Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:4894

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
24-11-2017
Datum publicatie
07-12-2017
Zaaknummer
23-004437-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

winkeldiefstal en poging winkeldiefstal, wet beedigde tolken en vertalers niet nageleefd, onherstelbaar vormverzuim, Onvoldoende gebleken van concreet nadeel. Enkele constatering van het vormverzuim.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-004437-16

datum uitspraak: 24 november 2017

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 30 november 2016 in de strafzaak onder parketnummer 13-236324-15 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 10 november 2017.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1:
zij op of omstreeks 23 oktober 2015 te Amsterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen twee, in elk geval een of meer (Dora) poppen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Intertoys (filiaal [locatie]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

2:
zij op of omstreeks 24 november 2015 te Amsterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een pakket van Paw Patrol, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Intertoys (filiaal [locatie]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, opzettelijk dat pakket van Paw Patrol heeft gepakt en/of een (alarm- en/ of prijs)sticker dat pakket heeft af-/losgetrokken en/of losgepeuterd en/of verwijderd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Het bewijs

De raadsman heeft ter terechtzitting bepleit dat de verklaring van de verdachte, afgelegd ten overstaan van de politie, niet tot bewijs mag worden gebruikt en dat gelet daarop de verdachte bij gebrek aan voldoende wettig bewijs moet worden vrijgesproken van beide ten laste gelegde feiten. Ter onderbouwing van dit verweer heeft de raadsman het volgende aangevoerd. De Wet beëdigde tolken en vertalers is in dezen niet nageleefd: het verhoor door de politie van de verdachte, die geen Nederlands spreekt, heeft plaatsgevonden met bijstand van een niet-beëdigde tolk in de Marokkaanse taal, terwijl niet gebleken is van spoed, waardoor een in het register ingeschreven tolk niet tijdig beschikbaar was of dat het register geen ingeschrevene bevatte voor de Marokkaanse taal. De verdediging betwist dat de door de verdachte afgelegde verklaring juist is vertaald. Bovendien is de reden van het uitwijken naar bijstand van een niet-beëdigde tolk niet met redenen omkleed schriftelijk vastgelegd en betwist de verdediging dat – anders dan in het proces-verbaal vermeld - voorafgaand aan de inzet van de niet-beëdigde tolk door deze een Verklaring omtrent het gedrag is overgelegd. Gelet hierop is sprake van een onherstelbaar vormverzuim en gelet op de aard en de ernst van dit vormverzuim dient de door de verdachte bij de politie afgelegde verklaring te worden uitgesloten van het bewijs.

Het hof overweegt als volgt.

Artikel 28 van de per 1 januari 2009 in werking getreden Wet beëdigde tolken en vertalers luidt voor zover van belang:

1. De volgende diensten en instanties maken in het kader van het strafrecht en het vreemdelingenrecht uitsluitend gebruik van beëdigde tolken of vertalers:

e. de politie

3. In afwijking van het eerste en het tweede lid kan gebruik worden gemaakt van een tolk die geen beëdigde tolk is of van een vertaler die geen beëdigde vertaler is indien wegens de vereiste spoed een ingeschrevene in het register niet tijdig beschikbaar is of indien het register voor de desbetreffende bron- of doeltaal dan wel bron- of doeltalen geen ingeschrevene bevat.

4. Indien van het eerste of tweede lid wordt afgeweken wordt dit met redenen omkleed schriftelijk vastgelegd. Ingeval geen sprake is van spoedeisende inzet van een tolk of vertaler, dient deze voorafgaand aan zijn inzet een recente verklaring omtrent het gedrag dan wel een integriteitsverklaring over te leggen. Indien het vanwege de spoedeisendheid niet mogelijk is voorafgaand aan de inzet een verklaring omtrent het gedrag over te leggen geschiedt dit na de inzet.

Het hof stelt vast dat de verdachte zichzelf niet in staat achtte om bij het verhoor door de politie in de Nederlandse taal te communiceren. Haar taalkeuze was Marokkaans. Vast staat bovendien dat het verhoor bij de politie zonder bijstand van een beëdigde tolk in de Marokkaanse taal heeft plaatsgevonden; in plaats daarvan is een niet-beëdigde tolk ingeschakeld. In het proces-verbaal van verhoor is dienaangaande enkel gerelateerd dat een beëdigde tolk niet beschikbaar was. Waarom met het verhoor van start is gegaan zonder gebruik te maken van een beëdigd tolk, is niet duidelijk geworden. Voorts moet ervan worden uitgegaan dat de ingeschakelde tolk niet voorafgaand aan de verleende bijstand een Verklaring omtrent het gedrag of een integriteitsverklaring heeft getoond. Een en ander levert in het licht van de vorenweergegeven regelgeving een onherstelbaar vormverzuim als bedoeld in artikel 359a, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering op.

Bij de beoordeling of, en zo ja welk, gevolg aan dit verzuim verbonden dient te worden, houdt het hof rekening met het belang van het geschonden voorschrift, de ernst van het verzuim en het nadeel dat daardoor is veroorzaakt. Het belang van het voorschrift is groot in die zin dat het de kwaliteit van de in te schakelen tolk (en daarmee van zijn of haar werkzaamheden) beoogt te waarborgen. De vraag is echter wat het nadeel als gevolg van het vormverzuim in het onderhavige geval is. Door de raadsman is nadeel weliswaar in zijn algemeenheid gesteld, doch overigens niet voldoende geconcretiseerd. Zo is niet onderbouwd aangevoerd op welke punten sprake zou zijn geweest van een onjuiste vertaling door de niet beëdigde tolk noch is aangegeven dat en op welke gronden het verzuim voor de verdachte een nadeel heeft opgeleverd. Het hof is daarom van oordeel dat onvoldoende is gebleken van een concreet nadeel voor de verdachte, zodat zal worden volstaan met de enkele constatering van het vormverzuim. Het verweer strekkende tot bewijsuitsluiting wordt dan ook verworpen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1:

zij op 23 oktober 2015 te Amsterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen twee Dora poppen, toebehorende aan Intertoys (filiaal [locatie]);

2:

zij op 24 november 2015 te Amsterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een pakket van Paw Patrol, toebehorende aan Intertoys (filiaal [locatie]), opzettelijk dat pakket van Paw Patrol heeft gepakt en een alarmsticker van dat pakket heeft verwijderd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

De raadsman heeft ter terechtzitting ten aanzien van de ten laste gelegde poging bepleit dat sprake was van vrijwillige terugtred.

Het hof stelt de volgende gang van zaken vast. Op 24 november 2015 is de verdachte met haar dochtertje een winkelfiliaal van Intertoys binnen gegaan. Zij had op een gegeven moment een speelgoedpakket (Paw Patrol) in haar handen waarvan zij de alarmsticker verwijderde, die zij vervolgens tussen andere artikelen legde. Hierop openden twee medewerkers van Intertoys, die tot dan toe in een naastgelegen ruimte de verdachte via een camera in de gaten hadden gehouden, de deur van die ruimte naar de winkel. Op dat moment liet de verdachte het pakket uit haar handen op de grond vallen en liep zij met haar dochtertje weg.

Uit het voorgaande volgt dat de verdachte, anders dan zij zelf heeft verklaard, het speelgoedpakket niet heeft ‘teruggezet’, maar dat zij het pakket op de grond heeft laten vallen toen zij de medewerkers van de Intertoys waarnam. Van een vrijwillige terugtred van de verdachte is dan ook geen sprake.

Er is ook overigens geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

diefstal.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

poging tot diefstal.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een geldboete van € 400, indien deze niet wordt voldaan en verhaal niet mogelijk is te vervangen door 8 dagen hechtenis.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon en de draagkracht van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich in ongeveer een maand tijd schuldig gemaakt aan zowel een winkeldiefstal als een poging tot winkeldiefstal van speelgoed. De verdachte heeft er aldus blijk van gegeven het eigendomsrecht van de onderneming Intertoys niet te respecteren. Winkeldiefstal is bovendien een bijzonder hinderlijk feit dat voor de getroffen winkeliers doorgaans overlast en schade oplevert. Het hof neemt het de verdachte in het bijzonder kwalijk dat zij zich bij beide strafbare feiten liet vergezellen door haar jonge kinderen.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 30 oktober 2017 is zij niet eerder strafrechtelijk veroordeeld.

Het hof acht, alles afwegende, een geldboete van na te melden hoogte passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 23, 24, 24c, 45, 57 en 310 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking van het CJIB van 24 november 2015.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 400,00 (vierhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 8 (acht) dagen hechtenis.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.M.J. Quaedvlieg, mr. R. Veldhuisen en mr. A.E. Kleene-Krom, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Tilburg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 24 november 2017.

[...]