Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:5046

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
06-11-2017
Datum publicatie
04-01-2018
Zaaknummer
200.223.249/01 OK
Rechtsgebieden
Ondernemingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

niet ontvankelijkheid, kosten van het geding

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2018/60
ARO 2018/34
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

_______________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.223.249/01 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 6 november 2017

inzake

[A] ,

voorheen wonende te [....] ,

VERZOEKSTER,

advocaat: mr. R.D. Rischen, kantoorhoudende te Rotterdam,

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ADCIM BEHEER B.V.,

gevestigd te Giessenburg,

VERWEERSTER,

advocaat: mr. J.P.M. Borsboom, kantoorhoudende te Rotterdam,

en tegen

[B] ,

wonende te [....] ,

BELANGHEBBENDE,

advocaat: mr. J.P.M. Borsboom, kantoorhoudende te Rotterdam,

1 Het verloop van het geding

1.1

Partijen worden hierna als volgt aangeduid:

  • -

    verzoekster met [A] ;

  • -

    verweerster met Adcim Beheer;

  • -

    belanghebbende met [B] ;

1.2

[A] heeft bij op 15 september 2017 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verzoekschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht, bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Adcim Beheer te bevelen, bepaalde onmiddellijke voorzieningen te treffen en Adcim Beheer te veroordelen in de kosten van het geding.

1.3

Bij op 18 september 2017 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen brief heeft mr. Rischen namens [A] de producties 16 en 17 in het geding gebracht.

1.4

Adcim Beheer en [B] hebben bij op 28 september 2017 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verweerschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht [A] in haar verzoek niet ontvankelijk te verklaren althans het verzoek af te wijzen en [A] te veroordelen in de kosten van het geding.

1.5

Bij op 5 oktober 2017 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen brief heeft mr. Rischen namens [A] de producties 18 tot en met 21 in het geding gebracht.

1.6

Bij op 6 oktober 2017 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen brief heeft mr. Borsboom namens Adcim Beheer en [B] de producties 13 tot en met 15 in het geding gebracht.

1.7

Bij e-mailbericht van 11 oktober 2017 om 13:12 uur gericht aan de Ondernemingskamer heeft mr. Rischen namens [A] het verzoek bedoeld onder 1.2 ingetrokken. In de brief die als bijlage bij het e-mailbericht is gevoegd staat dat om [A] moverende redenen, mede ingegeven door het feit, dat er weer enig overleg mogelijk lijkt te zijn tussen haar en haar echtgenoot, [B] , [A] haar verzoek intrekt.

1.8

De secretaris van de Ondernemingskamer heeft bij brief van 11 oktober 2017 de advocaten van partijen geïnformeerd dat mr. Rischen namens [A] de verzoeken in deze zaak heeft ingetrokken, dat de voor 12 oktober 2017 geplande mondelinge behandeling niet door zal gaan en dat zonder schriftelijke tegenbericht uiterlijk op 23 oktober 2017 de Ondernemingskamer het dossier zal sluiten.

1.9

Mr. Borsboom heeft bij op 12 oktober 2017 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen V-formulier de Ondernemingskamer verzocht [A] te veroordelen in de kosten van de procedure. Daartoe heeft mr. Borsboom – onder andere – aangevoerd dat het verzoekschrift minder dan 24 uur vóór de mondelinge behandeling is ingetrokken en dat uit de toelichting moet worden afgeleid dat het verzoekschrift is ingediend om overleg tussen [A] en [B] in de echtscheidingsprocedure te forceren, hetgeen kwalificeert als oneigenlijk gebruik van de enquête bevoegdheid.

1.10

Bij brief van 16 oktober 2017 heeft de secretaris van de Ondernemingskamer [A] in de gelegenheid gesteld te reageren op het bericht van mr. Borsboom bedoeld in 1.9.

1.11

Bij op 16 oktober 2017 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen V-formulier heeft [A] de Ondernemingskamer bericht dat – kort gezegd–het verzoek is ingetrokken in verband met nader overleg met de advocaat van [B] in de echtscheidingsprocedure om de verstandhouding niet op de spits te drijven en dat het verzoekschrift is ingediend vanwege reëele bezwaren die [A] had en niet vanwege de echtscheidingsprocedure. Adcim dient daarom in de kosten van de procedure veroordeeld te worden, aldus [A] .

2 De gronden van de beslissing

2.1

De Ondernemingskamer oordeelt als volgt. [A] heeft haar verzoek ingetrokken. Dit betekent dat het verzoek geen beoordeling en beslissing meer behoeft en dat [A] niet ontvankelijk in haar verzoek is.

2.2

Nu het verzoek van [A] is ingetrokken na indiening van het verweerschrift door Adcim Beheer en [B] en minder dan 24 uur vóór de mondelinge behandeling op 12 oktober 2017, zal de Ondernemingskamer [A] verwijzen in de kosten gevallen op dit geding aan de zijde van Adcim Beheer en [B] . Nu niet gesteld of gebleken is dat [A] het instellen van het verzoek gelet op de evidente ongegrondheid ervan achterwege had moeten laten, ziet de Ondernemingskamer geen aanleiding om [A] tot meer dan de kosten volgens het gebruikelijke, forfaitaire tarief te veroordelen.

3 De beslissing

De Ondernemingskamer:

verklaart [A] niet ontvankelijk in haar verzoek;

verwijst [A] in de kosten van het geding tot op heden, aan de zijde van Adcim Beheer B.V. en [B] begroot op € 3.398;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

De beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. A.J. Wolfs en mr. M.A. Goslings, raadsheren, en drs. P.R. Baart en drs. C. Smits-Nusteling, raden, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Sterk, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 6 november 2017.