Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:4950

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
28-11-2017
Datum publicatie
01-12-2017
Zaaknummer
200.209.062/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Fraude met PGB-gelden. De verstrekker ervan (Zilveren Kruis) heeft niet onzorgvuldig gehandeld bij de beoordeling van de aanvragen.

Veroordeling tot terugbetaling

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2018/97
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer : 200.209.062/01

zaaknummer rechtbank Amsterdam : 4653831 CV EXPL 15-33812

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 28 november 2017

inzake

ZILVEREN KRUIS ZORGKANTOOR N.V., voorheen werkzaam onder de naam Achmea Zorgkantoor N.V.,

gevestigd te Utrecht,

appellante,

advocaat: mr. J.J.G. Pieper te Enschede,

tegen

[geïntimeerde] ,

wonend te [woonplaats] ,

geïntimeerde,

advocaat: mr. R.G.J. van Ommeren te Amsterdam.

1 Het geding in hoger beroep

Partijen worden hierna Zilveren Kruis en [geïntimeerde] genoemd.

Zilveren Kruis is bij dagvaarding van 19 januari 2017 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam (hierna: de kantonrechter) van 9 december 2016, onder bovenvermeld zaaknummer gewezen tussen Zilveren Kruis als eiseres en [geïntimeerde] als gedaagde.

Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:

- memorie van grieven;

- memorie van antwoord, met producties;

- akte uitlating productie(s).

Ten slotte is arrest gevraagd.

Zilveren Kruis heeft geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en, uitvoerbaar bij voorraad, [geïntimeerde] zal veroordelen tot betaling van een bedrag van € 14.821,68, de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van de inleidende dagvaarding, de volledige incasso- en proceskosten van de eerste aanleg en de proceskosten in hoger beroep.

[geïntimeerde] heeft geconcludeerd tot bekrachtiging van het bestreden vonnis, met - uitvoerbaar bij voorraad - veroordeling van Zilveren Kruis in - naar het hof begrijpt -de kosten van het geding in hoger beroep, te betalen binnen veertien dagen na de uitspraak.

Zilveren Kruis heeft in hoger beroep bewijs van haar stellingen aangeboden.

2 Feiten

De kantonrechter heeft in het bestreden vonnis onder 1 de feiten vastgesteld die hij tot uitgangspunt heeft genomen. Deze feiten zijn in hoger beroep niet in geschil en dienen derhalve ook het hof als uitgangspunt. Samengevat en waar nodig aangevuld met andere feiten die als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende betwist zijn komen vast te staan, komen de feiten neer op het volgende.

2.1

Agis Zorgverzekering NV (hierna Agis) was als rechtsvoorganger van Achmea Zorgkantoor NV en vervolgens Zilveren Kruis ingevolge de (toenmalige) Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) belast met de uitvoering van het persoonsgebonden budget (PGB) op grond van die wet.

2.2

[geïntimeerde] , geboren [geboortedag] 1944, is in 2009 slechtziend geworden, is thans blind en lijdt aan diverse andere aandoeningen. In de loop van 2009 en daarna is diverse keren aan [geïntimeerde] een PGB toegekend. Over het jaar 2011 zijn door Agis PGB-voorschotten toegekend aan [geïntimeerde] . Bij besluiten van 2 februari 2011 is een PGB-voorschot toegekend over respectievelijk de perioden 1 tot en met 18 januari 2011 en 19 januari 2011 tot en met 31 december 2011. Voorts is, op basis van nieuw indicatiebesluit van het CIZ, bij besluit van 29 maart 2011een PGB-voorschot toegekend voor de periode 22 maart 2011 tot en met 31 december 2011. De PGB-voorschotten zijn overgemaakt op rekening [rekeningnummer] van ING, die op naam staat van [geïntimeerde] .

2.3

Het toegekende PGB is, deels met terugwerkende kracht, per 21 maart 2011 beëindigd en omgezet in zorg in natura.

2.4

[geïntimeerde] heeft op 2 augustus 2011 aangifte gedaan van oplichting tegen [X] , die tot circa september 2010 huishoudelijke hulp aan [geïntimeerde] had verleend, wegens onttrekking door [X] van diverse bedragen aan de hiervoor genoemde bankrekening van [geïntimeerde] . Van die onttrekkingen maakten deel uit een aantal met behulp van een machtiging gedane overmakingen naar [X] zelf, naar haar dochter [dochter X] , naar ambulante zorg Reiph te Schiedam en naar Drop Inn Tutty Frutty.

2.5

De raadsman van [geïntimeerde] heeft bij brief van 16 september 2011 Agis Zorgverzekeringen NV gewezen op (zijn aangifte van) de praktijken van o.a. [X] met het PGB van [geïntimeerde] .

2.6

Bij beschikking van 14 maart 2012 is aan [geïntimeerde] meegedeeld dat het zorgkantoor van de door hem ingediende verantwoordingsformulieren € 0,00 aan kosten akkoord had bevonden terzake van de hem bij beschikking van 22 juli 2011 toegekende PGB over de periode 1 januari tot en met 21 maart 2011 van € 6.276,32, is de definitieve PGB over die periode op € 0,00 vastgesteld en is [geïntimeerde] meegedeeld dat hij voor het terug te betalen bedrag van € 6.276,32 een acceptgiro zou ontvangen. Bij brief van 4 april 2012 heeft Agis [geïntimeerde] meegedeeld dat het bedrag dat verrekend moet worden volgens de toekenningsbeschikking niet overeen komt met de feitelijke situatie, omdat er geen rekening was gehouden met eerdere betalingen of met niet-uitbetaalde voorschotten, en heeft Agis aanspraak gemaakt op terugbetaling van een bedrag van € 14.821,68 wegens ten onrechte uitgekeerde - immers niet verantwoorde - voorschotten over 2011.

2.7

Bij vonnissen van 22 maart 2016 van de rechtbank Amsterdam zijn Reiph en [X] veroordeeld voor kort gezegd fraude met PGB-gelden bestemd voor onder meer [geïntimeerde] .

3 Beoordeling

3.1

Zilveren Kruis vordert de terugbetaling door [geïntimeerde] van het bedrag van € 14.821,68 te vermeerderen met buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente, nu [geïntimeerde] , aan wie dit bedrag in het kader van bevoorschotting als PGB is betaald, daarover geen verantwoording heeft afgelegd.

3.2

[geïntimeerde] betwist niet dat hij een dergelijke bedrag heeft ontvangen en dat daar feitelijk geen zorg voor geleverd is, maar hij voert aan dat hij het slachtoffer is geworden van oplichting. Het PGB is op zijn naam aangevraagd met gebruik van valse handtekeningen en de voorschotten zijn weliswaar op zijn bankrekening betaald, maar nadien daar weer vanaf gehaald met behulp van vervalste of oneigenlijk verkregen machtigingen. De vordering van Zilveren Kruis dient onder die omstandigheden te worden afgewezen.

3.3

De kantonrechter heeft de vorderingen van Zilveren Kruis afgewezen en daartoe, samengevat, het volgende overwogen. Het enkele feit dat [geïntimeerde] voorschotten heeft ontvangen en daartoe geen adequate verantwoording heeft afgelegd is op zich voldoende om [geïntimeerde] te verplichten tot terugbetaling aan Zilveren Kruis. Van dit uitgangspunt kan worden afgeweken, indien de gang van zaken rond de frauduleuze aanvraag en toekenning van het PGB door het zorgkantoor (en het CIZ als indicatiesteller) zodanig slordig en onzorgvuldig is geweest, dat Achmea, thans Zilveren Kruis, kan worden verweten dat ten onrechte een PGB is toegekend. De kantonrechter oordeelt dat Zilveren Kruis onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt een gedegen onderzoek te hebben gedaan vooraleer over te gaan tot toekenning van het PGB, zodat een frauduleuze aanvraag kennelijk probleemloos tot een toekenning heeft geleid. Zilveren Kruis is in de proceskosten veroordeeld. Tegen deze beslissingen en de daaraan ten grondslag gelegde motivering komt Zilveren Kruis met haar grieven op.

3.4

De eerste grief heeft betrekking op het oordeel van de kantonrechter dat Zilveren Kruis kan worden verweten dat aan [geïntimeerde] ten onrechte een PGB is toegekend, gezien de slordige en onzorgvuldige gang van zaken rond de frauduleuze aanvraag en toekenning van het PGB door Zilveren Kruis. De tweede grief ziet op het oordeel van de kantonrechter dat uit de overgelegde strafvonnissen zou blijken dat de aanvraag PGB geheel buiten [geïntimeerde] om is gegaan. Zilveren Kruis stelt zich op het standpunt dat haar geen onzorgvuldig gedrag kan worden verweten en dat zij geen zorgplicht heeft geschonden. Zilveren Kruis betwist dat het van algemene bekendheid is dat van PGB’s op grote schaal misbruik wordt gemaakt en daarmee wordt gefraudeerd, zodat het aannemen van een (vergaande) onderzoeksplicht onjuist is. De kantonrechter geeft ook niet nader aan waar hij deze stelling over misbruik op grote schaal op baseert. De aan Zilveren Kruis ter beschikking gestelde gegevens, waaronder een kopie van een paspoort en een bankafschrift, zijn persoonlijke gegevens van [geïntimeerde] , die dan ook door hem ter beschikking moeten zijn gesteld. Alle aanvraagformulieren zijn naar het huisadres van [geïntimeerde] gestuurd. Kennelijk beschikten de frauderende zorgverleners over de huissleutels van [geïntimeerde] . [geïntimeerde] heeft bovendien pinpas en pincode kennelijk ter beschikking gesteld aan derden, zoals uit de strafvonnissen valt af te leiden, zodat niet kan worden gezegd dat de fraude hem in het geheel niet is toe te rekenen. Aldus Zilveren Kruis.

3.5

Naar het oordeel van het hof is onvoldoende komen vast te staan dat Zilveren Kruis in deze een zorgplicht heeft geschonden en daartoe is het volgende redengevend. Uit de in het geding gebrachte stukken, in het bijzonder ook de strafvonnissen en de verklaring/aangifte van [geïntimeerde] , valt af te leiden dat hij gedurende enkele jaren (eigenlijk al min of meer vanaf 2009) in goed vertrouwen persoonlijke gegevens heeft verstrekt aan hem bekende derden en het hen mogelijk heeft gemaakt om zijn huis te betreden. Hierdoor heeft hij, weliswaar ongewild, de fraude met PGB gelden mogelijk gemaakt. Dat is echter een omstandigheid die in relatie tot Zilveren Kruis voor zijn rekening en risico dient te blijven. Daarover zou mogelijk anders worden geoordeeld indien Zilveren Kruis een ernstig verwijt gemaakt zou kunnen worden met betrekking tot de behandeling van de aanvraag voor het PGB, in die zin dat Zilveren Kruis had moeten beseffen dat het geen serieuze aanvraag betrof, maar hier door derden werd gefraudeerd teneinde op onrechtmatige wijze gelden te verwerven. Vast staat dat [geïntimeerde] tot 1 januari 2011 in aanmerking kwam voor toekenning van een PGB. Hoewel op basis van de voorliggende stukken in het dossier niet nauwkeurig kan worden gereconstrueerd hoe de aanvragen PGB voor de periode nadien precies zijn verlopen, staat wel vast dat destijds Agis na het indienen van de aanvraag bij brief van 24 januari 2011 aan [geïntimeerde] (“budgethouder”) heeft verzocht het Burgerservicenummer van de budgethouder te verstrekken alsmede een kopie van een geldig legitimatiebewijs. Deze gegevens alsmede een formulier houdende ‘gewijzigde’ gegevens zijn, telkens voorzien van een handtekening, bij fax gedateerd 5 februari 2011 door Agis ontvangen. Voorts was Agis in het bezit van een recente indicatiestelling van het CIZ. Onder deze omstandigheden heeft [geïntimeerde] niet duidelijk gemaakt waarom de behandeling door Agis van de PGB-aanvraag toch zodanig gebrekkig was dat haar een zodanig ernstig verwijt valt te maken met betrekking tot de verstrekking van een PGB aan [geïntimeerde] . Hetgeen meer of anders is aangevoerd leidt niet tot een ander oordeel.

3.6

Dit betekent dat de grieven slagen, zodat het bestreden vonnis zal worden vernietigd. De vorderingen van Zilveren Kruis, die verder inhoudelijk niet zijn bestreden, zullen alsnog - onder verbetering van kennelijke schrijffouten - worden toegewezen. [geïntimeerde] zal in de proceskosten worden veroordeeld.

4 Beslissing

Het hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep,

en opnieuw rechtdoende:

veroordeelt [geïntimeerde] tot betaling van de volgende bedragen:

  • -

    € 14.821,68 wegens terugbetaling PGB;

  • -

    € 800,00 wegens buitengerechtelijke incassokosten vermeerderd met btw;

  • -

    € 1.934,34 rente tot aan de inleidende dagvaarding;

nog te vermeerderen met de wettelijke rente over het bedrag van € 14.821,687 vanaf 19 november 2015;

veroordeelt [geïntimeerde] in de kosten van het geding in beide instanties, in eerste aanleg aan de zijde van Zilveren Kruis begroot op € 1.028,16 aan verschotten en € 750,00 voor salaris en in hoger beroep tot op heden op € 2.046,19 aan verschotten en € 894,00 voor salaris;

verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. C.M. Aarts, J.E. Molenaar en C.C. Meijer en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 28 november 2017.