Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:4786

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
15-11-2017
Datum publicatie
05-06-2018
Zaaknummer
23/000881-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Voorlopige hechtenis

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

23/000881-17

GERECHTSHOF AMSTERDAM

MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER

BESCHIKKING op een verzoek strekkende tot opheffing dan wel schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte:

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

thans verblijvende in de P.I. Ter Apel te Ter Apel.

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft gezien het verzoek strekkende tot opheffing dan wel schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte. Het hof heeft voorts kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 9 maart 2017.

Het hof heeft bij de behandeling in raadkamer op 15 november 2017 gehoord de advocaat-generaal, de verdachte en diens raadsman mr. D.C. Vlielander.

De beoordeling

Gelet op het veroordelend vonnis van 9 maart 2017 is het hof van oordeel dat sprake is van ernstige bezwaren, nu niet is gebleken dat dit vonnis klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust. Het hof heeft daarbij acht geslagen op de overweging van de rechtbank in het vonnis dat tijdens de observatie is gezien dat de verdachte buiten de woning een taxi wenkt, een rode Dirk van den Broek-tas aanneemt, deze mee naar binnen neemt en daarna nog enkele uren in de woning verblijft. Bij de doorzoeking in de woning – een halfuur na het vertrek van de verdachte – zijn onder meer in een rode Dirk van den Broek-tas met blokken cocaïne aangetroffen alsmede spullen die duiden op een werkplek waar drugs worden verpakt. De verklaring van medeverdachte [medeverdachte] bij de raadsheer-commissaris van 2 november 2017 doet – gelet op het vorenstaande – onvoldoende afbreuk aan de ernstige bezwaren.

Het hof is van oordeel dat een omstandigheid als bedoeld in artikel 67a, derde lid, Sv zich thans niet voordoet.

Met betrekking tot het door de verdachte mondeling gedane verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis geldt dat dit verzoek moet worden afgewezen. Het hof overweegt dat het vluchtgevaar en het recidivegevaar onvoldoende kunnen worden ingeperkt door het stellen van schorsingsvoorwaarden.

23/000881-17

De beslissing

Het hof:

WIJST AF het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis.

WIJST AF het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.

Deze beschikking is gegeven op 15 november 2017 in raadkamer van dit hof door

mr. F.A. Hartsuiker, voorzitter,

mrs. M.J.A. Duker en N.R.A. Meerbeek, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. D. Boessenkool als griffier.

De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.

Amsterdam, 15 november 2017,

de advocaat-generaal