Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:5182

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
27-11-2017
Datum publicatie
20-12-2017
Zaaknummer
23-001444-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Diefstal en verduistering. Bevestiging behalve t.a.v. straf en met dien verstande dat de strafmotivering wordt vervangen en de bewijsmiddelen worden aangepast. Gevangenisstraf 4 maanden. In strafmatigende zin rekening gehouden met art. 63 Sr.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-001444-17

datum uitspraak: 27 november 2017

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw)

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 13 april 2017 in de strafzaak onder parketnummers 13-684402-16 en 13-689290-16 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,

thans uit anderen hoofde gedetineerd in P.I. Ter Apel, Gevangenis te Ter Apel.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 13 november 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de strafoplegging – in zoverre zal het vonnis worden vernietigd – en met dien verstande dat het hof de strafmotivering vervangt door de navolgende en bewijsmiddelen aanpast zoals hierna te noemen.

Aanpassing van de bewijsmiddelen

Het hof leest de vermelding van bewijsmiddel 2 verbeterd, zodat deze komt te luiden als volgt:

'Het proces-verbaal bevindingen met nummer PL1300-2016177996-12 van 18 augustus 2016, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant] (doorgenummerde p. 26 e.v.)'

Bij bewijsmiddel 5 wordt na de zinsnede “Ik kwam met [naam]” ingevoegd:

(het hof begrijpt: op 9 oktober 2015 te Amsterdam)”.

Oplegging van straf

De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg in de zaak met parketnummer 13-684402-16 primair en in de zaak met parketnummer 13-689290-16 subsidiair bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden met aftrek van voorarrest.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het in de zaak met parketnummer 13-684402-16 primair en in de zaak met parketnummer 13-689290-16 subsidiair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een hogere gevangenisstraf, te weten tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden met aftrek van voorarrest.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal van een portemonnee op het Centraal Station te Amsterdam, waarbij hij een toerist die bezig was zijn bagage op te bergen in een daartoe bestemd kluisje, heeft ‘gerold’ en vervolgens op brutale wijze om vindersloon heeft gevraagd voor de – door hem zelf gestolen en weer teruggebrachte – portemonnee. Voorts heeft de verdachte zich samen met een ander schuldig gemaakt aan verduistering van een door hen gevonden tas; de verdachte en zijn mededader besloten de tas niet naar de politie te brengen, maar zich die tas en goederen uit die tas toe te eigenen. Diefstal en verduistering zijn ergerlijke feiten die voor de benadeelden in het algemeen hinder en schade met zich brengen. Bovendien dragen dergelijke feiten bij aan een in de maatschappij heersend gevoel van onrust en onveiligheid. De verdachte heeft er blijk van gegeven dat hij geen respect heeft voor het eigendomsrecht van anderen. Het hof rekent hem dit aan.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 7 november 2017 is hij eerder herhaaldelijk ter zake van het plegen van vermogensdelicten onherroepelijk tot vrijheidsstraffen veroordeeld, hetgeen hem er kennelijk niet van heeft weerhouden het onderhavige feit te plegen. Deze omstandigheden worden in het nadeel van de verdachte gewogen.

Het hof heeft gelet op de straf die in soortgelijke gevallen, waar het gaat om frequente recidive van zakkenrollerij, pleegt te worden opgelegd en die zijn weerslag heeft gevonden in de destijds geldende Oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS), te weten een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden. Weliswaar voldoet de verdachte niet aan de definitie van frequente recidive zoals in die oriëntatiepunten omschreven, maar hij is eerder herhaaldelijk voor vermogensdelicten veroordeeld, zodat als uitgangspunt een gevangenisstraf van enkele maanden ten aanzien van de diefstal van de portemonnee passend wordt geacht. Nu de verdachte zich tevens schuldig heeft gemaakt aan verduistering van een tas met inhoud acht het hof voor beide feiten een gevangenisstraf van vier maanden passend en geboden, waarbij in strafmatigende zin rekening is gehouden met het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht.

Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 57, 63, 310 en 321 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de strafoplegging en doet in zoverre opnieuw recht.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. C.N. Dalebout, mr. R. Veldhuisen en mr. G.M. Boekhoudt, in tegenwoordigheid van T. van den Honert, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 27 november 2017.

Mr. R. Veldhuisen is buiten staat dit arrest te ondertekenen.