aan verzekeringnemer, die geacht wordt door alle andere partijen onder deze polis onherroepelijk daartoe te zijn gemachtigd (…)

(…)”

(ix) Op 11 maart 2014 heeft Delta Lloyd aan Wopereis te kennen gegeven dat zij geen schade als gevolg van de storm zal uitkeren.

3.2

Wopereis heeft daarop een procedure in rechte geëntameerd om veroordeling van Delta Lloyd af te dwingen tot betaling van hetgeen haar in haar visie uit hoofde van de met Delta Lloyd overeengekomen CAR-verzekering toekomt. De rechtbank heeft de vorderingen van Wopereis gedeeltelijk toegewezen. Tegen deze beslissing en de daaraan ten grondslag gelegde motivering is Wopereis met twee grieven opgekomen. In incidenteel appel heeft Delta Lloyd zes grieven tegen het vonnis van de rechtbank geformuleerd.

3.3

Alvorens op de grieven in principaal en incidenteel appel in te gaan, ziet het hof aanleiding de stellingen van partijen verkort weer te geven.

3.4

De door Wopereis ingenomen stellingen laten zich als volgt resumeren.

a. Na de instortingsschade aan de silo’s 2, 3 en 4 ten gevolge van de calamiteit op 18 december 2009, heeft Wopereis van Brokking de opdracht gekregen om de silo’s 2, 3 en 4 te slopen.

b. In aanmerking nemend dat in het oorspronkelijk plan nog de bouw van twee kleinere silo’s (de silo’s 6 en 7) was voorzien, heeft Wopereis aan Brokking voorgesteld om de hierboven sub 3.1 onder (iv) bedoelde silodelen 2a en 4a te gebruiken voor de bouw van de in het oorspronkelijk plan voorziene silo’s 6 en 7.

c. Brokking is op dat voorstel ingegaan en heeft aan Wopereis de opdracht gegeven om, met gebruikmaking van de door haar, Brokking, bij het verstrekken van de sloopopdracht om niet aan Wopereis ter beschikking gestelde silodelen 2a en 4a, de oorspronkelijk geplande silo’s 6 en 7 te realiseren.

d. Wopereis is met de constructie van de silo’s 6 en 7 van start gegaan en heeft daartoe begin mei 2010 een aantal werkzaamheden verricht, bestaande uit het verstevigen van de silodelen 2a en 4a met u-profielen en staalkabels, het afslijpen van deze aldus verstevigde silodelen 2a en 4a van het onderste beschadigde gedeelte van de silo’s 2 en 4 en het tijdelijk veiligstellen van de afgeslepen (en aan de onderzijde opnieuw verstevigde) silodelen 2a en 4a op betonplaten in het naast gelegen weiland, zulks in afwachting van hun definitieve plaatsing als (onderdelen van) de silo’s 6 en 7.

e. Na het verrichten van deze werkzaamheden zijn de op het weiland geplaatste silodelen 2a en 4a ten gevolge van de storm in het weekend van 11 juli 2010 onherstelbaar beschadigd geraakt en als onderdelen van de silo’s 6 en 7 volstrekt onbruikbaar geworden.

f. De CAR-verzekering die Wopereis bij Delta Lloyd afgesloten heeft, biedt dekking voor het monteren en installeren van de silo’s 6 en 7 (een nieuw werk), en dekking voor de daarbij benutte bouwcomponenten. Dit brengt mee dat zowel de hiervoor onder d. omschreven werkzaamheden die Wopereis aan de silodelen 2a en 4a heeft verricht onder de dekking vallen alsook de silodelen zelf, aangezien zij voor rekening en risico van een verzekerde (hetzij de verzekeringnemer hetzij de opdrachtgever) op het bouwterrein aanwezig waren en ter beschikking waren gesteld om blijvend in het werk te worden verwerkt.

3.5

Delta Lloyd brengt daartegen, voor zover thans relevant, het volgende in.

a. Wopereis kan niet onder de CAR-verzekering claimen, omdat er geen sprake van is dat Brokking, na de instortingsschade van 18 december 2009 en voorafgaand aan de stormschade van 11 juli 2010, aan Wopereis een opdracht tot het bouwen van de silo’s 6 en 7 heeft verstrekt. Een opdracht vereist onder meer specificaties en prijsstellingen en die ontbreken, terwijl er bovendien omtrent de diameter van de silo’s 6 en 7 geen duidelijkheid heeft bestaan. Van een nieuw werk is geen sprake, het betrof opruimwerk na en als gevolg van de eerdere calamiteit. Dat opruimen is zelf geen verzekerd werk.

b. Voor zover mocht komen vast te staan dat Brokking wel een opdracht tot het bouwen van de silo’s 6 en 7 heeft verstrekt, kan Wopereis evenmin onder de CAR-verzekering claimen omdat ingevolge die verzekering vereist is dat er met het werk

- conform het bepaalde in de polisvoorwaarden ten aanzien van wat ‘verzekerde werken’ zijn (artikel 2 lid 1 algemene voorwaarden) - een begin is gemaakt en van een ‘begin’ van werk in casu geen sprake is. De kosten voor het afsnijden en separeren van de silodelen 2a en 4a kunnen niet beschouwd worden als kosten in het kader van het nieuwbouwproject voor twee nieuwe, kleinere silo’s die op een andere plek gebouwd moeten gaan worden (paragraaf 89 memorie van antwoord in principaal appel, memorie van grieven in incidenteel appel). Deze kosten houden verband met werkzaamheden in het kader van de opruiming die naar aanleiding van de calamiteit van 18 december 2009 moesten plaatsvinden en betreffen geen werkzaamheden in het kader van de constructie van de silo’s 6 en 7.

c. Voor zover mocht komen vast te staan dat wel degelijk een begin is gemaakt met de constructie van de silo’s 6 en 7, dan nog biedt de CAR-verzekering geen dekking. Ten aanzien van de door de stormschade waardeloos geworden silodelen 2a en 4a niet, omdat deze bouwcomponenten vooraf aan de verzekeraar hadden moeten worden gemeld en ten aanzien van de aanvangswerkzaamheden met betrekking tot de silo’s 6 en 7 niet, omdat Wopereis deze werkzaamheden bij Brokking heeft gedeclareerd en betaald heeft gekregen.

d. En voor zover het voorgaande evenmin opgaat, dan geldt dat Wopereis nooit de silodelen 2a en 4a geleverd heeft gekregen, zodat de eigendom van deze silodelen geacht moet worden bij Brokking te zijn gebleven. Wopereis heeft derhalve geen zelfstandig verhaalsrecht op Delta Lloyd.

e. Er is geen sprake van schade die voor vergoeding in aanmerking komt, omdat Wopereis voor haar werkzaamheden de afgesproken vergoeding van Brokking heeft gekregen en zij, wat de silodelen 2a en 4a betreft, daarvan geen eigenaar was. Daarbij komt dat Brokking, als zij van Delta Lloyd nog enig bedrag ontvangt, verrijkt wordt, gelet op de betalingen die zij al ontvangen heeft, hetgeen strijd met het indemniteitsbeginsel oplevert.

Brokking heeft evenmin schade geleden. De silodelen 2a en 4a waren voor haar na de calamiteit van 18 december 2009 waardeloos geworden en voor zover er toch nog enige waarde aan de silodelen 2a en 4a mocht worden toegekend, heeft Brokking de desbetreffende schade (zowel wat de silodelen 2a en 4a aangaat als wat betreft de aan Wopereis vergoede werkzaamheden) onder haar eigen verzekering(en) geclaimd.

3.6.1

Wopereis dient te stellen en bij betwisting te bewijzen dat zich een onder de CAR-polis verzekerd evenement heeft voorgedaan, waardoor een verzekerde (zie hierna) schade heeft geleden. Dat stormschade aan een door Wopereis uitgevoerd werk een verzekerd evenement oplevert, staat tussen partijen vast. Voor het overige is beslissend het antwoord op de vraag of Brokking aan Wopereis een opdracht tot het bouwen van de silo’s 6 en 7 heeft verstrekt. Indien komt vast te staan dat zulks het geval is, is er sprake van een nieuw werk dat gedekt is onder rubriek I en waarvan op basis van de vaststaande feiten voorshands moet worden geconcludeerd dat Wopereis daarmee reeds een begin had gemaakt ten tijde van de storm. In dat verband is dan nodig dat die opdracht, zoals Wopereis stelt, is verstrekt voordat de werkzaamheden aan de silo’s 2a en 4a werden verricht. Het separeren van de betonbak, verplaatsen en verstevigen van silo’s 2a en 4a kan dan in redelijkheid niet als opslag en evenmin als reparatie worden gezien. Met name het op het terrein van Brokking elders plaatsen en verstevigen wijst op het gebruiksklaar neerzetten in het kader van het begin van het werk. Alsdan valt de claim van Wopereis onder de CAR-verzekering als zijnde schade aan het werk (rubriek I) en doet niet ter zake of er sprake is van schade aan bestaande eigendommen van de opdrachtgever (rubriek III), nu vast staat dat Wopereis geen vergoeding onder rubriek III vordert.

De eigendomsvraag, in het bijzonder de betwisting van Delta Lloyd dat Brokking de eigendom van de silodelen 2a en 4a aan Wopereis heeft overgedragen, kan dan als irrelevant onbesproken blijven. Immers, zowel de verzekeringnemer Wopereis als de opdrachtgever Brokking kwalificeren onder de polis als verzekerde en zodoende maakt het voor de uitkeringsplicht van Delta Lloyd niet uit of de schade aan de silodelen 2a en 4a door Wopereis dan wel door Brokking wordt geleden. Artikel 23 van de algemene voorwaarden van de CAR-verzekering brengt mee dat Brokking geacht wordt Wopereis gemachtigd te hebben tot het indienen van de claim. Hoe een en ander tussen Wopereis en Brokking wordt afgewikkeld heeft voor de dekkingsvraag geen belang.

3.6.2

Wat betreft de door Delta Lloyd gestelde meldingsplicht is het hof van oordeel dat die plicht noch uit de tekst noch uit de systematiek van de CAR-verzekering kan worden afgeleid. Dat, uiteindelijk, de waarde van de gebruikte bouwcomponenten ingevolge art. 1.4 van de algemene voorwaarden behorende bij de CAR-verzekering bij de bepaling van de omzet van Wopereis (en dus bij de door haar te betalen premie) moet worden meegenomen, is juist en wordt door Wopereis ook niet weersproken. Daaruit volgt echter een dergelijke voorwaarde van melding voor de dekking niet. Ook overigens wijst Delta Lloyd niet op een voorwaarde of uitsluiting waaruit blijkt dat Wopereis, op straffe van dekkingsuitsluiting, gehouden zou zijn geweest tevoren een dergelijke melding te doen.

Als blijkt dat sprake is van een nieuw werk volgt daaruit ook dat de werkzaamheden die Wopereis aan de silodelen 2a en 4a heeft verricht, niet kwalificeren als opruimingswerkzaamheden naar aanleiding van de calamiteit van 18 december 2009, zoals Delta Lloyd meent en hiervoor reeds besproken werd. Als blijkt dat geen sprake was van een nieuw werk en het separeren, verplaatsen en verstevigen van de silo’s 2a en 4a slechts verband hield met opruimwerk en opslag met het oog op latere afvoer, is van dekking geen sprake.

3.7

Op het punt van de opdracht heeft Wopereis ter onderbouwing van haar stellingen twee brieven van Brokking in het geding gebracht, een brief van 26 april 2013 en een brief van 12 februari 2016.

In de brief aan Wopereis d.d. 26 april 2013 schrijft Brokking, voor zover hier relevant, het volgende:

“(…)

Voor de goede orde bevestigen wij u hierbij dat u ten tijde van de storm van juli 2010 van ons de opdracht had om tussen de silo’s 2 en 3 twee kleinere silo’s te bouwen, namelijk nummers 6 en 7, zoals ook in het oorspronkelijke plan het voornemen was. Daarom is in de opdracht tot het bouwen van de silo’s 1 tot en met 5 ruimte vrijgelaten om dit in de toekomst te kunnen bouwen. U zou daarbij gebruikmaken van materiaal die na de calamiteit door ons aan u ter beschikking zijn gesteld en die tijdelijk op ons terrein waren gestald. Nadat wij u de opdracht hebben verstrekt om de silo’s opnieuw op te bouwen, zijn de betreffende materialen beschadigd geraakt door de storm in het weekend van 11 juli 2010.

(…)”

In de brief aan Wopereis d.d. 12 februari 2016 schrijft Brokking, voor zover hier relevant, het volgende:

“(…)

U hebt ons in kennis gesteld van het vonnis van de Rechtbank Amsterdam inzake de stormschade aan twee ingekorte silo’s in juli 2010, die bestemd waren om te hergebruiken. In het vonnis van de Rechtbank Amsterdam van 23 september 2015 is onder andere aan de orde of de betreffende silo’s ten tijde van de storm ons eigendom waren. Dit was niet meer het geval. De betreffende silodelen zijn door ons aan u ter beschikking gesteld. U zou deze gebruiken om in onze opdracht twee nieuwe kleine silo’s voor ons te realiseren. Vanaf het moment dat wij de silodelen aan u ter beschikking hebben gesteld, waren deze silodelen voor uw risico ter plaatse aanwezig. Om die reden hebt u deze silodelen ook verstevigd. Niettemin zijn ze tijdens een storm in juli 2010 omgewaaid. Dit was op dat moment uw risico.

Dat de betreffende silodelen van u waren ten tijde van de storm blijkt overigens ook uit het feit dat wij na de storm met het afvoeren van de silodelen geen bemoeienis hebben gehad en ook de schrootwaarde niet hebben geïncasseerd.

Tot slot berichten wij u nog als volgt. Naar wij begrijpen hebt u hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank. In dat kader berichten wij u nog dat, voor zover ook het gerechtshof van oordeel mocht zijn dat de schade aan de silodelen als gevolg van de storm schade is die door ons is geleden, u uitdrukkelijk door ons gemachtigd bent namens ons vergoeding van deze schade te vorderen van Delta Lloyd onder de door u gesloten CAR-verzekering, waarbij wij als medeverzekerde zijn aan te merken, een en ander als bedoeld in artikel 23 van de algemene voorwaarden die bij deze CAR-verzekering behoren.

(…)”

3.8

Met deze brieven acht het hof de stelling van Wopereis dat Brokking haar voorafgaand aan de stormschade van 11 juli 2010 de opdracht heeft gegeven tot het bouwen van de silo’s 6 en 7 met gebruikmaking van de silodelen 2a en 2b voorshands bewezen en daarmee ook, dat met dat werk een aanvang was gemaakt. Hoewel daaruit het precieze moment van het verstrekken van die opdracht niet blijkt, acht het hof, in het licht van de onbetwiste stelling van Wopereis dat Brokking al voordat de 5 silo’s oorspronkelijk geplaatst werden met Wopereis over de plaatsing van 2 kleine silo’s had gesproken, voldoende bewezen dat deze opdracht is verstrekt voordat Wopereis de silo’s 2a en 4a had losgesneden, verplaatst en verstevigd.

Nu Delta Lloyd de opdracht en de aanvang van het nieuwe werk gemotiveerd betwist, zal Delta Lloyd in de gelegenheid worden gesteld tegenbewijs te leveren. Indien Delta Lloyd daarin niet slaagt, is de conclusie dat de CAR-verzekering dekking biedt voor de ten gevolge van de storm van 11 juli 2010 onherstelbaar beschadigde silodelen 2a en 4a alsmede voor de ten behoeve van de constructie van silo’s 6 en 7 door Wopereis verrichtte aanvangswerkzaamheden.

3.9

Dat de fysieke beschadiging tot onder de polis gedekte schade heeft geleid, is voorshands voldoende gebleken. Het beroep op het indemniteitsbeginsel dat Delta Lloyd heeft gedaan houdt in, dat inmiddels alle schade (van, zo begrijpt het hof de stellingen, zowel Brokking als Wopereis) inmiddels uit anderen hoofde is vergoed en dat hoogstens nog slechts schade resteert ten gevolge van het eerdere incident in 2009. Als dat juist is, kan dat bij deze verzekering een zelfstandige grond opleveren om de vordering af te wijzen. Delta Lloyd zal, om proceseconomische redenen reeds thans, worden toegelaten tot bewijslevering op dat punt, die naar het zich laat aanzien met name door geschriften zal kunnen plaatsvinden.

Het hof zal Delta Lloyd toelaten tot het leveren van tegenbewijs, waarna Wopereis in staat zal worden gesteld tot het houden van een contra enquête.

4 Beslissing

Het hof:

rechtdoende in principaal en incidenteel appel:

a. laat Delta Lloyd toe tot het leveren van tegenbewijs tegen de voorshands bewezen geachte stelling van Wopereis dat Brokking haar voorafgaand aan de stormschade van 11 juli 2010 opdracht heeft verstrekt tot het construeren van de silo’s 6 en 7 met gebruikmaking van de silodelen 2a en 4a en dat zij na die opdracht en in dat kader de silo’s 2a en 4a heeft gesepareerd, verplaatst en verstevigd;

b. laat Delta Lloyd toe tot bewijs van haar stelling dat alle schade van Brokking en Wopereis ten gevolge van de storm uit anderen hoofde is vergoed;

beveelt dat, indien Delta Lloyd getuigen wil doen horen, een getuigenverhoor zal plaatshebben voor mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten, daartoe tot raadsheer‑commissaris benoemd, in het Paleis van Justitie, IJdok 20 te Amsterdam op een nader te bepalen dag en uur;

verwijst de zaak naar de rol van 4 april 2017 voor opgave door de advocaat van Delta Lloyd van de verhinderdata van beide partijen en de getuige(n) in de maanden juni 2017 tot en met oktober 2017.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten, M.J.J. de Bontridder en A.L.M. Keirse en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 21 februari 2017.