Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:476

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
17-02-2017
Datum publicatie
24-02-2017
Zaaknummer
23-004878-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

verduistering telefoontoestellen uit dienstbetrekking met een waarde van tienduizenden euro's

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer: 23-004878-15

datum uitspraak: 17 februari 2017

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 8 juli 2015 in de strafzaak onder parketnummer 13-699007-13 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1990,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 3 februari 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

zij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2013 tot en met 19 oktober 2013 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, (telkens) opzettelijk 52, althans 46, in elk geval één of meerdere telefoontoestel(len) (waaronder merken van/als Samsung en/of Iphone) en/of een 1 mini-pad (merk: Apple) (met een totale waarde circa ad 34.000,-- euro, althans een (groot) geldbedrag), in elk geval enig goed, dat / die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan T-mobile, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk(e) goed(eren) verdachte uit hoofde van haar persoonlijke dienstbetrekking van / als verkoopmedewerkster, in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat de bewijsmiddelen door de rechtbank niet zijn uitgewerkt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

zij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2013 tot en met 19 oktober 2013 te Amsterdam telkens opzettelijk 46 telefoontoestellen (waaronder merken als Samsung en Iphone) die toebehoorden aan T-mobile en welke goederen verdachte uit hoofde van haar persoonlijke dienstbetrekking als verkoopmedewerkster onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

verduistering gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking onder zich heeft, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot 6 maanden gevangenisstraf waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot 180 uur taakstraf, subsidiair 90 dagen hechtenis.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft gedurende een periode van bijna een jaar 46 telefoontoestellen, die zij als verkoopmedewerkster van T-Mobile onder zich had, zich wederrechtelijk toegeëigend. De telefoons vertegenwoordigden een waarde van tientallen duizenden euro’s en leverden een grote schadepost op voor het bedrijf. Tevens heeft de verdachte met haar handelen het vertrouwen dat haar werkgever behoort te kunnen stellen in personen die bij hem in dienst zijn ernstig beschaamd.

De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard spijt te hebben van haar handelen maar tevens aangegeven dat zij nooit contact heeft opgenomen met het bedrijf om haar excuses aan te bieden of de schade te vergoeden. Het hof rekent dit de verdachte aan.

De ernst van het bewezen feit rechtvaardigt gelet op de lange periode, de omvang van de schade en de houding van de verdachte in beginsel oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Het hof acht het belang van vergelding en norminprenting echter voldoende gediend door oplegging van een langdurige taakstraf en neemt daarbij de persoonlijke omstandigheden van de verdachte in aanmerking. De verdachte heeft op dit moment een eigen woning, volgt een studie en werkt daarnaast in vast dienstverband. Blijkens een haar betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 18 januari 2017 is zij niet eerder strafrechtelijk onherroepelijk veroordeeld. Het hof beschouwt het bewezenverklaarde dan ook als weliswaar een ernstige, maar tevens een eenmalige misstap van de verdachte.

Het hof acht, alles afwegende, een taakstraf van de maximale duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 22c, 22d, 57 en 322 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 120 (honderdtwintig) dagen hechtenis.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N.A. Schimmel, mr. M.J.A. Duker en mr. C. Laukens in tegenwoordigheid van mr. A.S. Metgod, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 17 februari 2017.

mr. C. Laukens is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.