Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:4752

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
08-11-2017
Datum publicatie
29-11-2017
Zaaknummer
23-001221-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak van diefstal en heling. Bewezenverklaring van verduistering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-001221-16

datum uitspraak: 8 november 2017

VERSTEK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen

het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 30 maart 2016 in de strafzaak

onder parketnummer 15-011898-16 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

adres: [adres],

zonder vaste woon-of verblijfplaats hier te lande.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

25 oktober 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het

Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 15 januari 2016 in een trein rijdende van de gemeente Amsterdam naar de gemeente Utrecht, althans in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een laptop (Macbook Air), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer],

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

subsidiair:
hij op of omstreeks 15 en/of 16 januari 2016 in de gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland, een laptop (Macbook Air) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die laptop wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

meer subsidiair:
hij op of omstreeks 15 en/of 16 januari 2016 in de gemeente Haarlemmermeer en/of (elders) in Nederland opzettelijk een laptop (Macbook Air), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk goed verdachte had gevonden en van deze vondst geen aangifte of melding had gedaan bij de politie en (aldus) dit goed anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring

komt dan de politierechter.

Vrijspraak van het primair en subsidiair ten laste gelegde

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte primair en subsidiair is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

Op 15 januari 2016 tussen 12:35 uur en 13:02 uur is in de ICE trein tussen Amsterdam en Utrecht de laptop van D. Beaupain, een Macbook Air, gestolen. Op 16 januari 2016 rond 17:30 uur is deze Macbook Air aangetroffen bij de verdachte. Het dossier biedt onvoldoende aanknopingspunten om te kunnen komen tot het oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de diefstal door de verdachte is gepleegd. Niet kan worden vastgesteld dat de laptop - te zien op de kennelijk op 15 september 2016 om 19:22 uur gemaakte foto van de verdachte en zijn medeverdachten - van aangever is. Deze foto kan dan ook niet bijdragen aan het bewijs voor het primair ten laste gelegde. Ook is het hof van oordeel dat, anders dan gerekwireerd door de advocaat-generaal, het tijdsverloop van meer dan een etmaal tussen de wegneming en het aantreffen van de laptop te lang is om daaraan de conclusie te verbinden dat het niet anders kan dan dat de verdachte de laptop heeft weggenomen. Bij deze stand van zaken komt het primair ten laste gelegde niet voor bewezenverklaring in aanmerking, zodat de verdachte van dit feit moet worden vrijgesproken.

Hetzelfde geldt ten aanzien van hetgeen de verdachte subsidiair ten laste is gelegd. Niet kan worden vastgesteld dat de verdachte wist dan wel redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de laptop, die hij naar eigen zeggen had gevonden, van misdrijf afkomstig was. Het enkele feit dat de gegevens van de rechtmatige eigenaar zichtbaar waren bij het openslaan van de laptop is daarvoor onvoldoende. Het hof spreekt de verdachte dan ook vrij van het subsidiair ten laste gelegde.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het meer subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op of omstreeks 16 januari 2016 in de gemeente Haarlemmermeer een laptop (Macbook Air), toebehorende aan [slachtoffer], die hij anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

Hetgeen meer subsidiair meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep

in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het meer subsidiair bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het meer subsidiair bewezen verklaarde levert op:

verduistering.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het meer subsidiair bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter heeft de verdachte voor het subsidiair bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 dagen met aftrek van de tijd die de verdachte in verzekering heeft doorgebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het primair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden met aftrek van de tijd die de verdachte in verzekering heeft doorgebracht.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich een gevonden laptop van het merk Apple toegeëigend door deze in zijn rugzak te stoppen en te bestempelen als zijn eigendom. Hiermee heeft hij inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van een ander.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 12 oktober 2017 is hij niet eerder strafrechtelijk veroordeeld. De geschetste ernst van het feit brengt evenwel mee dat niet kan worden volstaan met een andere straf dan een gevangenisstraf.

Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op artikel 321 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair en subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het meer subsidiair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het meer subsidiair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. van Amsterdam, S. Clement en mr. H.M.J. Quaedvlieg, in tegenwoordigheid

van mr. A.T. de Muinck - Dezentje, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 8 november 2017.

[...]