Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:4899

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
23-11-2017
Datum publicatie
08-12-2017
Zaaknummer
23-002231-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-002231-17

datum uitspraak: 23 november 2017

TEGENSPRAAK

Tussenarrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 20 juni 2017 in de strafzaak onder de parketnummers 15-810054-17 en 15-810361-14 (TUL) tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

thans gedetineerd in Detentiecentrum Alphen aan den Rijn te Alphen aan den Rijn.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

9 november 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman en de verdachte naar voren hebben gebracht.

Ter terechtzitting in hoger beroep van 9 november 2017 is het onderzoek in deze strafzaak gedaan en gesloten.

Tijdens de beraadslaging is gebleken dat het onderzoek niet volledig is geweest.

Ter terechtzitting is onduidelijkheid gerezen over de vordering tot tenuitvoerlegging van een gevangenisstraf zoals opgelegd bij vonnis met parketnummer 15-810361-14.

De rechtbank had de vordering afgewezen, omdat de tenuitvoerlegging eerder al zou zijn gelast.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 26 oktober 2017 is de tenuitvoerlegging inderdaad reeds eerder gelast in de zaak met parketnummer 15-810091-16, maar heeft het hof in hoger beroep de verdachte in diezelfde zaak vrijgesproken, hetgeen met zich zou brengen dat de tenuitvoerlegging niet is gelast.

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de bij vonnis van de politierechter van de rechtbank Noord-Holland van 16 oktober 2014 met parketnummer 15-810361-14 opgelegde voorwaardelijke straf reeds ten uitvoer gelegd is, maar heeft dit standpunt niet onderbouwd met stukken.

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting medegedeeld geen uitsluitsel te kunnen geven op de vraag of de opgelegde voorwaardelijke straf inmiddels daadwerkelijk ten uitvoer is gelegd.

Na sluiting van het onderzoek ter terechtzitting hebben de raadsman en de advocaat-generaal per e-mailbericht van 10 november 2017 onderscheidenlijk 13 november 2017 nadere informatie met betrekking tot het voorgaande verstrekt.

Het hof ziet zich bij deze stand van zaken genoodzaakt het onderzoek te heropenen om de raadsman en de advocaat-generaal in de gelegenheid te stellen hun standpunten met betrekking tot de vordering tot tenuitvoerlegging aan het hof voor te leggen.

Het hof zal het onderzoek heropenen, schorsen en de hervatting van het onderzoek ter terechtzitting op een nader te bepalen datum gelasten.

Beslissing

Het hof:

Heropent het gesloten onderzoek, schorst dit in het belang ervan en beveelt de hervatting van het onderzoek op een nader te bepalen terechtzitting.

Beveelt de oproeping van de verdachte, de raadsman van verdachte tegen de nog nader te bepalen terechtzitting.

Voor die zitting dienen tevens kennisgevingen te worden verzonden naar de benadeelde partijen.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. F.M.D. Aardema, mr. W.M.C. Tilleman en mr. M.J.A. Duker, in tegenwoordigheid van

mr. F. van den Brink, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

23 november 2017.

Mr. Tilleman is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

[...]