Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:4731

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
10-11-2017
Datum publicatie
28-11-2017
Zaaknummer
R 000728-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verzoek ex art. 89 Sv afgewezen nu verzoeker de inverzekeringstelling gelet op zijn bekennende verklaring voorafgaand aan de inverzekeringstelling aan zich zelf heeft te wijten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Rekestnummer: R 000729-17 (89 Sv)

Parketnummer in hoger beroep: 23-003592-16

Beschikking op het verzoekschrift op de voet van artikel 89 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[verzoeker],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat,

mr. A.H.J. Raaijmakers, [adres].

1 Inhoud van het verzoek

Het verzoekschrift strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ten laste van de Staat, tot een bedrag van € 210,00, ter zake van schade die verzoeker stelt te hebben geleden als gevolg van de ondergane verzekering in de strafzaak met voormeld parketnummer.

2 Procesverloop

Het verzoekschrift is op 12 mei 2017 ingekomen.

Op 21 juni 2017 heeft de advocaat-generaal schriftelijk geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek.

Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 13 oktober 2017 de advocaat-generaal en de advocaat van verzoeker ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord.

Verzoeker is niet verschenen.

3 Beoordeling van het verzoek

Het verzoekschrift is tijdig ter griffie van dit hof ingediend.

De strafzaak met voormeld parketnummer is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel. Het arrest in die strafzaak is inmiddels onherroepelijk geworden.

Verzoeker is op 22 juni 2016 om 23:34 uur in verzekering gesteld in verband met een verdenking van overtreding van artikel 208 van het Wetboek van Strafrecht. Op 24 juni 2016 is verzoeker weer in vrijheid gesteld.

Bij zijn eerste verhoor voorafgaand aan de inverzekeringstelling op 22 juni 2016 heeft verzoeker ontkend te hebben geweten dat het geld vals was, zoals door de raadsvouw is gesteld. Daarvoor, onderweg naar het cellencomplex (p. 07) alsmede bij de voorgeleiding voor de hulpofficier (p. 04) heeft verzoeker echter verklaard dat hij inderdaad vals geld had uitgegeven respectievelijk dat hij wist dat het geld vals was. Dat deze verklaringen misschien onjuist zijn geverbaliseerd, is niet meer dan een suggestie van de advocaat, die bovendien niet in overeenstemming is met de verklaring van verzoeker bij dat eerste verhoor en op 23 juni 2016, namelijk dat hij de (eerdere) bekennende verklaring verzonnen had.

Gelet op deze bekennende verklaringen heeft verzoeker de inverzekeringstelling aan zich zelf te wijten gehad en acht het hof geen gronden van billijkheid aanwezig voor toekenning van de verzochte vergoeding.

4 Beslissing

Het hof:

Wijst het verzochte af.

Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan verzoeker.

Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. R.D. van Heffen, H.A. van Eijk en M. Iedema, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 27 oktober 2017.