Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:4835

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
31-10-2017
Datum publicatie
30-11-2017
Zaaknummer
23-002119-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

veroordeling voor overtreding van de Flora en faunawet.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 23-002119-17

datum uitspraak: 31 oktober 2017

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 23 maart 2017 in de strafzaak onder parketnummer 81-243622-16 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats]) op [geboortedag] 1982,

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 17 oktober 2017.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij, op of omstreeks 29 september 2015, te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, al dan niet opzettelijk een of meer dieren en/of producten van dieren, behorende tot een beschermde uitheemse diersoort, te weten twee, althans een of meer, blikjes inhoudende paté, althans een of meer vleesproducten, met als genoemd ingrediënt 'Crocodile meat', zijnde een product van de soort Krokodilachtigen (Crocodylia spp.), binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht en/of onder zich heeft gehad.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering en omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de economische politierechter.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 29 september 2015 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk producten van dieren, behorende tot een beschermde uitheemse diersoort, te weten twee blikjes inhoudende paté, met als genoemd ingrediënt 'Crocodile meat', zijnde een product van de soort krokodilachtigen (Crocodylia spp.), binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht en onder zich heeft gehad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de volgende feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

De verdachte heeft ter zitting in hoger beroep verklaard, dat hij op 29 september 2015 op Schiphol bij binnenkomst in Nederland inderdaad zonder vergunning twee blikjes krokodil-paté onder zich had, die hij eerder op de luchthaven van Johannesburg had aangeschaft.1 Op een afdruk van een foto in het dossier is op de zijkant van een blikje de tekst ‘Crocodile paté’ te lezen en daaronder, bij de ingrediënten, is de tekst ‘Crocodile meat 42%’ te lezen.2

Aanvullende bewijsoverweging

Het hof stelt vast dat krokodil-paté een vleesproduct is van de krokodil, een beschermde uitheemse diersoort waarvan de Latijnse naam, Crocodylia spp. is, die wordt genoemd in bijlage B bij de Verordening (EG) nr. 338/97 van 9 december 1996 inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer (hierna: Basisverordening (EG) nr. 338/97).

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

De invoer in de landen van de Europese Unie, dan wel het vervoer van een product van een beschermde uitheemse diersoort is, zonder vergunning, verboden op grond van de Verordening (EG) nr. 338/97 art. 4 en art. 13 eerste lid, aanhef en onder a van de Flora- en faunawet (oud). Niet aannemelijk is geworden dat betrokkene was vrijgesteld van de vergunningsplicht.

Er is ook voor het overige geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

opzettelijke overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 13, eerste lid, van de Flora- en faunawet.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf of maatregel

De economische politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een geldboete van € 300,00 subsidiair 6 dagen hechtenis, waarvan € 150,00, subsidiair 3 dagen hechtenis voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte schuldig zal worden verklaard zonder oplegging van straf of maatregel.

Het hof overweegt als volgt.

In verband met alle omstandigheden van het geval, waaronder dat producten afkomstig van de krokodil ook legaal worden verhandeld, dat de blikjes in een winkel op een luchthaven zijn gekocht en dat de verdachte heeft verklaard dat hij zich van geen kwaad bewust was, ziet het hof aanleiding om te bepalen dat in dit geval geen straf of maatregel wordt opgelegd.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking van 28 oktober 2015 onder CJIB nummer 3132 5420 0241 0536.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Bepaalt dat ter zake van het bewezen verklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd.

Dit arrest is gewezen door de economische kamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.D.R.M. Boumans, mr. P.C. Römer en mr. R.P. den Otter, in tegenwoordigheid van mr. A. Scheffens, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 31 oktober 2017.

[…]

1 […]

2 […]