Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:4956

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
28-11-2017
Datum publicatie
02-07-2018
Zaaknummer
200.178.533/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vervolg van tussenarrest 15 augustus 2017. Nadere instructie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer: 200.178.533/01

zaaknummer/rolnummer rechtbank Noord-Holland: C/14/154647/HA ZA 14-190

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 28 november 2017

inzake

1 [appellant 1]

2. [appellant 2],

beiden wonend te [woonplaats], gemeente [gemeente],

appellanten,

advocaat: mr. E.A.C. Nijhof-Top te Zeewolde,

tegen

1 [geïntimeerde 1],

2. [geïntimeerde 2],

beiden wonend te [woonplaats], gemeente [gemeente],

geïntimeerden,

advocaat: mr. W.J.T. Ursem te Alkmaar.

Partijen worden hierna [appellanten] en [geïntimeerden] genoemd.

1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

Voor het verloop van het geding in hoger beroep tot het arrest van 15 augustus 2017 verwijst het hof naar de inhoud van dat arrest.

[appellanten] hebben daarna een memorie van antwoord in incidenteel appel, met producties, ingediend.

Ten slotte is wederom arrest gevraagd.

2 De verdere beoordeling

2.1.

In zijn voornoemde tussenarrest van 15 augustus 2017 heeft het hof in het (tweede) incident de vordering van [appellanten] afgewezen en de beslissing omtrent de proceskosten aangehouden tot het eindarrest in de hoofdzaak. In de hoofdzaak heeft het hof de zaak naar de rol verwezen voor het indienen van een memorie van antwoord in incidenteel appel door [appellanten] en iedere verdere beslissing aangehouden.

2.2.

Het hof constateert dat [appellanten] zowel in hun (aanvullende) antwoordakte in het tweede incident na het arrest van 31 januari 2017, ingediend op 28 maart 2017, als in hun memorie van antwoord in incidenteel appel, ingediend op 26 september 2017, een aantal producties in het geding hebben gebracht waarop [geïntimeerden] niet meer hebben kunnen reageren, en acht het wenselijk dat zij thans alsnog daartoe in de gelegenheid worden gesteld. De zaak zal daarom worden verwezen naar de rol voor het indienen van een akte door [geïntimeerden] waarin zij uitsluitend mogen reageren op deze producties.

2.3.

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3 De beslissing

Het hof:

verwijst de zaak naar de rol van 19 december 2017 voor het indienen van een akte als hiervoor onder 2.2 bedoeld;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. R.J.M. Smit, L.A.J. Dun en D.J. van der Kwaak, en is in het openbaar uitgesproken op 28 november 2017 door de rolraadsheer.