Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:472

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
17-02-2017
Datum publicatie
24-02-2017
Zaaknummer
23-001874-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

gevaarzetting

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer: 23-001874-16

datum uitspraak: 17 februari 2017

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland van 10 mei 2016 in de strafzaak onder parketnummer 96-037558-15 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1984,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 3 februari 2017.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 22 juli 2014 te Purmerend als bestuurder van een voertuig (tweewielige bromfiets[bromscooter]), daarmee rijdende op de weg, de Meteorenweg, op het trottoir heeft gereden (om zodoende een dienstvoertuig te passeren) en/of op de Planetenstraat vanuit een steeg, een grasveld is opgereden en/of op ongeveer een meter afstand langs een dienstvoertuig is gereden, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 395a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewijsoverwegingen

Herkenning van de verdachte

De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep ontkend dat hij op 22 juli 2014 de bestuurder was van de bromfiets. Het hof gaat aan deze ontkenning voorbij, gelet op de herkenning van de verdachte door verbalisant [verbalisant], zoals onderbouwd in het mede door hem op ambtseed opgemaakte proces-verbaal van bevindingen. Het hof heeft geen reden om aan die herkenning te twijfelen.

Gevaarzetting

Het hof is van oordeel dat de gedragingen van de verdachte in onderlinge samenhang gevaarzettend zijn geweest. Hij is in zijn vlucht voor een staandehouding over een stoep gereden, vanuit een steeg een grasveld opgereden en op dat grasveld op korte afstand langs een dienstvoertuig gereden. Hierdoor kon gevaar op de weg worden veroorzaakt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 22 juli 2014 te Purmerend als bestuurder van een voertuig (tweewielige bromfiets[bromscooter]), daarmee rijdende op de weg op het trottoir heeft gereden (om zodoende een dienstvoertuig te passeren) en vanuit een steeg, een grasveld is opgereden en op ongeveer een meter afstand langs een dienstvoertuig is gereden, door welke gedragingen van verdachte gevaar op die weg kon worden veroorzaakt.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een geldboete van 200,- euro, subsidiair 4 dagen hechtenis.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon en de draagkracht van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan gevaarlijk rijgedrag. Hij heeft daarbij geen rekening gehouden met de gevolgen die zijn rijgedrag voor andere verkeersdeelnemers zou kunnen hebben. Het hof rekent dit de verdachte aan.

Het hof acht, alles afwegende, een geldboete van na te melden hoogte passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 23, 24 en 24c van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 5 en 177 van de Wegenverkeerswet 1994.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 200,00 (tweehonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 4 (vier) dagen hechtenis.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N.A. Schimmel, mr. M.J.A. Duker en mr. C. Laukens in tegenwoordigheid van mr. A.S. Metgod, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 17 februari 2017.

mr. C. Laukens is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.