Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:4953

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
28-11-2017
Datum publicatie
02-07-2018
Zaaknummer
200.154.930/01, 200.154.782/01, 200.152.752/01 en 200.152.769/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vervolg van tussenarrest 19 juli 2016. Bevel deskundigenonderzoek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

arrest

___________________________________________________________________ _ _

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummers in de hoofdzaak

zaaknummers in de vrijwaringszaken

200.154.930/01

200.152.782/01

200.152.752/01

200.152.769/01

zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam in de hoofdzaak

zaak-/rolnummers rechtbank Amsterdam in de vrijwaringszaken

C/13/535066 / HA ZA 13-139

C/13/545567 / HA ZA 13-753

C/13/545491 / HA ZA 13-752

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 28 november 2017

in de hoofdzaak met zaaknummer 200.154.930/01

inzake

Q-Music Nederland B.V.,

gevestigd te Hilversum,

appellante,

tevens incidenteel geïntimeerde,

advocaat: mr. R.G.J. de Haan te Amsterdam,

tegen

1 Broadcast Technology & Development B.V.,

2. Broadcast Newco Two B.V.,

beide gevestigd te Terneuzen,

geïntimeerden,

tevens incidenteel appellanten,

advocaat: mr. A. van Hees te Amsterdam,

en tegen

3 Novec B.V.,

gevestigd te ’s-Gravenhage,

4. Omroepmasten B.V.,

gevestigd te Vianen,

geïntimeerden

advocaat: mr. W.A.M. Rupert te Rotterdam,

in de hoofdzaak met zaaknummer 200.152.782/01

inzake

1 Novec B.V.,

gevestigd te ’s-Gravenhage,

2. Omroepmasten B.V.,

gevestigd te Vianen,

appellanten,

advocaat: mr. W.A.M. Rupert te Rotterdam,

tegen

Q-Music Nederland B.V.,

gevestigd te Hilversum,

geïntimeerde,

advocaat: mr. R.G.J. de Haan te Amsterdam,

in de vrijwaringszaak met zaaknummer 200.152.752/01

1 Novec B.V.,

gevestigd te ’s-Gravenhage,

2. Omroepmasten B.V.,

gevestigd te Vianen,

appellanten,

advocaat: mr. W.A.M. Rupert te Rotterdam,

tegen

1 Broadcast Technology Holding B.V.,

2. Broadcast Technology & Development B.V.,

3. Broadcast Newco Two B.V.,

4. Broadcast Distribution Services B.V.,

alle gevestigd te Terneuzen,

geïntimeerden,

advocaat: mr. A. van Hees te Amsterdam,

in de vrijwaringszaak met zaaknummer 200.152.769/01

1 Novec B.V.,

gevestigd te ’s-Gravenhage,

2. Omroepmasten B.V.,

gevestigd te Vianen,

appellanten,

advocaat: mr. W.A.M. Rupert te Rotterdam,

tegen

1 Broadcast Technology Holding B.V.,

2. Broadcast Technology & Development B.V.,

3. Broadcast Newco Two B.V.,

4. Broadcast Distribution Services B.V.,

alle gevestigd te Terneuzen,

geïntimeerden,

advocaat: mr. A. van Hees te Amsterdam.

Appellant in de hoofdzaak 200.154.930/01 zal hierna Q-Music worden genoemd. Geïntimeerden in de hoofdzaak 200.154.930/01 onder 1 en 2 zullen hierna BP c.s. worden genoemd. Geïntimeerden in de hoofdzaak 200.154.930/01 onder 3 en 4 zullen hierna Novec c.s. worden genoemd. Geïntimeerden onder 1 tot en met 4 in de vrijwaringszaken zullen hierna worden aangeduid als Broadcast c.s. Novec c.s. zullen hierna afzonderlijk worden aangeduid als Novec, respectievelijk Omroepmasten. Broadcast c.s. zullen hierna afzonderlijk worden aangeduid als BTH, BTD, BNT, respectievelijk BDS.

1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

1.1.

Het hof heeft in de vier zaken op 19 juli 2016 een tussenarrest uitgesproken. Voor het verloop van het geding in hoger beroep tot die datum wordt naar dat arrest verwezen.

1.2.

Vervolgens hebben partijen de volgende stukken overgelegd:

- akte voordracht tot benoeming deskundigen tevens uitlating over te beantwoorden onderzoeksvragen met producties (in zaaknummers 200.154.930/01, 200.152.782/01, 200.152.752/01 en 200.152.769/01);

- antwoordakte met producties (in zaaknummers 200.154.930/01, 200.152.752/01 en 200.152.769/01);

- antwoordakte benoeming deskundigen met producties (in zaaknummers 200.154.930/01, 200.152.782/01, 200.152.752/01 en 200.152.769/01).

2 Verdere behandeling van het hoger beroep

2.1.

In het tussenarrest heeft het hof overwogen dat voor de beantwoording van de vraag naar (de bewijslastverdeling ter zake van) de aansprakelijkheid van een der partijen eerst moet worden vastgesteld wat de oorzaak van de brand in Lopik en de brand in Hoogersmilde is geweest, althans wat de reden is dat die oorzaak niet (meer) kan worden vastgesteld. Om het hof in staat te stellen hierover een inhoudelijk voldoende onderbouwd oordeel te kunnen vellen heeft het hof overwogen deskundige voorlichting nodig te hebben door in elk geval twee deskundigen: een deskundige op het gebied van forensisch brandonderzoek en een deskundige op het gebied van installatietechniek van radioantennes.

2.2.

Partijen hebben zich in voormelde aktes uitgelaten over de aan de deskundigen voor te leggen vragen. Q-Music heeft geen aanvullingen of commentaar op de in het tussenarrest geformuleerde onderzoeksvragen. BP c.s. en Novec c.s. hebben aanvullende vragen en herformuleringen voorgesteld. Het hof ziet evenwel geen aanleiding tot aanpassing van de aan de deskundigen voor te leggen vragen. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat de laatste vraag aan deskundigen alle ruimte aan de deskundigen biedt om aanvullende opmerkingen te maken die voor de beoordeling van deze zaak van belang kunnen zijn.

2.3.

Het vorenstaande brengt mee dat de volgende vragen aan de deskundigen zullen worden voorgelegd:

Ten aanzien van de brand in Lopik:

  1. Waar is de brand ontstaan?

  2. Wat is de oorzaak van de brand?

  3. Hoe functioneerde de brandpreventie en brandbeveiliging onmiddellijk voorafgaand aan en ten tijde van de brand?

  4. Indien op bovenstaande vragen geen eenduidig antwoord kan worden verkregen, wat is daarvan de oorzaak?

  5. Heeft u overigens nog opmerkingen die voor de beoordeling van deze zaak wat betreft de brand in Lopik van belang kunnen zijn?

Ten aanzien van de brand in Hoogersmilde:

  1. Waar is de brand ontstaan?

  2. Wat is de oorzaak van de brand?

  3. Hoe functioneerde de brandpreventie en brandbeveiliging onmiddellijk voorafgaand aan en ten tijde van de brand?

  4. Indien op bovenstaande vragen geen eenduidig antwoord kan worden verkregen, wat is daarvan de oorzaak?

  5. Heeft u overigens nog opmerkingen die voor de beoordeling van deze zaak wat betreft de brand in Smilde van belang kunnen zijn?

2.4.

Partijen hebben zich uitgelaten over het aantal en de persoon van de te benoemen deskundigen. Van de door partijen voorgedragen deskundigen op het gebied van installatietechniek van radioantennes is door het hof dr.ir. J. Catrysse benaderd. Door het hof is E.W.M. Overtoom benaderd als deskundige op het gebied van forensisch brandonderzoek. Bij brief van 10 juli 2017 heeft Overtoom, mede namens Catrysse, bevestigd bereid en in staat te zijn het onderzoek uit te voeren, alsmede geen banden met partijen te hebben. Op basis van de thans voorhanden informatie ramen de deskundigen de kosten op in totaal € 39.204 incl. BTW op basis van in totaal 216 uren à

€ 150 excl. BTW per uur.

2.5.

Partijen zijn bij brief van 12 juli 2017 in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de voorgenomen benoeming van de deskundigen en de kostenbegroting. Van de zijde van BP c.s. is hierop geen reactie ontvangen. Van de zijde Q-Music bestaat geen bezwaar tegen de benoeming van de deskundigen en de kostenbegroting. Bij brief van 7 augustus 2017 zijn van de zijde van Novec c.s. bezwaren geuit tegen de benoeming van een van de deskundigen en tegen de kostenbegroting. Het hof ziet daarin geen aanleiding om terug te komen van zijn voornemen Catrysse en Overtoom tot deskundigen te benoemen. De kostenbegroting acht het hof voldoende gespecificeerd.

2.6.

Het hof zal er thans toe overgaan een deskundigenonderzoek te bevelen door na te noemen deskundigen. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3 Beslissing

Het hof:

beveelt een onderzoek door de na te vermelden deskundigen ter beantwoording van de vragen die hierboven onder 2.3 zijn weergegeven;

benoemt tot deskundigen om dit onderzoek te verrichten:

dr. ir. J. Catrysse,

Orchideeënlaan 4,

B 8200 Brugge

en

E.W.M. Overtoom,

Postbus 64,

9530 AB Borger;

bepaalt dat de griffier een afschrift van dit arrest aan de deskundigen zal toezenden;

bepaalt dat Q-Music vóór 1 januari 2018 een kopie van het volledige procesdossier aan ieder van de deskundigen zal doen toekomen, alsmede, na een verzoek daartoe van (een van) de deskundige(n), andere door deze(n) noodzakelijk geachte stukken, voor zover mogelijk;

bepaalt dat de deskundigen bij het onderzoek partijen in de gelegenheid zullen stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen en dat de deskundigen in het schriftelijk bericht zullen doen blijken of aan dit voorschrift is voldaan, onder vermelding in dat bericht van de eventueel gemaakte opmerkingen en/of gedane verzoeken;

bepaalt dat de deskundigen het onderzoek zelfstandig – dat wil zeggen niet onder leiding van het hof – zullen verrichten en dat dit zal plaatsvinden op een door de deskundigen te bepalen tijd en plaats;

bepaalt dat de deskundigen een gezamenlijk voorschot op loon en kosten toekomt van € 39.204 (incl btw);

bepaalt dat de betaling van het voorschot ten laste komt van Q-Music; Q-Music zal daarvoor van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak een nota ontvangen met betaalinstructies; het bedrag moet worden voldaan binnen twee weken na ontvangst van die nota;

bepaalt dat de griffier onmiddellijk na betaling van het desbetreffende voorschot de deskundigen hiervan in kennis zal stellen en dat de deskundigen pas dan met het onderzoek behoeven te beginnen;

bepaalt dat de deskundigen een schriftelijk, ondertekend bericht zullen inleveren ter griffie van het hof vóór 26 juni 2018;

bepaalt dat de deskundigen tegelijk met dit bericht een declaratie ter griffie zullen indienen onder vermelding van zaaknummers 200.154.930/01, 200.152.782/01, 200.152.752/01 en 200.152.769/01;

nadat de deskundigen hun rapport bij het hof hebben ingediend zal het hof partijen – eerst Q-Music en daarna (tegelijk) Novec c.s. en Broadcast c.s. – in de gelegenheid stellen bij memorie op het deskundigenrapport te reageren;

verwijst de zaak naar de rol van 26 juni 2018 voor deskundigenbericht;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.W.M. Tromp, A.W.H. Vink en J.M. de Jongh en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 28 november 2017.