Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:4958

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
28-11-2017
Datum publicatie
05-12-2017
Zaaknummer
200.194.987/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Beschikking
Inhoudsindicatie

Tussenbeschikking. Vervolg van 9 mei 2017 (ECLI:NL:GHAMS:2017:1768). Deskundige benoemd ten aanzien van de vraag of de afvoerleidingen in het gebouw waarin zich het appartement van appellant bevindt constructiefouten bevat die tot gevolg hebben dat de afvoerleiding in de keuken van dat appartement telkens verstopt raakt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer : 200.194.987/01

zaaknummer rechtbank Noord-Holland : 3299025 EJ VERZ 14-115

beschikking van de meervoudige burgerlijke kamer van 28 november 2017

inzake

[appellant] ,

wonend te [woonplaats] ,

appellant,

advocaat mr. F. Teuben te Haarlem,

tegen

VERENIGING VAN EIGENAARS [straatnaam] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

geïntimeerde,

advocaat: mr. B.F. Eblé te Haarlem.

1 Verder procesverloop

Partijen worden hierna (wederom) [appellant] en de VvE genoemd.

Het hof heeft op 9 mei 2017 een tussenbeschikking gegeven. Voor het eerdere verloop van het geding verwijst het hof naar die beschikking.

Op 6 juni 2017 heeft de griffie van beide partijen een brief, met bijlage, ontvangen, waarin partijen de in de tussenbeschikking gevraagde reactie hebben gegeven.

Partijen hebben de gelegenheid gekregen te reageren op de voorgenomen benoeming van de deskundige en diens kostenbegroting.

Vervolgens is uitspraak bepaald op heden.

2 Verdere beoordeling

2.1.

In overweging 3.4 van de tussenbeschikking heeft het hof vermeld behoefte te hebben aan nadere deskundige voorlichting en daarom voornemens te zijn één (ter zake van afvoerleidingen) deskundige te benoemen teneinde de vraag te beantwoorden of de afvoerleidingen in het gebouw waarin zich het appartement van [appellant] ( [adres 1] ) bevindt constructiefouten bevatten die tot gevolg hebben dat de afvoerleiding in de keuken van het appartement van [appellant] telkens verstopt raakt en, zo ja, hoe deze constructiefouten dienen te worden hersteld en wat dat dan gaat kosten. Het hof heeft partijen in de gelegenheid gesteld aan te geven of zij concrete suggesties hebben ten aanzien van de persoon van de te benoemen deskundige en/of de aan deze te stellen vraag of vragen.

2.2.

In hetgeen partijen vervolgens het hof hebben doen weten, ziet het hof geen aanleiding een andere vraag of andere vragen te formuleren dan zojuist vermeld. Dit neemt niet weg dat het de te benoemen deskundige vrijstaat, als hij daartoe aanleiding ziet, in te gaan op hetgeen door partijen in (de bijlage bij) voormelde brieven naar voren is gebracht.

2.3.

Thans zal worden beslist als volgt. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3 Beslissing

Het hof:

beveelt een onderzoek door een deskundige ter beantwoording van de volgende vragen:

1. Bevatten de afvoerleidingen in het gebouw waarin zich het appartement van [appellant] bevindt constructiefouten die tot gevolg hebben dat de afvoerleiding in de keuken van het appartement van [appellant] telkens verstopt raakt?

2. Zo ja, hoe dienen deze constructiefouten te worden hersteld en wat gaat dat herstel kosten?

3. Heeft u overigens nog opmerkingen die voor de beoordeling van deze zaak van belang kunnen zijn?

benoemt tot deskundige om dit onderzoek te verrichten:

Ing. E.P.G. Borgers, verbonden aan Bureau voor Bouwpathologie BB,

Postbus 43

3480 DA Harmelen

telefoon: 0348-445629;

bepaalt dat de griffier een afschrift van deze beschikking aan de deskundige zal toezenden;

bepaalt dat beide partijen vóór 12 december 2017 kopieën van de overige gedingstukken aan de deskundige zullen doen toekomen, alsmede, na een verzoek daartoe van de deskundige, de andere door deze noodzakelijk geachte stukken, voor zover mogelijk;

wijst de deskundige op het bepaalde in artikel 198 Rv, met name op de verplichting om bij het onderzoek partijen in de gelegenheid te stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen en om in het schriftelijk bericht te doen blijken dat aan dit voorschrift is voldaan, onder vermelding van de inhoud van de opmerkingen en/of verzoeken;

bepaalt dat de deskundige het onderzoek overigens zelfstandig – in de zin van artikel 198 lid 2 Rv, dat wil zeggen niet onder leiding van het hof – zal verrichten en dat dit zal plaatsvinden op een door de deskundige te bepalen tijdstip;

bepaalt dat de deskundige een voorschot toekomt van € 4.000,=;

bepaalt dat zowel [appellant] als de VvE een bedrag van € 2.000,= dient te voldoen en daarvoor van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak een nota zal ontvangen met betaalinstructies; het bedrag moet (telkens) worden voldaan binnen twee weken na ontvangst van die nota;

bepaalt dat de griffier onmiddellijk na betaling van het desbetreffende (totale) voorschot de deskundige hiervan in kennis zal stellen en dat de deskundige pas dan met het onderzoek behoeft te beginnen;

bepaalt dat de deskundige een schriftelijk, ondertekend bericht zal inleveren ter griffie van het hof vóór 1 maart 2018;

bepaalt dat de deskundige tegelijk met dit bericht zijn declaratie ter griffie zal indienen onder vermelding van zaaknummer 200.194.987/01;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mrs. R.J.M. Smit, C. Uriot en M.A.J.G. Janssen en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 28 november 2017.