Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:5161

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
13-12-2017
Datum publicatie
20-12-2017
Zaaknummer
23-001231-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het verweer dat niet blijkt dat de op Marktplaats aangeboden jas de jas van aangever is, noch dat de verdachte een actieve rol heeft gehad en evenmin dat de verdachte wist of moest vermoeden dat de jas van diefstal afkomstig was, wordt verworpen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-001231-17

datum uitspraak: 12 december 2017

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 27 maart 2017 in de strafzaak onder parketnummer 13-097147-16 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

adres: [adres 1].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

28 november 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 23 december 2015 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, een goed te weten een jas (merk Canada Goose) heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal om proceseconomische redenen worden vernietigd.

Bewijsverweer

De raadsman heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep op het standpunt gesteld dat de verdachte van het ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken op de grond dat niet uit het dossier blijkt dat de op Marktplaats aangeboden jas de jas van aangever is, noch dat de verdachte een actieve rol heeft gehad en evenmin dat de verdachte wist of moest vermoeden dat de jas van diefstal afkomstig was.

Het hof overweegt als volgt.

De aangifte houdt onder meer het volgende in. Op 23 december 2015 omstreeks 00:00 uur heeft de aangever zijn auto geparkeerd in de [straat] in Amsterdam. De ochtend van 23 december 2015 omstreeks 10:00 uur zag de aangever dat de achterruit van zijn auto was ingeslagen en dat zijn jas die in de kofferbak lag, was weggenomen. Diezelfde dag rond 17:00 is de aangever op Marktplaats gaan kijken of wellicht zijn jas werd aangeboden. De aangever kwam een advertentie tegen die op 23 december 2015 om 05:28 uur was geplaatst door ene Gucci en waarin zijn jas te koop werd aangeboden. De aangever herkende de aangeboden jas als zijn jas aan de vlekken en het brandgaatje aan de voorzijde van de jas. De aangever heeft onderzoek gedaan naar het account waaronder de advertentie was geplaatst. De adverteerder bleek vlak bij de aangever in de buurt te wonen en gebruik te maken van het telefoonnummer [telefoonnummer]. De aangever is naar de woning van de adverteerder aan de [adres 1] gegaan en heeft gesproken met de moeder van de verdachte die tegenover hem heeft bevestigd de jas in de woning te hebben gezien. De vader van de verdachte heeft vervolgens tegen de aangever gezegd dat de verdachte de jas op verzoek van de broer van een vriend van de verdachte, omdat die vriend geen internet had, op internet heeft gezet. In een daarop volgend gesprek liet de oom van de verdachte weten dat de jas niet meer in de woning zou zijn, waarna de aangever met de vader van de verdachte afspraken heeft gemaakt over de afhandeling van de jas. De aangever zou een schadevergoeding krijgen voor de jas en de kapotte autoruit. Deze vergoeding is niet betaald en de jas is evenmin aan aangever geretourneerd.

De aangifte vindt steun in WhatsApp-berichten, waaruit blijkt dat:

-de aangever contact heeft gehad met de verdachte en de verdachte heeft erkend dat het Marktplaatsaccount en het daarin vermelde e-mailadres en telefoonnummer [telefoonnummer] van hem zijn;

-de broer van de verdachte met de aangever heeft afgesproken dat hij met de verdachte over de jas zou gaan praten;

-de oom van de verdachte de verdachte heeft aangesproken over de jas en dat de verdachte de jas naar de oom zou brengen;

- de broer van de verdachte aan de aangever te kennen heeft gegeven dat zowel de gestolen jas als de schade aan de autoruit zou worden afgehandeld en dat hij ruzie met de verdachte heeft gehad vanwege de jas.

Op grond van het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, stelt het hof vast dat de op Marktplaats aangeboden jas, de jas van de aangever is en dat het de verdachte is geweest die de jas voorhanden heeft gehad en de advertentie heeft geplaatst. Gelet op het nachtelijk tijdstip waarop de verdachte de jas voorhanden heeft gehad en de advertentie heeft geplaatst, niet langer dan zes uur nadat de jas uit de auto van aangever is gestolen, kan het niet anders dan dat de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van de jas redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de jas van misdrijf afkomstig was. Het hof betrekt in zijn overweging dat door de verdachte geen enkele alternatieve lezing tegenover de lezing van de aangever is gesteld.

Het verweer van de raadsman wordt verworpen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 23 december 2015 te Amsterdam een goed, te weten een jas (merk Canada Goose) voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van dit goed redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

schuldheling.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 750,-.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon en de draagkracht van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan schuldheling van een jas. Heling maakt het plegen van diefstallen lucratief en houdt zo een afzetmarkt voor gestolen goederen in stand. Door zijn handelen heeft de verdachte de inbreuk op het eigendomsrecht van de eigenaar van deze jas doen voortduren. Bovendien neemt het hof de verdachte kwalijk dat hij, ondanks herhaalde pogingen van de aangever om tot een minnelijke afwikkeling te komen, geen openheid van zaken heeft gegeven en evenmin verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn handelen.

Naar het oordeel van het hof doet de in eerste aanleg opgelegde geldboete, die ook is gevorderd door de advocaat-generaal, recht aan de ernst van het bewezenverklaarde. Het hof zal dezelfde straf opleggen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 23, 24, 24c en 417bis van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 750,00 (zevenhonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 15 (vijftien) dagen hechtenis.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.J.A. Duker, mr. C.N. Dalebout en mr. A.E. Kleene-Krom, in tegenwoordigheid van

D.J. Herbrink, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

12 december 2017.

Mr. A.E. Kleene-Krom en mr. C.N. Dalebout zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.